Misschien hebt u het wel eens meegemaakt: dat u zichzelf buitengesloten had, of uzelf buitengesloten vond: thuis komen en merken dat je geen sleutels bij je hebt, of even naar buiten en de deur valt achter je in het slot. Dan sta je voor je eigen huis en je kunt er niet in. Dat kan letterlijk gebeuren maar soms ook in figuurlijke zin.
Je hebt mensen die niet meer bij zichzelf binnen kunnen komen, en zich daarom ook niet thuis voelen in zichzelf. Dan kan zijn vanwege psychische of emotionele problemen. Dat is net zoiets als voor de deur van je eigen leven staan en niet binnen kunnen komen omdat je de sleutel kwijt bent. En dan is het voor hen te hopen dat ze iemand treffen die hen helpen die sleutel weer te vinden, die sleutel tot zichzelf, opdat ze weer thuis raken in zichzelf.
Met mensen die zo opgesloten raken, hebben we meestal medelijden. Maar het kan ook andersom zijn: mensen die ingesloten zijn in zichzelf en niet naar buiten kunnen komen. Dat is net zoiets als in een ruimte bezig zijn en de deur valt in het slot, of iemand doet de deur op slot en de sleutel zit aan de buitenkant, je kunt er dus zelf niet bij, je zit gevangen, ook al wil je dat helemaal niet. Ook hier kan het gaan om psychische en emotionele problemen, waardoor iemand niet meer vrij naar buiten kan treden.
En ook dan is het te hopen dat er iemand is die de deur open doet, zodat ze weer gewoon kunnen leven. En met mensen die op deze manier gevangenen zijn van zichzelf hebben we ook meestal best medelijden. Maar dat binnengesloten zitten, dat gevangene zijn van jezelf, in een situatie zitten waardoor je niet echt vrij bent, kun je ook toepassen op een hele andere groep mensen: op mensen namelijk die misdaden begaan of begaan hebben.
Ik kan me voorstellen dat dit even vreemd klinkt: over misdadigers spreken als over gevangenen van zichzelf of hun verleden, alsof ze niet echt vrij zijn in hun verkeerde handelen, alsof ze niet anders kunnen. Dit is natuurlijk een heel moeilijk terrein, een schemerig gebied dat heel wat vragen oproept, en zeker ook heel veel weerstand.
Als wij mensen verkeerde dingen zien doen, dan is onze eerste gedachte zeker niet: och arm, daar kan hij ook niets aan doen. Hij is ook maar een slachtoffer van zijn verleden of zijn omgeving. Dan hebben we echt geen gevoel van medelijden. Nee, we spreken een oordeel uit en we roepen om straf. Heel normaal, heel menselijk. Het zou raar zijn als het anders was. En toch is het goed om eens aan die andere kant te denken.
Als mensen kwaad doen is het echt niet altijd alleen maar onwil of moedwil, heel vaak zit het ook iets in van onmacht. Ze willen vaak wel goed leven maar het lukt ze gewoon niet. Wie als kind mishandeld is door zijn ouders, of erger nog, misbruikt, is later niet in staat als ouder echte liefde te geven aan zijn kinderen. Wie opgroeit in een gezin waarin stelen de gewoonste zaak van de wereld is, daar mag je niet van verwachten dat hij later altijd eerlijk is.
Als een kind geen goed en geborgen thuis vind, en al vroeg meer op straat leeft dan thuis, dan is het niet vreemd als hij op het verkeerde pad terecht komt. Als een jongere verkeerde vrienden krijgt, voor wat voor reden dan ook, dan wordt hij, zeker ook vanwege hun sterke groepscultuur bijna automatisch meegezogen in het doen van dingen die niet mogen.
Meestal staan we niet bij stil bij dit soort achtergronden: we kijken meestal alleen naar de feiten, de dingen die gebeuren, en daarop veroordelen we de dader, en meestal is ons oordeel hard.
Maar in het evangelie klinkt al een heel andere geluid. Als je broeder gezondigd heeft, zegt Jezus, ga eens met hem praten. Ook degene die verkeerd gehandeld heeft is een broeder of zuster van je.
Wij zien een crimineel meestal als een soort vijand, en een vijand moet verslagen worden, de gevangenis in. In Jezus’ ogen is het iemand die geholpen moet worden. Ga eens met hem praten, zegt Jezus, eerst alleen, dan met anderen, probeer hem te overtuigen dat hij verkeerd doet, probeer de deur van zijn leven open te maken. Van straf, in welke vorm ook, wordt geen enkele misdadiger beter, meestal juist het tegenovergestelde.
Begrijp me goed, ik wil er echt niet voor pleiten om gevangenisstraffen maar af te schaffen. Ik wil er ook niet voor pleiten dat we die lui maar hun gang moeten laten gaan, omdat ze er niets aan zouden kunnen doen. Ik denk niet dat we zo gemakkelijk medelijden met hen zullen hebben, ofschoon, als we ieders levensgeschiedenis helemaal zouden kennen, zouden we misschien toch een heel eind in die richting komen. Maar het evangelie vraagt toch dat we ook die mensen proberen te zien als mensen die hulp nodig hebben. Misschien kunnen wij zelfs de sleutel zijn die de deur van hun leven open zet.
23e zondag door het jaar A (1999)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen