Geen woorden maar daden (1996)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

DE OUDSTE EN DE JONGSTE

Jezus geeft de situatie schematisch weer. Twee zonen krijgen een opdracht van pa. “Willen jullie het gazon maaien?” De een, laten we zeggen de oudste, is het meest beleefd en zegt terstond “Ja hoor, dat doe ik wel.” De jongere broer is wat vrijpostiger; hij begint bij voorbaat al te protesteren: “Dacht je dat ik daar tijd voor had?” Een alledaagse situatie. Ongehoorzaamheid is van alle tijden.
Jezus vraagt nu onze aandacht voor het vervolg: hoe gaat dit verder? Op het beleefde antwoord of de brutale woorden kun je de zonen niet beoordelen. Je moet verder kijken: wat doen ze vervolgens? Want het kan best zijn dat de jongste met zijn grote mond een uur later toch denkt, “Ach, laat ik maar even een handje helpen.” En dat de oudste het beloofde karwei uitstelt tot morgen en van uistel afstel laat komen. Je zult toch moeten kijken naar wat ze doen en niet naar wat ze met de mond belijden.

ORTHOPRAXIE EN ORTHODOXIE

In de theologie hebben ze daar een paar dure woorden voor bedacht. Orthodox is iemand die recht in de leer staat, die met de mond de juiste woorden bezigt om zijn geloof te zeggen. “Orthoprax” is iemand die in zijn levenswandel rechte wegen gaat. Als God oordeelt over een mens en als er een discrepantie is tussen orthopraxie en orthodoxie, dan zal je handelen de doorslag geven. Dat is wat Jezus zegt: het komt er tenslotte op aan wat je gedaan hebt.
In de bijbelgroep kwam vervolgens natuurlijk het geloof van de zonen en dochters ter sprake. Een moeder zei over haar dochter: “Ze gaat niet meer naar de kerk, ja met Kerstmis misschien en als ze bij mij logeert. Ik vind dat jammer. Maar als ik zie hoe zij met de patiënten omgaat en hoe ze meeleeft en wat ze, ook na zes uur, voor hen over heeft, dan denk ik wel eens: je bent een goede meid.” Een andere ouder vulde aan: “Ja het doet zeer dat hij zijn kinderen nog niet heeft laten dopen maar als ik zie wat ie voor Greenpeace doet en hoe hij van dieren houdt en wat ie over heeft om de schepping in leven te houden, nou, petje af…” Een derde vertelde: “Ik vind het zo jammer dat ze niet meer bidden, dat zullen toch wel ooit heel erg missen, maar van de andere kant hebben ze twee Fosterparents-kinderen geadopteerd…”\

DAADWERKELIJK GELOOF ERKENNEN

Deze ouders formuleren exact het dilemma. Ze wegen het geloof van hun kinderen en ze constateren dat deze heel veel doen dat rechtstreeks voortkomt uit liefde en onbaatzuchtigheid, uit Gods Geest, terwijl ze met de mond dit niet als zodanig belijden.
Ik denk dat deze kinderen en ouders het slachtoffer zijn van een tragiek die zich in de godsdienstige wereld heeft voltrokken. Met alle goede bedoelingen zijn de gelovige christenen er niet in geslaagd om hun kinderen duidelijk te maken dat naastenliefde, offers voor armen, zorg voor zieken, eerbied voor de schepping, dat dat precies de kern is van het geloof. Dat is geen compensatie, dat is niet een goedmakertjes, dat is niet een verzachtende omstandigheid, maar dat is exact waar het op aan komt en waar het Jezus om ging. Van de kinderen over wie we spraken moet je niet zeggen dat ze ongelovig zijn hoewel daar iets goeds tegenover staat. Nee, je moet zeggen dat ze in hun levenswandel heel gelovig zijn, heel dicht bij het evangelie staan. Ze zijn die ene zoon uit Jezus’ verhaal, die luidkeels protesteert, die zijn vrijheid niet wil verliezen, die pa recht in het gezicht zegt: “Daar begin ik niet aan”, maar die vervolgens het gereedschap pakt en aan de slag gaat.
Dit gezegd hebbend blijft er een probleem. De ortopraxie mag dan het zwaarst wegen bij Jezus, je zou die orthodoxie toch ook graag in het spoor zien. Je zou zo graag zien dat jonge mensen aan hun evangelische instelling ook die naam zouden geven. Je zou zo graag zien dat zij hun eerlijke inspanningen door de kerk gehonoreerd zouden krijgen, dat zij zouden horen: jullie zijn op essentiële gebieden goed bezig. Als zij van de kerk, van ons, die bevestiging zouden horen, dan zou dat wellicht hun houding tegenover de kerk kunnen bevrijden.
Jezus heeft het protesterende kind begrepen. Hij wil wel een offer brengen, maar niet omdat het hem bevolen is; wel uit vrije wil.\

OVER KEES EN KEES

*Beste kinderen.
Kees was het moe dat iedereen hem maar aan het commanderen was. “Kees doe de deur dicht.” “Kees raap dat boek op.” “Kees doe die trui fatsoenlijk aan.” Hij wou ook wel eens commanderen en daarom noemde hij zijn hond ook Kees. “Kees ga zitten.”, riep Kees. “Hier komen Kees”, riep Kees nog harder.
Nou was het gekke met Kees, dat als je riep “Zitten”, dan ging Kees staan. En als je riep “Hier!” dan rende Kees weg. Niemand nam hem dat kwalijk, want honden hoeven geen Nederlands te kunnen verstaan.
Grote Kees had er iets op gevonden. Als Kees moest komen dan riep hij “Weg Kees!” en dan kwam Kees. En als Kees moest gaan zitten dan riep grote Kees: “Staan” en dan ging Kees zitten. Als Kees riep: “stil Kees” dan begon Kees te blaffen. De mensen die stonden toe te kijken die dachten: Wat een ongehoorzame hond, die luistert slecht naar zijn baas. Maar Kees wist wel beter, want je moet er niet op letten wat mensen zeggen, je moet er op letten wat ze doen. Het komt er voor Jezus vooral op aan wat mensen doen. Niet of ze goed praten maar of ze goed doen. *

Zoeken in Preken Online