Beste dorpsgenoten,
Voor wie graag naar het nieuws kijkt, was er deze week veel te zien: de verkiezingen in Duitsland, Prinsjesdag met gouden koets en troonrede, de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer en het antwoord van de regering en tussen dat alles door: de orkaan Rita, de tweede die in een maand tijd verwoestend te keer gaat op het vaste land van de Verenigde Staten. En misschien was er nog veel meer te zien dat ik gemist heb.
Hier in de kerk worden we geconfronteerd met onderwerpen die heel ver afstaan van het nieuws van deze week.
Hier luisteren we naar het woord van God, naar het evangelie, dat niets meer of minder betekent dan Goed Nieuws, niet zomaar nieuws, maar Goed nieuws.
Gisteren las ik een stuk van Boris van der Ham, een toneelspeler en lid van de Tweede Kamer voor D-66.
“Toen ik klein was las iemand in ons vakantieoord tijdens de avondsluiting uit de bijbel. En al die teksten sloten aan bij wat mij die dag was overkomen. Dat kan geen toeval zijn, dacht ik toen. Ik vind het nog steeds inspirerend dat zo’n tekst van meer dan vijfentwintighonderd jaar oud universele problemen aanroert. Toneelteksten doen dat soms ook. Lees Antigone van Sophocles en de dialogen daarin tussen vader en zoon, ook een tekst die meer dan tweeduizend jaar oud is! Zo hoor je ook nu mensen nog praten over grote menselijke problemen en dramas, denk je dan. Het feit dat bepaalde thema’s na twee duizend jaar nog spelen, geeft continuïteit en het houvast dat je niet alleen bent. Dat die teksten zo lang meegaan terwijl een mens nog geen honderd jaar wordt, is onvoorstelbaar. Dat overstijgt jezelf, dat krijgt bijna iets religieus.” Woorden van iemand die zich zelf agnost noemt, die niet weet of God wel of niet bestaat.
Ik vond het mooi gezegd en ik ben het er helemaal mee eens.
Alleen zou ik graag de kunst verstaan om beter te zien hoe die teksten aansluiten bij ons “nieuws,” laten we zeggen, dat van de afgelopen week. Dan zouden ze inderdaad Goed Nieuws mogen heten.
Vandaag hebben we gehoord dat Jezus zei: “Voorwaar ik zeg u, de tollenaars en de ontuchtige vrouwen gaan eerder dan gij het Rijk Gods binnen. Johannes kwam tot u en beoefende gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken terwijl de tollenaars en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof schonken. Gij zijt niet tot inkeer gekomen en hebt hem geen geloof geschonken.” Die gerechtigheid van Johannes bestond hierin: “Wat gij wilt dat anderen u doen, doet dat ook aan hen.”
Het is duidelijk naar wat voor soort mensen de voorkeur van Jezus uitgaat.
Hij nodigt ons uit ons af te vragen of wij de nette mensen zijn die zich mogen vergelijken met anderen die minder zijn. Jezus neemt het niemand kwalijk dat hij of zij zondaar is en hij laat zich door hen aan tafel nodigen.
Alleen als goeden zich beter achten dan anderen, wordt hij fel. Want dan weigeren we te erkennen dat we even kostbaar en even breekbaar zijn als die anderen en dan wijzen we die handen af die ons samen met al die anderen vasthouden zodat we niet op ons gezicht vallen.
Alleen als we onze eigen breekbaarheid erkennen kunnen we zonder schijnheiligheid bidden: “Vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.”
Dat het zo moge worden.