25e zondag door het jaar A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Lieve mensen,

een tijdje geleden hoorde ik over een klusjesdienst opgestart in het Leuvense. Een geslaagd experiment. Mensen die overal uit de arbeidsboot vallen omdat ze te oud zijn of niet de vereiste diploma’s hebben, noem maar op, worden gevraagd, tegen een vergoeding bovenop de werkloosheidsuitkering, allerlei zinvolle klusjes te doen die in het normale arbeidscircuit onbetaalbaar zijn geworden. Eén van de initiatiefnemers getuigde: “Toen we aan een vrouw vroegen om bij ons te komen werken, klaagde ze voortdurend over hoofdpijn en vroeg ze in eerste instantie om toch niet teveel uren te moeten werken. Nu, een paar maanden later is ze heel opgewekt en enthousiast. We herkennen haar niet meer. Ze maakt zichzelf opnieuw op en heeft zelfs extra uren bijgevraagd.” Volgens mij een prachtige illustratie van de parabel die we zopas gehoord hebben. Werkers van het elfde uur, ze zijn in grote getale aanwezig in onze samenleving. Het zijn die mensen die zeggen: “niemand heeft ons gevraagd; men ziet ons niet staan; we vallen overal buiten.” Heb jij ook dat gevoel ? Heb jij dat ook al eens meegemaakt ?

Er wordt een feestje georganiseerd en iedereen is uitgenodigd behalve jij; je bent toch geen aangenaam gezelschap. Het kan niet anders of mensen in onze Kerk moeten ook wel eens dat gevoel hebben van er niet bij te horen: de drempel is te hoog; we beantwoorden niet aan dat beeld van “de goede katholiek” of “de echte gelovige” en gefrustreerd blijft men achterwege. Het is typisch voor onze hele samenleving die mensen eerder ‘uitsluit’, dan ‘insluit’. Je moet aan dit of dat profiel beantwoorden; je moet zo’n diploma hebben of zo’n gevulde bankrekening of je hoort er niet bij. We kunnen dit allemaal wel illustreren met één of ander voorbeeld. Ook in Jezus’ leven vinden we hiervan tal van voorbeelden. Maar het is precies Jezus, die zoveel uitgesloten mensen, zoveel werkers van het elfde uur heeft genezen, bevrijd en opnieuw een plaats gegeven in de Joodse gemeenschap. Bij Jezus hebben ze ervaren dat zij erbij hoorden, helemaal, mèt hun verleden en mèt hun toekomst. En dan is de grote vraag:

mag je van christenen niet verwachten, mag je van de Kerk niet verwachten dat zij de voortrekkers zijn van een “grote beweging van insluiting”. Vaak heb ik het gevoel dat we als Kerk sterker zijn in het uitsluiten van bepaalde mensen of groepen eerder dan in het zoeken om hen bij ons te houden of terug op te nemen. Allerlei principes en regels, bedoeld om de geloofsleer zuiver te houden, kunnen mensen soms het gevoel geven: jou hebben we niet meer nodig, je hoort er niet meer bij … en dat vind ik jammer. Welke boodschap geven we bijvoorbeeld aan echtgescheidenen, holebi’s of simpelweg ook aan de gewone man in de straat, de jeugd … Wanneer mensen dan gefrustreerd buiten de kerkboot vallen, is het zo moeilijk ze nog op te vissen. We moeten natuurlijk niet onszelf verkopen of op de knieën gaan vallen om mensen malgré bij ons te houden maar we moeten ook niet angstvallig onze zogenaamde identiteit hoog houden. Want wat is eigenlijk onze christelijke identiteit ? Wel juist dat wat we vandaag bij wijze van een parabel horen: aandacht hebben voor de zogenaamde werkers van het elfde uur. Mensen die uit de boot vallen (ook de onze !) opnieuw zeggen: “mens, voor mij hoor jij er wél bij want voor mij ben je wel de moeite waard.”

En dat dit kan klinken als een moeilijke, haast onmogelijke opdracht weet ik ook wel.

Want net zoals in de parabel komt er nog iets anders bij kijken: de eersten hebben het moeilijk met de laatsten. Er is zo weinig solidariteit tussen de arbeiders in de wijngaard. Wie onder ons zou niet op dezelfde manier reageren ? Altijd opnieuw zie je jaloersheid en rivaliteit de kop opsteken; het is zo menselijk: je collega krijgt promotie; jij voelt je gepasseerd en dus kan je geen proficiat over je lippen krijgen. Of de vrijgevigheid van de grootouders voor de kleinkinderen wordt met argusogen bekeken. Het zou ook niet de eerste keer zijn dat de verdeling bij een erfenis voor ruzie zorgt. Altijd opnieuw moet alles afgewogen worden op de balans van de gelijkheid. En toch moeten de eersten uit de parabel niet klagen want ze kregen wat was overeengekomen. Waar knelt dan het schoentje ? We hebben blijkbaar problemen met een God die met heel andere maatstaven werkt dan wij mensen. Dat God blijkbaar goed is voor iedereen; aandacht heeft voor de laatsten en de eersten, daar kunnen wij niet altijd bij. Ben je kwaad omdat ik goed ben, horen we de landeigenaar vragen. Wel, laat deze parabel voor ons een uitdaging zijn. We moeten leren aanvaarden dat we God niet voor onze kar kunnen spannen. En laat dit terzelfdertijd een oproep zijn om te proberen “zo goed als God te zijn”.

Zoeken in Preken Online