Vergeven telkens weer, dat is de opdracht van het evangelie vandaag. Het ligt voor de hand dat iedereen, bij het horen van de lezingen, denkt aan de ouders van de vier meisjes in België. Hoe moeilijk klinkt die opdracht tot vergeving in die kontekst! Wij voelen in onszelf de woede over wat die kinderen en hun ouders is aangedaan door Dutroux. Hoezo vergeven?! “Ze moesten hem… ze moesten…!” is de primaire reaktie van woedende mensen op zo’n geweld. Hoe begrijpelijk, die uitingen van verdriet, machteloos heid en kwaadheid! Het zal je kind maar wezen! Het woord vergeving komt je bijna niet over de lippen bij zo’n gebeuren.
Het recht moet zijn beloop hebben, natuurlijk! Kwaad moet bestraft worden, natuurlijk! De samenleving moet beschermd worden tegen dit soort misdadigers, natuurlijk! Maar hoe veeleisend is de opdracht tot vergeving in dit concrete geval!
En toch! Om de spontane neiging tot wraak nemen bij mensen in te dammen, om bloedwraak te stoppen en over-reaktie binnen de perken te houden, om het menselijke verkeer leefbaar en menselijk te houden, heeft de bijbel van het begin af richtlijnen gegeven, hoe te handelen. De wet van Mozes “oog om oog, tand om tand”, hoewel vaak verkeerd verstaan, diende juist als norm voor vergelding. Straf was noodzakelijk, maar mocht het kwaad dat aangericht was, niet buiten proporties overstijgen. De straf moest in verhouding staan tot het kwaad. ‘Oog om oog,tand om tand’ was uiteraard een goed uitgangspunt voor de rechtzaal, maar vroeg nog om voltooiing.
Voor Jezus, die hoger mikt, op een liefdes-gemeenschap van broeders en zusters, was dit uitgangspunt ontoereikend. Voor een gemeenschap, die Hem voor ogen staat, is het ‘oog om oog’, ver- gelding op maat, niet voldoende. Voor de gemeenschap, die Hem voor ogen staat, durft Hij om vergeving zonder maat te vragen.
Het is de taak van de christen-gemeenschap om in onze verscheurde mensenfamilie een begin te maken met vergeving van dat kaliber. Wie zegt dat daar geen beginnen aan is, krijgt in de lezingen van vandaag repliek. Het moet! Het is wezenlijk! Hoe anders kunnen vicieuze cirkels van geweld doorbroken worden? Het is niet voor niets dat het in het Onze Vader een plek heeft: “Vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.” Het moet, want niet-vergeven, blijven haten en wrokken maakt niet alleen de ander kapot, maar ook jezelf; het vreet aan je leven.
Mensen leven nu eenmaal samen in allerlei verbanden: in huwelijk, in gezin, in familie, in vriendschappen, in buurten. Hoe gemak- kelijk kan daar niet een breuk ontstaan? Die vraagt om herstel, om heling. Vergeving betekent heil, zowel voor diegene die vergeving nodig heeft als voor diegene die vergeving schenkt.
Gemakkelijk is het niet, laten we eerlijk zijn. Geen enkele instinctmatige drang in ons zet ons aan tot het vergeven, laat staan tot het liefhebben, van wie tegen ons misdeed; eerder het tegendeel: “Ik ben wel goed, maar niet gek!”
Maar de gedachte tot vergeven, van liefhebben van de vijand, kan alleen maar opkomen bij iemand, die heeft geleerd de werkelijkheid vanuit het oogpunt van eigen zwakte, vanuit eigen falen te bekij- ken. Vandaar de rolverwisselingen in Jezus’ parabel: De schul- denaar is de zwakste, maar als hij nadien als schuldeiser weer de sterkste is, zou hij moeten blijven kijken met de ogen van de zwakste, omdat hij immers op zijn beurt tegenover God alweer in het krijt kan staan. Ieder van ons heeft op zijn tijd vergeving nodig; daar moeten we ons van bewust zijn. Dat geeft ons een houding van mildheid op het moment, dat de ander onze vergeving behoeft. Niemand kan de ander van harte vergeven, als hij niet eerst aan de andere kant gestaan heeft, als hij ook niet ooit met lege handen gestaan heeft en vergeving nodig had. Liefhebben van onze vijanden, vergeven van de ander die tegen mij misdeed, kan alleen maar opkomen bij hem/haar, die heeft ervaren hoe het voelt in de huid van de zwakste te zitten.
“Alles weten is alles vergeven” is een spreekwoord. Hoe ongelijk komen mensen in de wereld! Is ’t mijn verdienste,dat ik uit liefde mocht geboren worden als kind van goede ouders? Wat is de schuld van iemand,die een ongelijke start heeft gehad en de fout in gaat? Het schuldige zit hem ook in de onmogelijke situatie, waarin de persoon terecht gekomen is. Als men geld schuldig is, dan is dat te meten en een keer op te lossen. Maar iemand, die stomdronken achter het stuur kruipt en ’n kind dood rijdt, zit klem. Uit die situatie is niet meer uit te komen; zo iemand heeft geen recht om vergiffenis te krijgen; hij heeft geen been om op te staan; hij heeft geen enkel argument om zich te rechtvaardigen; hij kan niets doen om het goed te maken; hij staat met volkomen lege handen, helemaal in de schuld, totaal aangewezen op genade of ongenade van de andere partij.
Dan komt het er echt op aan, of beide partijen de creativiteit kunnen opbrengen om die patstelling te doorbreken. Vergeving is niet goedkoop voorhanden, is niet af te kopen met een plantje. Er is meer voor nodig; het is scheppingswerk… uit het niets. Als de schuldige voor zichzelf en voor de andere partij weet te erkennen, dat hij zich in een onmogelijk positie heeft gewerkt; als hij tot op de bodem van zijn schuld is afgedaald, dan pas kan de ander zijn hand uitsteken en hem zijn schuld vergeven.
Het kan! We kunnen boven het ‘oog om oog’ uitstijgen. En waar zoiets moois gebeurt, ontstaat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Het kan!
Vergeven is scheppingswerk (1996)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen