Als men iemand moed wil inspreken zegt men wel eens dat hij niet mag twijfelen. We hebben het vaak over ‘een rotsvast geloof’, over ‘een geloof dat bergen verzet’. Mensen met een diep en rotsvast geloof zijn inderdaad in staat tot grote daden. Het geloof van de meeste mensen is echter aarzelend, twijfelend, zoekend. Ik geloof zelfs dat dit eigen is aan het geloof.
Jezus besefte heel goed dat de vele mensen die Hij ontmoette problemen hadden rond zijn persoon: Wie is eigenlijk die Jezus van Nazareth? - Destijds is er een heel mooi werkboek verschenen in Antwerpen met als titel: ‘Wie zegt gij?’ Wat zeggen de mensen over Jezus Christus? Wat betekent Hij voor ons in deze tijd? -
Heel veel mensen hebben bewondering voor Hem. Hij was een bij uitstek sociaal mens, iemand die opkwam voor de zwakken. Hij is dan het voorbeeld dat moet nagevolgd worden. Dat is inderdaad ook zo.
Anderen vinden dat Hij een wijs man is, een mens met een gezond verstand, evenwichtig, die steeds het juiste oordeel wist te vellen. Dat is inderdaad zo.
Weer anderen vinden dat hij de meest integere man is die men zich kan indenken. Hij was niet om te kopen. Hij was eerlijk tot in het uiterste. Zo was Hij inderdaad.
Moslims beweren dat hij een groot profeet was, en zij vereren Hem als dusdanig.
Anderen belijden dat Hij de Zoon van God is, de Messias, de verlosser van de wereld. Dit geloof spreken we elke zondag uit. Maar we geloven ook dat Hij mens is, de zoon van Maria. Hierover hebben theologen en kerkvaders eeuwen lang gediscussieerd. Wie is die Jezus die nu nog zoveel mensen samen brengt die de Kerk vormen van deze tijd, tweeduizend jaar na de komst van die Jezus. Begrijpen wij wel wat wij zeggen?
In een debat over de toekomst van die kerk zei iemand: de kerk is in haar zending geslaagd. Vroeger was het de Kerk die voor de armen zorg droeg. Nu doet het OCMW dat.
Vroeger was het de kerk die ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen oprichtte waarin duizenden religieuzen hun leven wijdden aan ziekenzorg en verpleging . Nu is er de ziekteverzekering die dit mogelijk maakt.
Vroeger zorgde de Kerk ervoor dat er overal scholen waren. Nu zijn er vele anderen die dat ook doen.
Vroeger was de Kerk draagster van cultuur. De kathedralen waren de grote cultuurtempels. Nu hebben we in bijna elke gemeente een cultureel centrum.
De conclusie van sommigen, van velen is, dat de Kerk haar taak volbracht heeft. Operatie geslaagd, zeggen ze. We hebben de Kerk niet meer nodig, voegen ze er aan toe.
Is dat wel zo? De eerste zending van de Kerk is niet te werken aan een betere, meer rechtvaardige, gezonde maatschappij. De allereerste zending van de Kerk bestaat erin de geest van Jezus Christus wakker te houden bij de mensen opdat zij zich zouden inzetten voor een betere wereld, het Rijk Gods midden onder ons. Gelovigen - dat zijn de mensen die geloven zoals Petrus - hebben als opdracht het vuur brandend te houden. Jezus Christus blijft de inspiratiebron. Hij is de ziel, de bron en de uiteindelijke norm van ons doen en laten.Wij geloven immers dat God liefde is, en dat wij ons moeten blijven spiegelen aan die liefde die geen grenzen kent. Hij is de absolute waarde waaraan we ons kunnen optrekken. Dat is wat ik zou noemen de tolegevoegde waarde van ons geloof.
Jezus Christus is de openbaring van een God die altijd en zonder limiet van mensen houdt. Als we die openbaring vergeten en deze niet meer als maatstaf nemen, dan is de kans groot dat wij ook niet meer leven van zijn geest. Als de Kerk zou verdwijnen zal de herinnering aan Jezus Christus en zijn boodschap ook verdwijnen. Als wij nu hier samen zijn, dan is dit te danken aan de vele generaties die met vallen en opstaan getuigenis hebben afgelegd van Jezus Christus. De wereld zal natuurlijk verder draaien zonder die herinnering, zonder dat verwijzen naar Jezus Christus, waarvan we getuigen dat Hij de Openbaring is bij uitstek van de menslievende God. Men waarschuwt ons de laatste jaren voor een wereld waarin de wetten van de natuur niet m eer gerespecteerd worden. De opwarming van de wereld beloof niets goeds voor de toekomst. Ik denk echter dat door de Godsverduistering onze wereld kil en koud zal worden.
Ik kom terug op de vraag van Jezus: wie zegt gij dat Ik ben? Ik zou nu zeggen: Gij zijt het teken van God, de openbaring van een God die liefde is, bovenmate. In een mate die ons verstand te boven gaat. Gij zijt diegene die ons wakker houdt, die ons inspireert, die ons bezielt om de droom van God in deze wereld waar te maken.
Als ik dat over Hem zeg, dan heb ik al een hele stap gezet. Want dat houdt in dat we ons engageren om werk te maken van zijn Rijk midden onder ons. Dat wil zeggen dat wij onze manier van leven aan het evangelie, aan de acht zaligsprekingen, aan het Magnificat willen blijven toetsen. Die geest moet midden onder ons blijven leven en daartoe moeten we elkaar bemoedigen. Geloven kunnen we immers niet alleen. Om te geloven moeten we kunnen rekenen op elkaar. En daarvoor moeten we gemeenschap vormen, moeten we Kerk vormen.
Houd er het vuur in.
Dat is het wat ik jullie wens.