Iemand die grotere inspanningen levert, heeft recht op een betere beloning.
Zwaar of gevaarlijk werk moet beter betaald worden.
We vinden het normaal dat iemand die lang gestudeerd heeft en een hoog diploma heeft, recht heeft om zeer veel te verdienen. Dit zegt ons rechtvaardigheidsgevoel.
We hebben dan ook moeite met de man uit het evangelie. Die lijkt de klok helemaal achteruit te stellen.
Stel je voor: iemand die minder gedaan heeft, krijgt evenveel. Iemand die één uur gewerkt heeft, krijgt evenveel als iemand die de hitte van de ganse dag gedragen heeft. Dat strookt toch niet met ons rechtvaardigheidsgevoel en met onze levensfilosofie. Voor wat - hoort wat.
Inderdaad het klopt niet als we god maken naar onze mensenmaat. Maar daar is het Mattheus verhaal juist om te doen. God mag je niet maken naar je beeld en gelijkenis.
God ontsnapt altijd: Hij is groter dan ons hart. Of om het met woorden uit de eerste lezing te zeggen: Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten: mijn wegen niet uw wegen.
Zoals de hemel hoog boven de aarde is, zo hoog gaan mijn wegen uw wegen te boven en mijn gedachten uw gedachten.
In het Rijk Gods wordt niet enkel gehandeld volgens de normen van de rechtvaardigheid, gebaseerd op prestatie. In het Rijk Gods gaat het om gerechtigheid dit wil zeggen: ieder mens moet tot zijn recht laten komen.
Tot een volwaardige menselijke ontplooiing. Daar is het “goedheid” die de grondslag vormt.
Wij leven in een samenleving waar vaak alleen de sterken, de handigen, de bekwamen aan hun trekken komen.
Een samenleving waar het steeds dezelfden zijn die niemand gehuurd heeft. Die altijd de laatsten zijn. Die nooit aan de bak komen. Die er altijd buiten vallen.
Die wereld die beheerst wordt door de wet van de prestatie wil Jezus doorbreken met de wet van de liefde.
De liefde moet gelijk maken wat door de natuur ongelijk geschapen is. Wij worden nooit als gelijken geboren. De een heeft een goede gezondheid of een knap verstand mee gekregen, de ander niet.
De ene heeft het geluk om geboren te worden in het rijke Noorden, met vele sociale voorzieningen en onderwijskansen, de ander niet. Velen moeten zeggen: Niemand heeft ons gehuurd! Men spreekt op onze dagen over: “De overtollige generatie”.
Ook zij hebben recht op levenskansen en al wat nodig is voor een menswaardige ontplooiing. Een denarie was het loon nodig om een gezin te onderhouden.
Waarom zijt gij boos, omdat ik goed ben!
God meet niet naar prestaties: Hij handelt vanuit een ongekende goedheid.
Zo is God, zegt Jezus…. en zo moeten wij mensen worden.
Soms zijn wij " mensen" een beetje als die God uit het evangelie. Neem bv. een ouder: Waarom houdt hij van zijn kind.
- Omdat het goed presteert: zeker
-Omdat het zijn best doet: wellicht dan ook nog
Maar zelfs als het slecht presteert en zijn best niet doet blijft een ouder ervan houden: want het is zijn kind.
Zo is God, zegt Jezus; Hij houdt van de mensen omdat zij zijn kinderen zijn.
Waar zouden zieken, bejaarden of gehandicapten staan als men hen alleen zou behandelen naar hun prestaties: Toch nergens.
Gelukkig zijn ze omringd door mensen die voor hen zorgen en blijven zorgen ook al kunnen ze niets terug doen, ook al zijn ze ten laste. Mensen die handelen als de god uit het verhaal.
In een parochie is heel veel vrijwilligerswerk. Werk dat zomaar gebeurt, zonder vergoeding, zonder betaling. Het is goed dat wij dit blijven stimuleren in de buurt, in bewegingen en groeperingen. Misschien is de kerk daarin een goed tegenwicht tegen een maatschappij waar alles betaald moet worden. Vrijwilligers hebben iets van de goedheid van de man uit het evangelie. Iets doen voor anderen, zomaar, uit goedheid.