Werkers in de wijngaard (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Broeders en zusters in Christus,

Vorige week hoorden we de parabel van de werkers in de wijngaard. Degene die ter elfder ure geroepen wordt en een uur werkt, krijgt als eerste zijn loon, en nog wel evenveel als degene die een hele dag gewerkt heeft, een vol dagloon. De werkers van het eerste uur gingen akkoord met het afgesproken dagloon en dat krijgen ze. Maar ze worden boos en willen nu meer hebben. En wij vinden dat terecht. Volgens onze economie is de uitbetaling onrechtvaardig. Maar we hebben hier niet te doen met een kapitalistische economie, maar met de parabel over het koninkrijk der hemelen, het rijk van gerechtigheid.
De onrechtvaardigheid ligt niet in de uitbetaling maar in het feit dat de mens uit is op zijn eigen geluk, zijn eigen voordeel en niet blij wil zijn met de ander die ook een dagloon ontvangt. De werkers van het laatste uur hebben de hele dag gewacht op werk en hebben zich zorg gemaakt of zij &s avonds hun gezin zouden kunnen voeden. Het is onrechtvaardig dat de anderen hen dat geluk niet gunnen en niet willen delen in hun vreugde. Waarom is uw oog boos omdat mijn hart goed is ? Ze zijn de spelbrekers van de genade.
Een andere spelbreker treffen we aan in de parabel van de verloren zoon. De andere, voorbeeldige zoon, de brave Hendrik, die het niet kan verkroppen dat zijn broer, die losbol, door zijn vader met open armen wordt ontvangen. Hij wil niet aan het feest van de genade deelnemen. Hij wil zich niet verheugen in de bekering, in de opstanding van zijn broer over wie hij met minachting spreekt.

Al deze elementen treffen we ook aan in de lezingen van vandaag die gaan over het maken van keuzes en het nemen van beslissingen, over bekering. Maar ook: hoe gaan wij om met de keuzes van anderen ? Soms lijken we misschien wel wat op de voorbeeldige zoon die boos wordt omdat zijn slechte broer zo feestelijk ontvangen wordt.
Heel ons leven is een aaneenschakeling van het nemen van beslissingen. Kleine, waar we bijna niet over hoeven na te denken, maar er zijn ook grote beslissingen waar veel van afhangt en waarover we wikken en wegen en niet over een nacht ijs gaan, ja zelfs slapeloze nachten hebben.
Dan zijn er beslissingen die impulsief genomen worden. Een vader vraagt aan zijn kind om te gaan werken in de wijngaard. Hij zegt ja, maar hij doet het niet.
We kennen de situatie. Iemand vraagt je: wil je bij gelegenheid me met iets helpen ? En je zegt spontaan: ja, dat doe ik wel. Maar later denk je: daar heb ik helemaal niet zoveel zin in. Ik hoop maar dat hij er niet op terugkomt en het vergeet.
De vader uit de parabel heeft nog een kind dat hij vraagt om in de wijngaard te werken en dat meteen zegt dat het niet wil. Maar na een tijdje bedenkt het zich en gaat toch. De vraag van Jezus wie de wil van zijn vader gedaan heeft, is niet moeilijk te beantwoorden: het laatste kind. Het was natuurlijk beter geweest als dit laatste kind meteen ja gezegd had en het ook gedaan had. Soms overvalt een vraag ons en weren we deze in de eerste instantie af en gaan later toch op de vraag in. En dan geldt: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.
God de Vader heeft eigenzinnige kinderen. Hij vraagt ons te werken in de wijngaard, mee te helpen aan de voorbereiding van het rijk van gerechtigheid. Gaan wij daar volmondig op in of hebben wij onze bedenkingen en uitvluchten zoals de genodigden tot het bruiloftsmaal ?
Johannes de Doper en Jezus prediken: bekeert u want het koninkrijk der hemelen, het rijk van gerechtigheid is nabij. Johannes doopt mensen die berouw hebben en hun zonden belijden. Daarop doelt Jezus als hij spreekt over de tollenaars en de slechte vrouwen die de prediking van Johannes ter harte hebben genomen, berouw hebben gekregen en zich bekeerd hebben. Tollenaars en slechte vrouwen, randfiguren waar men met verachting op neerkijkt, worden door Jezus als voorbeeld gesteld voor de brave burgers die zo overtuigd zijn van hun rechtvaardigheid dat ze denken geen bekering nodig te hebben. Je hebt mensen die jarenlang in de kerk komen, hun kerkelijke plichten vervullen, vasthouden aan een bepaald rechtlijnig geloof maar niet door hebben waar het in wezen om gaat. En aan de andere kant randkerkelijken, buitenstaanders die het begrepen hebben en ernaar handelen. Zij zullen ons voorgaan in het koninkrijk Gods.

