Het is iets wat we politici, helaas vaak wel terecht, nogal eens kwalijk durven nemen: dat ze ons van alles beloven, maar er weinig van bakken in de realiteit. Maar eigenlijk moeten we zover niet gaan zoeken: hoe zit het met onze beste wensen voor het nieuwe jaar? Herinneren wij ons die een gans jaar? Twee voorbeelden die tonen dat het probleem dat Jezus vandaag aankaart bij de oudsten en schriftgeleerden nog altijd bestaat. Het gaat in het evangelie dan wel om een bepaalde groep van toen, toch moeten we ons er voor hoeden niet in hetzelfde bedje ziek te worden. We weten allemaal dat God ons van binnen en van buiten kent, het heeft dus geen zin om, zoals het joodse volk af en toe deed, met de mond te belijden dat men in God gelooft, maar ondertussen toch aan iets of iemand anders denken. Het is mijn diepste overtuiging dat de Kerk maar een krachtdadig sacrament voor de wereld kan zijn als ze er in slaagt te doen wat zij verkondigt. De kritiek die momenteel geleverd wordt op de Kerk kan je grotendeels terugbrengen tot dit probleem. Hoe kan je als geloofsgemeenschap getuigen van God die liefde is als je bepaalde personen gaat verbieden een relatie aan te gaan? Natuurlijk is er veel te zeggen voor het celibaat, maar alle voordelen deemsteren weg omdat het ‘moet’. Dezelfde vragen kunnen gesteld worden in verband met echtgescheidenen en homo’s in de Kerk. Elk jaar opnieuw vertellen leerlingen mij dat de Kerk daar niet doet wat ze verkondigt en ze passen voor deze huichelarij.
Maar dat neemt niet weg dat we dit evangelie ook op ons eigen leven mogen betrekken. Akkoord, we kunnen enkele afwegingen maken in verband met de Kerk, maar dat mag geen vlucht zijn voor de vraag die door ieder van ons persoonlijk beantwoord moet worden: in welke van de twee zonen herken ik mijzelf het meest? Bij de meeste mensen zal het een mengeling zijn van de twee, waarbij we dan eens overhellen naar de ene, dan weer naar de andere kant. Het heeft er gewoon mee te maken dat we nu eenmaal makkelijker over dingen kunnen praten dan ze toe te passen. Beginnen we bijvoorbeeld met de kern van ons geloof: ik geloof in God. Gemakkelijk gezegd, maar vertrouw ik ook nog op God als het leven mij in de miserie duwt? Ik geloof in Jezus Christus. Is Zijn woord méér dan het woord van de Dalai Lama? Ik geloof in de heilige Geest. Laat ik de geest toe in mijn leven of gebeurt dat maar na alles gewikt en gewogen en berekend te hebben? Soms is het ook niet gemakkelijk te doen wat we zeggen of beloven omdat we er niet uit geraken wat dat nu concreet kan betekenen. Betekent “een goed christen-zijn” dat je bepaalde mistoestanden laat bestaan omdat je de mensen, misschien vrijwilligers, niet nodeloos wil kwetsen of betekent het dat je mistoestanden aanklaagt en samen op zoek gaat naar oplossingen?
Misschien zou het een goede oefening zijn mocht iedereen thuis voor zichzelf eens uitmaken wat het betekent “gelovig” te zijn en dan te kijken welke consequenties dat (nog niet) heeft in ons leven van elke dag. Als er geen link is tussen de twee, dan is dat zeer link. We moeten natuurlijk ook niet overdrijven in de andere richting. Dit evangelie wil volgens mij niet zeggen dat enkel diegenen die doen wat ze zeggen nog iets mogen vertellen. Ik vrees niet alleen dat er dan weinig mensen zouden overschieten, ik denk ook dat we dan voorbij gaan aan het feit dat geen enkel mens perfect is en we ondanks dat onperfect-zijn toch geliefd worden door God. Misschien kunnen we er deze week een aandachtspunt van maken om eens te kijken of we doen wat we zeggen, vooral dan op geloofsgebied. Een eenvoudig vraagje kan helpen als we iets beginnen te doen: is het dit wat God van mij nu verlangt? Op het ene moment kan dat zwijgen zijn, op een andere moment is het zonde te zwijgen. Om het onderscheid tussen de twee steeds weer te kunnen afwegen is het nodig dat we af en toe tijd nemen om te overwegen, om onze vreugde en zorgen voor God te brengen en te luisteren hoe Hij in ons hart spreekt en ontdekt kan worden in de lach, een traan of een woord van één van onze medemensen. Als we dit laatste doen, dan zullen we merken hoe actueel het evangelie kan zijn. Het is gemakkelijk te zeggen dat er in ons leven geen gevangenen voorkomen en voorbijlopen aan de mensen die gevangen zitten in eenzaamheid of armoede, in de kluwen van gokspelen, drank of drugs. Het is makkelijker te denken dat we geen naakten kennen die we moeten kleden dan die naakte mens te herkennen in iemand die zich te veel bloot gegeven heeft en daar nu de prijs moet voor betalen. Zo iemand schreeuwt om de mantel van onvoorwaardelijke vriendschap die hem beschermt tegen aanvallen van mensen die zijn privé-leven misbruiken. En zo kunnen we doorgaan … God wil dat het goede niet alleen verteld, maar ook gedaan wordt. Dat is een uitdaging voor elke christen, niet alleen voor de Kerk in zijn geheel. Als we daar echt willen naar streven, kunnen we het misschien in ons gebed voorleggen aan God en Hem vragen ons te steunen in onze pogingen om te doen wat we verkondigen. We weten gelukkig dat Hij ons kent en begrip toont voor ons falen, maar dat mag geen excuus zijn om het toch maar niet te proberen … Doet u mee?