DE OVEREENGEKOMEN CAO
Een interessant verhaal van Jezus. Een groep arbeiders krijgt uitbetaald. In hun CAO stond “één denarie, het gebruikelijke loon voor een dag werken. Normaal gesproken zouden ze hiermee uiterst tevreden en voldaan huiswaarts zijn gekeerd. Ze hadden hard gewerkt vanaf zonsopkomst, dat was het eerste uur, tot zonsondergang, dat is tegen zessen, het twaalfde uur. Normaal gesproken zouden ze voldaan met een denarie op zak naar hun gezin zijn gegaan, maar nu zijn ze kwaad. Ze voelen zich onrechtmatig behandeld. Ineens vinden ze die denarie belachelijk onderbetaald. Wat is er dan gebeurd? Wat heeft hun woede gewekt? Jezus bouwt de scene zorgvuldig op. Het lijkt wel alsof hij plezier heeft in het effect van zijn verhaal. Hij laat namelijk de rentmeester de opdracht krijgen om de uitbetaling in een ongebruikelijke volgorde te doen. Hij moet beginnen met de arbeiders die pas in de late middag zijn gecontracteerd. Die moet hij een denarie geven. Dan die van het middaguur en vervolgens de werkers van het eerste uur. Was de rentmeester begonnen bij degenen die de hele dag gezwoegd hadden, dan was iedereen tevreden heen gegaan. Maar nu hebben de harde werkers gezien hoe de deeltijdbaners een hele denarie kregen. En nu hebben zij zich verheugd op m‚‚r. Ineens is het overeengekomen loon niet meer genoeg. Jezus wil zeggen: er zijn mensen die genoeg toebedeeld hebben gekregen om gelukkig te zijn. Toch zijn ze het niet. Ze menen te zien dat anderen iets cadeau krijgen, dat het anderen makkelijker afgaat, dat anderen meer hebben en nu zijn ze met hetzelfde geld ongelukkig. Met andere woorden, mensen die hun eigen situatie afgunstig vergelijken met anderen, die komen licht in de hoek van de ontevreden mopperaars terecht. Het onvermogen van mensen om zichzelf te zijn, om zeker van zichzelf te zijn, ook zonder zich voortdurend te meten aan anderen, dat maakt hen ongelukkig.
BOOS OMDAG GOD GOED IS
Jezus was ze zelf tegengekomen, die ontevreden jaloerse lieden. Ze waren boos op hem geworden. Ze vonden dat hij te genadig omging met zondaars, met joden die de wetten niet zo nauw namen, de werkers van vijf uur. Als God hen genadig was, hoeveel hoger zouden zijzelf dan tronen in de ogen van de Almachtige? Aan hen geeft Jezus duidelijk antwoord: “Waarom zijn jullie boos als God goed is voor anderen? Ben blij met de overeengekomen denarie!”\
TEVREDEN PATIËNT
Een man lag in het ziekenhuis. Hij was ernstig ziek. Dat wist hij ook. Ik informeerde naar zijn toestand. Hij glimlachte onmachtig maar zei: “De verzorging is uitstekend hier. Er zijn hier hele lieve zusters en het eten is meer dan uitstekend. Ik kan me ergeren”, hij glimlachte verontschuldigend, “ik kan me ergeren als ik mensen hoor mopperen en klagen. Ze moesten eens weten hoe goed ze het hebben. Weten ze dan niet dat er op aarde vele miljoenen zieken zijn en dat de meesten in een verlaten hut weg creperen, zonder zorg, zonder hulp, zonder hoop?” Zijn woorden maakte indruk omdat ze doorleefd waren. Hij zei ook precies wat Jezus met de parabel bedoelde. Mensen die uit onzekerheid, uit afgunst hun eigen lot voortduren vergelijken met degenen die het beter hebben of lijken te hebben, die worden zuur en bitter. Maar mensen die vol mededogen ook omzien naar wie een veel slechter lot getroffen heeft, die zullen eerder tevreden en gelukkig zijn.\
VREDESZONDAG
Het is vredeszondag. Vrede wordt gesticht door mensen die vrede hebben met hun eigen lot, die hun eigen lot kunnen vergelijken met dat van vluchtelingen, met dat van werkelozen, met dat van vereenzaamde familieleden, met dat van zwerfkinderen en al die velen die onderbedeeld zijn met goederen en gezondheid. Vrede sticht wie zijn blik genadig laat rusten op hun lot. Vijandschap en oorlog stichten degenen die vol afgunst alleen willen omzien naar hen die meer hebben. Oorlog voeren degenen die de werkers van de namiddag hun extraatje niet gunnen. Vrede stichten is een mentaliteit die diep in het hart van ons geloof wortelt. Ze wordt gevoed door onze directe houding tot mensen in de omgeving, maar ze strekt zich uit in zorg om deze aarde en die haar bewonen.\
DE KONIJNTJES VAN DOMINIQUE EN DIANA
*Lieven kinderen,
Veronique en Diana kenden elkaar niet. Ze woonden ook een heel eind uit elkaar. Ik kende ze wel, en ik wist dat ze allebei in de vakantie een konijntje hadden gekregen. Nu was het gekke: Veronique was dolgelukkig met haar konijntje en Diana niet. Hoe kan dat? Het waren allebei ongeveer even lieve konijntjes en Diana hield van dieren net als Dominique, en toch was Diana ongelukkig. Hoe kan dat? Nou, Diana had een buurmeisje, Petra. Petra had een pony in de wei van haar oom. En iedere keer als Diana haar lieve konijntje zag dan dacht ze: “Jij bent aardig maar je bent geen pony, veel te klein en veel te dom en ik kan niet op je rug zitten” en Diana kreeg tranen van boosheid in de ogen. Maar Dominique had een buurmeisje Irma, en die had alleen maar een goudvis, en telkens als Dominique haar konijntje zag zei ze: “Jou kan ik tenminste aaien en je bent warm”, en ze streek haar wang over zijn vacht en hij deed zijn oogjes even dicht. Dus: met hetzelfde konijn kun je gelukkig of ongelukkig worden, dat ligt er maar aan met wie je jezelf vergelijkt! *