23e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

Als uw broeder gezondigd heeft, schrijf hem niet meteen af maar probeer hem weer op het rechte pad te krijgen. Dat is de boodschap van het evangelie van vandaag. Mensen die verkeerd gehandeld hebben op welke manier ook moet je proberen te helpen om hun leven weer op orde te brengen. En de eerste manier om dat te proberen is een gesprek onder vier ogen, zo zegt de eerste regel van het evangelie. Dat klinkt heel mooi, maar kunnen we dat opbrengen? Meestal zijn we heel goed in het veroordelen van anderen, we steken heel gemakkelijk een beschuldigende vinger uit naar degenen die een scheve schaats gereden hebben. Maar zo iemand proberen te helpen en zeker in een persoonlijk gesprek, dat is, denk ik, voor de meesten van ons een brug te ver.
Pater Jan van Kilsdonk die pas is overleden en vooral in Amsterdam een heel bekende figuur was, heeft eens gezegd: “Schuldigen zijn niet te bekeren door ze te beschuldigen maar alleen door ze te eerbiedigen. Nooit is iemand zijn schuld te boven gekomen als hij werd beschuldigd.” Dat is een ware en zinvolle uitspraak maar in de praktijk van het leven wordt dat vaak vergeten. Meestal blijven we steken in beschuldigen en veroordelen, en heel vaak praten we daarbij anderen na, soms weten we amper waar het over gaat. Als we alle achtergronden van iemands leven zouden kennen, dan zouden we waarschijnlijk ook heel wat milder zijn in ons oordeel.
Een Amerikaanse rechter zei eens over zijn werk: In mijn hart voel ik vaak medelijden met de mensen die ik volgens het wetboek van strafrecht moet veroordelen. Natuurlijk wil ik hun daden niet goedpraten, maar dat zij ontsporen heeft meestal te maken met allerlei negatieve ervaringen in hun jeugd, aan allerlei omstandigheden waar ze zelf geen schuld aan hebben.
Die rechter vertelde over een man die een moord begaan had, en volgens het boekje moest de rechter de doodstraf uitspreken. Maar, zo zei hij, ik had liever zijn ouders gestraft die hem al heel jong in de steek hadden gelaten. En ik had liever de leerkrachten van de school gestraft omdat ze hem alleen maar zagen als een grote lastpost en nooit een vinger uitstaken om zijn leven op een ander spoor te zetten.
Van Jezus is bekend dat hij omgang had met zondaars en tollenaars en dat de brave burgers zich daaraan ergerden, die konden alleen maar een beschuldigende vinger uitsteken naar die slechteriken, waar zij zich ver boven verheven voelden. Jezus keurde het gedrag van die slechteriken niet goed, maar hij probeerde hen te helpen om een beter leven te gaan leiden.
We kennen het verhaal van de overspelige vrouw, die volgens de brave farizeeën gestenigd moest worden. Maar Jezus zei: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. En tegen de vrouw zei hij: ook ik veroordeel je niet, ga in vrede en zondig niet meer.
Die houding van welwillendheid jegens onze zwakke broeders die verkeerd gehandeld hebben, vraag hij ook van ons. Maar in de praktijk van het leven is dat misschien wel het moeilijkste wat van ons gevraagd kan worden. Zolang het gaat om misdaden die ver weg gebeuren, dan liggen we er niet van wakker. Maar als we zelf van heel dichtbij gekwetst of beschadigd zijn, door iemand uit onze omgeving, iemand die we kennen, dan is vergeven en helpen meestal een bijna onmogelijke opgave.
Er zijn natuurlijk wel situaties waarin er voor ons niets te helpen valt, dan kunnen we niets anders dan vanaf een grote afstand toekijken. Wat we in die ver-van-mijn-bed situaties wel kunnen is heel terughoudend zijn in ons oordeel, en anderen niet napraten in hun beschuldigingen en veroordelingen. Maar als we wel iets zouden kunnen doen, misschien ook in de vorm van een gesprek onder vier ogen, dan blijven we toch vaak op een afstand toekijken. Dat vinden we veiliger voor onze gemoedsrust. In concrete omstandigheden is dat dikwijls heel begrijpelijk, en toch, als we de weg van Jezus’ blijde boodschap willen gaan, moeten we daar toch wel eens over nadenken.

Zoeken in Preken Online