Ik heb bij een huwelijksmis wel eens tegen het bruidspaar gezegd: ik hoop dat jullie af en toe onenigheid hebben. Dan zie je de moeders heel verbaasd kijken: hoe kan hij dat nu zeggen! Toch denk ik dat het een heel gezonde wens is. Als mensen samen het leven delen en er is nooit of te nimmer een moment van onenigheid, dan klopt er iets niet. Dan wordt er niet echt geleefd. Dan zijn die mensen niet helemaal zichzelf.
Overal waar mensen samen leven of samen werken, daar is wel eens wat loos. Mensen zijn nu eenmaal allemaal verschillende karakters, met verschillende ideeën en voorkeuren. En mensen zijn ook allemaal onvolmaakte wezens, die dus wel eens fouten maken. Overal hapert het wel eens, overal botst het wel eens. Dat is de meest normale zaak van de wereld. Als dat helemaal niet gebeurt, dan klopt er iets niet.
De grote vraag is wel: hoe gaan we ermee om? Dat er onenigheid kan zijn / moet zijn tussen mensen, ook tussen gezinsleden, dat er wel eens woorden vallen dat is een heel gewoon, dat is onvermijdelijk. Maar als er in een gezin dagelijks de verwijten door de lucht vliegen, als er dagelijks knallende ruzies zijn tussen vader en zoon, tussen moeder en dochter, of ook tussen de ouders onderling, dan wordt het een heel kwalijke zaak: want dan luisteren mensen niet meer naar elkaar, dan wordt een woordenwisseling of ruzie niet meer uitgepraat en bijgelegd. Dan kan er, soms ongemerkt, een verwijdering groeien die de gezinsband kapot maakt.
Gelukkig kan er in de meeste huwelijken en gezinnen best eens iets mis gaan, zonder dat het blijvende beschadiging aanbrengt omdat er toch eerlijk gepraat kan worden, en misschien nog belangrijker: omdat er toch steeds naar elkaar geluisterd kan worden, in een gesprek onder vier ogen, of in ieder geval binnen het gezin. Waar dat kan, komt het praktisch nooit tot ernstige problemen.
Wat voor een gezin geldt dat gaat ook op voor alle vormen van samenleven: in een dorp, in een buurt, in verenigingen, ook in de kerk en in een parochie. Altijd en overal zal er wel eens een flinke onenigheid zijn, zowel over de theorie als over de praktijk van leven, over werken en over geloven. Dat hoort gewoon bij het leven. Altijd en overal zijn er wel mensen en situaties waar je je aan ergert. Dat is in onze wereld gewoon onvermijdelijk. De grote vraag is: hoe gaan we ermee om?
Hangen we meteen alles aan de grote klok, bazuinen we onze kritiek, onze ergernis, onze veroordeling meteen overal rond? Worden het luidruchtige scheldpartijen of wordt het uitgebreid kletsen achter iemands rug om? Of hebben we de moed om dingen in een persoonlijk gesprek uit te praten, of in elk geval dat te proberen? En als ik zeg: een persoonlijk gesprek, dan bedoel ik niet een houding van: ik zal hem wel eens goed de waarheid zeggen, ik zal het wel eens goed onder zijn neus wrijven. Dan bedoel ik een gesprek waarin geluisterd kan worden, waarin de ander de kans krijgt zich te verdedigen of te verantwoorden.
Dan zou het al wel eens kunnen zijn dat je je blijkt te ergeren aan niets, dat je dingen verkeerd geïnterpreteerd blijkt te hebben. Dan zou het wel eens kunnen gebeuren dat je zegt: ik keur het niet goed, maar nu ik de achtergronden ken, kan ik het wel begrijpen. Dan kan het gebeuren dat je samen een streep kunt zetten onder het gebeurde en dat je samen herhaling kunt voorkomen. Het kan natuurlijk ook gebeuren dat je er samen niet uitkomt, en dan kan een neutrale derde of iemand van een hulpverleningsinstantie van grote hulp zijn.
Dat kan. Maar vaak is het dan toch te laat en zijn relaties niet meer te repareren, omdat men in feite niet meer kan praten met elkaar en erger nog: niet meer kan luisteren naar elkaar.
Te vaak wordt er dan eindeloos gepraat over de ander, te vaak wordt zaken dan onnodig opgeblazen. En dan wordt luisteren naar de ander praktisch onmogelijk Ik denk dat er heel wat minder verstoorde verhoudingen zouden zijn als er wat minder tegen elkaar geschreeuwd werd en wat meer naar elkaar geluisterd, als er wat minder over elkaar gesproken werd en wat meer met elkaar.
23e zondag door het jaar A (2002)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen