23e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

Preek 4 september 2011

Mattheus 18, 15-20

Vermanen, berispen, verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van je naaste: dat is het onderwerp van de lezingen van vandaag. Jezus vraagt dit heel bewust te doen in kleine groepen. Ons leven speelt zich ook vooral af in kleine hartelijke relaties. In de massa lopen wij zo gemakkelijk verloren. Een samenleving die het gezin centraal zet heeft meer kans op slagen. Voegen we daar de christelijke naasteliefde aan toe dan zijn we heel goed bezig!

In het gezin zijn er de natuurlijke relaties die vertrouwen geven. Er zijn eerst de partners die als het goed zit voor elkaar kiezen in goede en kwade dagen. Ik denk dat in een goed huwelijk heel veel gepraat wordt. Een verkeerde keuze uitpraten hoort daar zeker ook bij, zolang het gedaan wordt in wederzijds respect.

In een gezin herkennen we het gevoel van broer, vader of zoon te zijn of zuster, moeder en dochter. Opvoeden of opgevoed worden! Vandaag krijgen we duidelijke richtlijnen mee met heel concrete tips over hoe we het kunnen aanpakken als het fout gaat. In een wereld waar egoïsme als normaal beschouwd wordt, blijft voor ons de rode draad, de naasteliefde. Een gezin heeft echter ook duidelijke lijnen nodig om niet uit elkaar te vallen.

Vandaag willen we graag geloven dat we aangesteld worden als rechter voor onze medemens.

Ik vind het soms grappig te zien hoeveel energie de mensen in het verkeer steken om andere mensen te wijzen op hun fouten. Terwijl zij dikwijls zelf het niet eens zo nauw nemen met de verkeersregels. Jezus had daar 2000 jaar geleden al over gesproken, herinnert u nog zijn uitspraak:

Waarom kijkt u naar de splinter in het oog van een ander, en merkt u de balk niet op in uw eigen oog?

Het gezegde “Oordeel niet en je zult niet veroordeelt worden” is hier ook op zijn plaats. Laat ons in alle bescheidenheid en op een serene manier andere beoordelen als het dan toch echt nodig is.

In de eerste lezing worden we gewezen op onze verantwoordelijkheid als christenen ten opzichte van onze medemens die in de fout gaat. Dit is een heel moeilijk onderwerp en vraagt dan ook de hoogste discretie. Anderzijds mogen we onze ogen niet sluiten voor het kwaad. Stel dat we weten dat er in een gezin kinderen worden mishandelt. Dan zal het voor ieder van ons duidelijk zijn dat we moeten reageren.

Jezus heeft zelf zo dikwijls gekozen om niet te veroordelen, ook wanneer het fout was. Denken we aan zijn uitspraak: Wie zonder zonden is werpe de eerste steen.

Of na de zware mishandeling op het kruis. Vader vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen.

We kunnen, zoals we nu doen in Jezus’ naam samenkomen om elkaar al biddend vergiffenis te vragen en te schenken voor wat we verkeerd hebben gedaan.

Jezus verzekerde dat in de hemel wordt bezegeld wat wij op aarde binden en ontbinden. Dat is straffe taal. Een menselijke schuld is pas echt vergeven als God ze vergeeft. Maar zonder ons wordt zijn vergeving niet effectief, mensen voelen de vergiffenis niet. Als we een broeder of zuster zijn of haar schuld niet vergeven, zetten we Gods barmhartigheid schaakmat.

Maar we roepen dan ook zijn oordeel over ons af als we in het “Onzevader” bidden ‘vergeef ons onze schulden zoals wij anderen hun schuld vergeven’.

Laten we alles doen om te voorkomen dat we het “ Onzevader” niet meer durven bidden

Tot slot als ‘vermanen’ niet wil zeggen: ‘Ik zie u graag’, dan zijn we niet goed bezig.

Zoeken in Preken Online