Enkele hoofdstukken eerder in het evangelie van Mattheüs zegt Jezus eigenlijk hetzelfde. Jezus verwijt de steden van Galilea waar hij de meeste tekenen gedaan heeft, dat ze zich niet bekeerd hebben. Wee u Chorazin, wee u, Betsaïda ! Want indien in Tyrus en Sidon die krachten waren geschied welke in u geschied zijn, reeds lang zouden ze zich in zak en as bekeerd hebben. Het zal voor Tyrus en Sidon draaglijker zijn in de dag van het oordeel dan voor u. En Tyrus en Sidon waren heidense steden.
Jezus is gekomen om de Wet, de Thora te vervullen. Hij wijst evenals de profeten in het O.T. op de kern van de Joodse religie die velen door de franje uit het oog verloren hebben. Waar voor velen de bijzaak belangrijker is geworden, wijst Jezus op de hoofdzaak.
Jezus doet tekenen en wonderen. De kenner van de Schrift moet weten dat deze tekenen al de voorboden zijn van de nabijheid van de geduchte dag en het koninkrijk van gerechtigheid en dus ook een oproep tot bekering. Maar bij de meeste aanhangers van de gevestigde Joodse religie loopt hij tegen een muur van onbegrip. De buitenstaanders hebben er meer van begrepen, de barmhartige Samaritaan, de Samaritaanse vrouw, de honderdman.
Wie als eerste geroepen is, maar aan de oproep geen gehoor geeft, zal de laatste worden.
Wie later geroepen wordt, misschien vol ongeloof en twijfel, maar tenslotte toch gehoor geeft aan de oproep en tot inkeer komt, zal de eerste worden.

Maar hoe gaan wij om met de keuzes van hen die het laatst geroepen zijn en zich bekeren ? Hoe vinden we het dat de mensen die zich het laatst bekeerd hebben, toch ten volle erbij horen en delen in de genade? Kunnen wij als iemand zich bekeert en het goede doet, zijn verleden echt vergeten en vergeven ? Zijn wij soms niet een beetje als Jona die het niet verwacht had dat de heidense stad Nineve zich zou bekeren en al zat te wachten op de verwoesting ? Nemen wij de bekering van de tollenaar serieus ? Of zeggen we: " nu komt hij in de kerk, maar vroeger…". Hoe vaak wordt er niet in het grijze verleden gespit van politici en bekende persoonlijkheden om maar een misstap op het spoor te kunnen komen en ze te kunnen belasteren. Vaak verwrongen feiten die nu helemaal niet meer ter zake doen.

God is genade. Dat betekent dat degene die zich bekeert ten volle gerehabiliteerd wordt en geaccepteerd, zoals de vader de verloren zoon die thuiskomt verwelkomt. Laat er feest zijn, want mijn zoon die dood was is weer levend geworden. Niet meer stilstaan bij het verleden van de zonde, de dood, zoals de andere zoon doet, maar deelhebben aan het feest van het leven, de opstanding.
Soms komt die genade van God ons wel wat al te ruimhartig voor. En toch zullen wij om ons heen ook moeten proberen mensen werkelijk te vergeven, hoe moeilijk dat soms ook is en hen niet blijven vastpinnen op hun verleden. Niet telt wat zij in het verleden verkeerd gedaan hebben, maar wat ze nu goed doen. De tollenaar die zich bekeerd heeft, is geen tollenaar meer.
Het kwaad uit het verleden hoeven we niet te vergeten. Het moet wel voor ons een les zijn. Maar het mag niet zo zijn dat het ons als een schaduw achtervolgt en ons rechtvaardig handelen in heden en toekomst in de weg staat. Hoeveel oorlogen zijn er wel niet gevoerd omdat een verleden niet vergeten en vergeven kon worden.
Vrede in het groot en in het klein zal ervan afhangen in hoeverre we vrede met onszelf kunnen hebben, in hoeverre we vrede kunnen hebben met ons verleden en oude dingen kunnen laten rusten. Het grote motto van het O.T. is : sta op, trek verder, bouw aan een toekomst van rechtvaardigheid en vrede. Gedenk daarbij de heilsdaden van de Heer, de tekenen van leven hier in ons midden en zie niet achterom naar het kwaad van voorbij. Amen.

Zoeken in Preken Online