* De parabel van de twee zonen (Mt 21,28-32) is het embryo of minstens een korte variant van de uitgebreide parabel van de twee zonen bij Lucas, gekend onder de naam van de parabel van de Verloren zoon of van de Barmhartige Vader (Lc 15,11-32). De ene zoon zei nee, maar keerde ten slotte berouwvol op zijn stappen terug om te dienen. De andere zei ja, werkte dienstbaar op het land en in de wijngaard van zijn vader, maar kon zijn ja niet voltooien in het ja van de verzoening.
* Beide parabels herinneren aan de andere tegengestelde broederparen: Kaïn en Abel, Ismaël en Izaak, Ezau en Jacob. Maar ze waren nu duidelijk gericht tegen Joodse leiders ten voordele van tollenaars en zondaars. Jezus had de houding van inconsequentie bij de eersten herhaaldelijk veroordeeld: hun eerste ja aan de Wet was een nee geworden aan de diepere geest van de Wet.
1. Het verloochenen van het gegeven jawoord loopt door alle tijden.
-
De Joodse volksleiders van Jezus’ tijd hadden alom hun ja aan Gods Wet laten weerklinken. Doch een ja aan het hart van de Wet, de mildheid en de barmhartigheid, werd in hun levenstijl een nee. Johannes de Doper had in woord en getuigenis de weg van de gerechtigheid geduid, maar zij gingen eraan voorbij. Die mislukking komt in de het evangelie steeds weer naar boven: De rijke jongeling had de Wet naar de letter onderhouden, maar hij kwam niet tot de zelfgave die bevrijdt.
-
We kennen goed de jawoorden van mensen die ons in deze tijden veel beloven, politici voor de verkiezingen, en we ervaren de ware invulling ervan nadien. Maar denken we even aan ons eigen ja: ons ja in het vormsel gegeven, het ja in het huwelijk met de beloftes eraan verbonden, het ja van de ouders bij het doopsel van de kinderen; het ja van de wijdeling uitgesproken bij zijn wijding tot diaken en tot priester; het ja van de religieuze; het ja bij elke levenskeuze, bij elk engagement…
-
Ik denk aan het hoerageroep van priesters en leken bij de afsluiting van het Tweede Vaticaans Concilie: dat zou de overheerlijke toekomst worden van de Kerk. Dit ja was klaar tot wanneer velen het vertikten om het volk degelijk op de vernieuwing voor te bereiden. Terwijl de enen zich in eigen bekrompenheid verstarden, gingen anderen eigengereid concilie en geloof interpreteren naar eigen smaak. Niet alleen het feit van het secularisme, maar ook onze eigen ontrouw heeft de crisis gestimuleerd. Velen die eerst vlammend en vurig ja hebben gezegd en er een nee van maakten, hebben helaas - wellicht onbewust - veel bijgedragen tot de geloofsontreddering die we nu kennen.
* Er worden vele jawoorden uitgesproken als formaliteit, of onrijp en onverwerkt, ondoordacht en zonder eerst de ernst en de draagwijdte ervan te beseffen. Zij die van hun ja een nee gemaakt hebben moesten veelal nog een hele weg afleggen om tot een vol gedragen ja te kunnen komen.
2. Anderen hebben andersom hun eerste nee door een latere ja vervangen.
-
Jezus werd omgestoeid door zondaars die zich bekeerden. De zondige tollenaar Matteüs is apostel geworden. Zacheüs had zich eerst vastgebeten in de weelde van zijn woekerwinsten tot wanneer zijn ontmoeting met Jezus hem ja deed zeggen aan Hem. Daarom lezen wij dat zondaars, tollenaars en ontuchtvrouwen die zich bekeren, voorrang hebben in het Rijk Gods.
-
In dit Sint-Paulusjaar kunnen we de bekeerde Saul van Tarsus niet verzwijgen. Als gewiekste Farizeeër leefde hij naar de letter van de Wet, maar zei nee aan de ziel ervan. Na zijn bekering schreef hij aan zijn geliefde medewerker Timotheüs: “De Heer heeft mij vertrouwen geschonken door mij in zijn dienst te nemen, hoewel ik eertijds een godslasteraar was, een vervolger en geweldenaar. Maar mij is barmhartigheid bewezen, omdat ik, nog ongelovig, handelde in onwetendheid…” (1 Tim 1,12-16). En elders vervolledigt hij: “Door een genade van Gods ben ik wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet tevergeefs geweest…” (1 Kor 15,10). - De wildbras Augustinus, overgeleverd aan ambitie en begeerte, ging eindelijk walgen van zichzelf maar voelde zich wanhopig machteloos om zich te bevrijden. Dan hoorde hij plots in de tuin een kinderstem zingen: “Neem en lees”. Hij opende de brieven van Paulus en las: “(…) Bekleed je met de Heer Jezus Christus en koester niet langer zondige begeerten” (Rom 13,11-14). Later zal hij schrijven: “Sero Te amavi” (te laat heb ik U bemind). Het werd een geestelijk Concert van Buxtehude en Düben: “Te laat heb ik U liefgehad… Gij waart in mij en ik was buiten U… Gij waart met mij en ik was niet met U !… Gij hebt mij aangeraakt, en ik ben ontvlamd naar uw vrede !” (Conf. X,26,38). Het nee van Augustinus werd een volle jakreet vol blijdschap. - In de loop van twintig eeuwen christendom zijn de voorbeelden van zulke bekeerlingen ontelbaar. In de nieuwe communauteiten die zich vandaag profileren in de Kerk wekken zij vreugdevolle verbazing en hoop. Of mag ik de bekeerde Hamasleider Masab Yousef vermelden, die nu elke Palestijn christen zou willen zien ?
* Van nee naar ja. De kern ligt in de ommekeer van het hart. Wij zijn waard wat de intentie van ons hart waard is. Alleen uit het hart wordt de eerlijke daad geboren. Johannes de Doper preekte en beleefde de weg van de gerechtigheid, het leven in Gods wil. Onze test ligt in die gehoorzaamheid aan het Woord van God dat ons doet leven. Dit wordt het jaarthema van ons nieuwe pastoraal jaar. Laat uw hart luisteren naar Gods woord dat u omkeert en bevrijdt, dat u in beweging brengt.