Het evangelie van vandaag is een parabel in de echte zin van het woord, want het verhaal roept weerstand op, ook bij ons als we durven eerlijk zijn.Want hetgeen in deze parabel gebeurt overstijgt onze boekhoudkundige moraal “voor wat hoort wat”, ons gevoel van rechtvaardigheid. En toch mogen we ook in dit evangelie, in dit stukje Blijde Boodschap vreugde vinden omdat God rechtvaardig is. Zijn rechtvaardigheid is echter meer dan “boekhouden”, in Gods gerechtigheid krijgt ook de liefde en barmhartigheid een plaats. En zo kan het dat er vreugde is wanneer iemand “ja” zegt aan God, zelfs al is dit maar heel laat in zijn of haar leven.
Laten we dit verhaal even hertalen naar deze tijd. Iemand die zich al van jongsaf aan inzet voor de Kerk heeft even veel recht op Gods liefde als de turbulente levensgenieter die nooit gebeden heeft of een voet in de kerk zette, maar die zich bekeert op zijn sterfbed. Dat klinkt onrechtvaardig in onze oren, maar toch is het goed nieuws. Iemand die in zijn jeugd al het geloof ontdekt heeft als een kostbare schat in zijn leven, kan daar een gans leven lang kracht en liefde uit putten.Als je een gans leven mag leven als een door God beminde ga je toch niet jaloers zijn op iemand die dat misschien maar enkele dagen mag ervaren? Integendeel, je zal eerder medelijden hebben. Een echte gelovige vindt zijn geloof van dergelijke onschatbare waarde dat hij zal proberen dit uitnodigend door te geven aan anderen. En hij zal blij zijn als iemand die uitnodiging aanneemt. Ons geloof is namelijk geen privé-bezit, integendeel, het nodigt ons uit met anderen op weg te gaan. Dit evangelie stelt ons eigenlijk de vraag wat geloven betekent voor ons.Geloven wij om onszelf een plaatsje te reserveren in het leven na de dood? Gaan wij ter kerke omdat God ons zou liefhebben? Of geloven wij omdat we zo gegrepen zijn door Gods liefde dat we proberen ze te beantwoorden? Kort gezegd: geloven wij omwille van God of omwille van onszelf? Het is maar door te geloven omwille van God dat we de echte vreugde van ons geloof zullen ontdekken. Onze maatschappij, soms zelfs onze vrienden en familie, vragen elke dag opnieuw dat we onszelf bewijzen. Het leven van de eenentwintigste eeuw schreeuwt om presteren. Zo is het niet bij God: voor God moeten we ons niet bewijzen, Hij houdt van ons zoals we zijn.Wij kunnen Gods liefde (geen enkele liefde trouwens) verdienen: ze is altijd geschenk, genade.Wie godgelovig wordt, op welke leeftijd ook, ontvangt dit geschenk. Het is maar als we geloven omwille van onszelf dat we daar jaloers zullen om zijn. Zit in die jaloezie trouwens geen angst? Zijn we niet bang Gods liefde te verliezen als er nog anderen bij komen? Is Gods liefde dan niet groter dan dat? Voelen we ons oncomfortabel als we zien dat Gods liefde niet meer afdwingbaar is door al ons werken dan bij iemand die zich op het laatste moment bekeert? Is liefde niet altijd een kwestie van geloven en vertrouwen, van ontvangen, zonder dat daar een reden voor is? Leven is ook aanvaarden dat we niet alles in handen hebben.
Als we jaloers zijn op anderen omdat zij ook delen in Gods liefde, laat ons dan in eigen hart kijken en ons afvragen met welk recht we Gods liefde opeisen. We doen misschien veel, maar altijd is het al een antwoord op Gods liefde die eerst is en die we dus nergens aan verdiend hebben.
Laten we bidden dat de vreugde om ons geloof onze liefde doet groeien opdat we ook blij zijn als anderen God in hun leven vinden als een onschatbare parel.
Evangelieprikje (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen