Beste dorpsgenoten,
Vandaag is het ziekenzondag, de dag waarop de organisatie De Zonnebloem aandacht vraagt voor zieken en ook voor het werk van de organisatie zelf. De eerste lezing, voorgedragen door Mevr. Korten, beschrijft een heel belangrijk aspect dat wij allemaal kunnen tonen in onze contact met zieken: aanwezig zijn, de zieke nabij zijn.
Het evangelie spreekt over vergeven. Een dubbelzinnig woord want vergeven of kwijtschelden kan ook betekenen: vergif toedienen en weggeven.
En we mogen ons voorstellen dat het verhaal over vergeven niet alleen een aansporing inhoudt die Jezus aan ons allemaal geeft en bovendien iets beschrijft van de parochie of het bisdom waar Matteüs, de schrijver van het evangelie, aan het hoofd stond. Er kunnen daar, juist zoals overal, dingen gebeurd zijn die onenigheid en ruzies veroorzaakt hebben. Vergeving schenken en krijgen kan dan een mooie oplossing zijn. In die zin spreken we zelfs over vergeven en vergeten. Opvallend is dat het woord vergeten niet valt in de evangelietekst..
Vergeven alleen is al moeilijk genoeg, zeker als we het verstaan zoals Jezus doet: " Vergeven, niet zevenmaal maar zeventig maal zevenmaal." Zeven is al een heilig getal, denk maar aan de zeven dagen van de schepping, de zeven dagen van de week, de zeven sacramenten.
Wat moet zeventig maal zeven maal dan wel niet betekenen, dat gaat alles te boven, alleen God is daartoe in staat!
Het is niet zo eenvoudig dat vergeven. Echt vergeven kan zelfs heel gevaarlijk zijn: dat leert ons het verhaal dat we gehoord hebben. De man kreeg zijn hele enorme schuld vergeven. Je zou verwachten dat hij opgelucht zou zijn, dat hij dansend van geluk het paleis uit zou zijn gekomen. Dat geweldige vergeven had hem niets gedaan, in plaats van opgelucht te zijn stikte hij van woede en greep een collega bij de keel die hem een paar cent schuldig was.
Dus: oppassen met vergeven! Want wij kunnen wel iemand edelmoedig en christelijk vergeven, en hem toch achterlaten met de last van zijn eigen verleden. Die last blijft hem opvreten zoals blijkt uit het verhaal. Maar daar hebben wij dan niets meer mee te maken. Wij hebben vergiffenis geschonken!
Denk maar aan het oude biechten: de priester in het donker hokje zegt:“Uw zonden zijn u vergeven. Ga in vrede.” Is dat wel zo zeker dat je dan in vrede weggaat?
Vergeven wordt pas echt een geschenk, een vorm van geven, als de ander niet met de last van zijn verleden alleen wordt gelaten. De man uit het verhaal werd niet geholpen met het medelijden van de koning die hem zijn enorme schulden totaal kwijtschold.
In andere verhalen waarin verteld wordt dat Jezus iemand geneest, verloopt het proces anders: eerst geneest Jezus iemand van een kwaal of een ziekte en pas daarna zegt hij: “Uw zonden zijn u vergeven, gaat heen en zondigt voortaan niet meer.”
De poster met de twee handen laat ons zien hoe vergeven in zijn werk kan gaan.
Die twee handen zijn een moederschoot waaruit je telkens opnieuw geboren wordt, zeventig maal zeven maal als het moet, onschuldig, zonder schulden, zonder belastend verleden, zonder je zelf of die ander eeuwig verwijten te maken. Je hangt niet langer in zijn strop.
Die twee handen houden ook de ander vast, al doet hij in jouw ogen alles verkeerd. Alleen, jij hoeft hem niet meer naar de keel te grijpen, jij kunt hem met rust laten, jij kunt hem de ruimte geven tussen die twee handen, juist als je die zelf ondervindt. Dat ontbreekt namelijk in het vergeven zoals die koning dat doet. Dan kom je tot rust en zo ondervind je wat vergeven werkelijk doet. Je hoeft het onmogelijke niet op je eentje te doen.
Als we hier bij elkaar komen, dan is de boodschap van die twee handen: “Welkom, wees blij dat je er bij kunt zijn.”
Als we iets van die aard voelen, dan wordt vergeving ons deel, voor onszelf en voor die ander, tot zeventig maal zeven maal toe!
Dat het zo moge worden.