21e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Vandaag krijgen we een sleutel aangereikt om Jezus te herkennen. Het gesprek tussen Jezus en Petrus openbaart ons de zending van Christus én de zending van de apostelen en alle leerlingen in hun voetspoor. Met de belijdenis die Petrus doet, krijgt hij een verantwoordelijkheid van Jezus mee om te binden en te ontbinden.
Wij willen in het voetspoor van Petrus belijden dat Jezus van Nazareth de Christus is, de gezondene van de Vader. Dat kan alleen wanneer wij geïnspireerd zijn door God Geest.
Luisteren we in deze viering naar wat die Geest tot ons zegt en hoe wij zelf ook door Christus geroepen worden om zijn evangelie te verkondigen van dag tot dag en het te beleven in ons eigen bestaan.
Er wordt blijkbaar over Jezus gesproken. Een dagelijks gespreksonderwerp in Israël. “Wie zeggen de mensen dat ik ben?” Jezus trekt zich terug uit Israël, want Caesarea van Filippus ligt in het uiterste Noordelijke puntje van Israël. Hij wil weten hoe er over Hem gesproken wordt. Een soort tussenbalans. Een moment van bezinning voordat zijn leven een nieuwe wending neemt. Hij zal spoedig de weg in slaan naar Jeruzalem, de weg van zijn lijden. Wat maakt zijn boodschap en zijn optreden eigenlijk los bij de mensen? Als Hij de weg naar Jeruzalem inslaat en de confrontatie aangaat met de gevestigde Farizeeën en Schriftgeleerden in het centrum van Israël, in Jeruzalem, welk recht van spreken heeft Hij dan eigenlijk? Herkennen de mensen in Hem Degene die Hij is?
De antwoorden die de mensen geven, getuigen van goede kennis van het Oude Testament: de antwoorden van de mensen die de leerlingen weten te vertellen, laten zien dat de mensen vinden dat Jezus in de lijn van de profeten van Israël staat, zoals Elia en Jeremia. Toch is dat niet voldoende. Jezus vraagt door en wil van de leerlingen weten of zij niet iets anders zien, iets nieuws? In de belijdenis van Petrus blijkt dat er in Christus iets nieuws aan de hand is: een openbaring van God zelf.
Iedere profeet is te beschouwen als een boodschapper van God. De profeten brengen steeds weer Israël terug naar het spoor van het verbond tussen God en mensen. Telkens wanneer het volk Israël de geboden overtreedt zendt God een strenge profeet die ondanks veel tegenslagen en vervolgingen het volk toch weer op het spoor krijgt van het verbond. In sommige perioden zoals in de Ballingschap lijkt het verbond beëindigd. De weg van de geschiedenis van Israël is een geschiedenis van vallen en opstaan, vaker van vallen dan van opstaan lijkt het wel. Een weg van vergeten en toch weer opnieuw ontdekken.
Die weg van het volk zien we terug in de weg van de individuele mens die steeds weer opnieuw moet kiezen. Keuzes die je kunt samenvatten in de termen van vandaag: binden en ontbinden. Keuzes tussen vasthouden en loslaten. Wat neem je mee in je leven? Wat vind je belangrijk en wat laat je los en wat laat je achter? Om de juiste keuzes te maken is het nodig om steeds weer terug te gaan naar de kernvraag van je leven: wat is mijn levensroeping, mijn levensopdracht?
In Christus wil God niet meer eenvoudigweg een boodschap en een raadgeving aan de mensen aanbieden. Hij wil zelf deel uitmaken van de mensengeschiedenis. Hij wil zelf delen in de onzekerheid en kwetsbaarheid van de mens die God blijkbaar zo dierbaar is dat Hij de mens niet wil loslaten. In Christus biedt God een definitief verbond dat niet meer te niet gedaan kan worden door het afwenden van de mens. Het voortbestaan van Gods verbond hoeft niet meer in twijfel getrokken te worden. Het is niet meer afhankelijk van wat de mens doet. Doordat Christus de weg van trouw tot aan het einde gaat, is het verbond tussen God en de mens onuitwisbaar. Petrus maakt in zijn belijdenis duidelijk dat hij dit teken van God verstaat: “U bent de Zoon van de levende God!” Bij Paulus keert deze belijdenis terug in de vorm van een gebed. Ook hij beseft dat deze gedachte dat in Christus God het mensenbestaan deelt eigenlijk te groot is voor ons bevattingsvermogen.
De belijdenis van Petrus verandert de mens Petrus zelf ook. Hij krijgt van Christus een nieuwe naam, een nieuwe taak en levensopdracht: steenrots zijn, degene die bindt en ontbindt. Petrus’ belijdenis is sleutel en dus toegang tot het geheim van God én tot het geheim van de mens zelf die zijn levensopdracht ontvangt van God en ontleent aan het verbond. De mens wordt een actief deelgenoot van het verbond.
Wanneer wij de naam van Christus belijden en hem als Zoon van God aanroepen, ontvangen wij zelf ook een nieuwe naam en een nieuwe levensopdracht. Wij worden door God deelgenoot gemaakt van zijn heilsgeschiedenis. Niet als passieve ontvangers van geluk en heil, maar ook als verantwoordelijke mensen die geroepen worden om in de voetsporen van Christus te gaan. We hoeven niet meer te twijfelen aan het verbond, maar het komt er wel op aan om zelf dat verbond present te stellen in onze wereld, om te laten zien en te laten ervaren aan de wereld waarin wij leven en aan mensen die ons omringen dat dit verbond daadwerkelijk bestaat en levensgeluk brengt. Moge de Geest ons steeds weer inspireren om hiertoe de juiste keuzes te maken.
Amen

Zoeken in Preken Online