Homilie op de 21e zondag door het jaar A: Jezus, een koepel waaronder ik veilig kan schuilen (Mt. 16, 13-20)
Tielt 24 augustus 2014
Tot voor enkele jaren hadden de mensen een huis waarin, of een koepel waaronder ze veilig konden schuilen.
Die koepel was o.a. het vaderland, waarin ze geboren waren, waarin ze leefden en waarin ze zich thuis en veilig voelden tussen eigen volk. Ondertussen is de mobiliteit van de mensen zo groot dat het vaderland voor velen een anachronisme is geworden. Heel wat mensen zijn pendelaars tussen meerdere landen op de wereldkaart en in elk land leven verschillende volkeren samen.
Die koepel, waaronder men zich veilig voelde, was ook het politieke systeem. Of het nu een democratie of dictatuur was, een kapitalistisch of communistisch regime, het systeem was er.
Die koepel waaronder men schuilde was o.a. ook de politieke partij, waarin men geloofde en waarvoor men trouw stemde bij elke verkiezing. Maar ondertussen zijn de meeste mensen politieke pendelaars geworden tussen verschillende partijen en politieke overtuigingen.
Die koepel waaronder men zich veilig voelde, was ook en vooral de Kerk. Maar ook die ontsnapt niet aan verbrokkeling en tegengestelde strekkingen.
De hedendaagse mens heeft geen huis meer waarin hij kan schuilen, geen koepel waaronder hij zich veilig en geborgen voelt.
Geen wonder dat de golf van depressies een stille epidemie aan het worden is, dikwijls met tragische gevolgen: in België 1000 zelfmoorden per jaar of 3 per dag en dat in alle leeftijden.
Mensen hebben behoefte aan erkenning en zekerheden, aan een houvast, aan een anker. Anders gaan ze zwalpen op een woelige en onberekenbare zee.
Dat onderstelt altijd dat je de sprong waagt naar een houvast. Het onderstelt de inspanning en het offer van het bouwen aan een huis waarin- of een koepel waaronder je kan schuilen. Je kunt niet in verschillende huizen tegelijk wonen of onder meerdere koepels tegelijk schuilen. En, als je uit te veel ruiven eet, krijg je een indigestie. Kortom, elk houvast onderstelt het offer van het kiezen.
Voor die keuzen stelt Jezus zijn leerlingen in de evangelielezing van vandaag. Eerst met een vage vraag, nl. “Wat zeggen de mensen over de Mensenzoon?”
In Jezus’ tijd was het antwoord op die vraag zeer uiteenlopend. Dat is nu nog zo. Het is boeiend even te luisteren naar wat vandaag over Jezus gezegd wordt. Jaren geleden schreef Pater Schillebeeckx er een dik boek over onder de titel “Jezus, het verhaal van de Levende”. Ze draaien nog altijd de film “Jesus Christ Superstar”. En op bluejeansbroeken en T-shirts kun je lezen: “Jesus loves me.” Het is nog altijd als in Jezus’ tijd: de één zegt dit, de ander dat. De één zegt: Jezus was een revolutionair, een rebel die opstand pleegde tegen het establishment, tegen de gevestigde macht. Je kon het zien bij de studentenopstand in Parijs in mei 1968: Jezus hing er tussen Marx en Mao. Vele jaren geleden was een poster uit Bolivia in de hele wereld bekend, in alle talen vertaald. Het was een afbeelding van Jezus met daaronder de tekst: “Gezocht! Een opruier, genaamd Jezus Christus, medeplichtig aan samenzwering tegen de gevestigde macht, armoedig voorkomen, arbeider, slecht gevoed, gaat om met de gewone man en met de werklozen. Kentekens: baard, lang haar, wonden aan handen en voeten, aangebracht door eerbiedwaardige burgers op bevel van de wettige overheid.” Tot daar de tekst op die poster.
Voor de anderen, de doorsnee gelovigen, is Jezus iemand die rust geeft aan de ziel, die je begrijpt, je zonden vergeeft, je helpt om in vrede en liefde te leven.
Over Jezus kun je vele beelden oproepen: onruststoker of rustgever, Zoon van God en mens voor de mensen, koning aan wie allen hun gezag ontlenen of rebel die gezag ontneemt aan de machtigen, Jezus in mijn hart of Jezus op de barricaden. Vele zeer verschillende beelden die allemaal diepe sporen hebben in het evangelie. Want die Jezus kun je niet in een kadertje plaatsen. Hij doorbreekt alle kaders, zelfs die van de dood.
De hamvraag uit het evangelie van deze dag is de fundamentele vraag die vandaag aan elk van ons gesteld wordt: “Wat betekent die Jezus in mijn leven?”
Laten we op die vraag met Petrus antwoorden: “Voor mij zijt Gij de Christus, de Gezalfde, de Zoon van de levende God.” D.w.z. ik geloof dat God mij niet loslaat, dat Hij om mij bezorgd blijft, wat er ook gebeurd is of gebeuren zal. D.w.z., ik geloof dat God met de mensen steeds wil herbeginnen, ook als ze er geen doen meer aan zien. En Hij roept mij op, ondanks al mijn onvolmaaktheden, beperktheden en misstappen, een beeld te zijn van die rustgevende, begrijpende, zorgende, steeds nabije God voor de mensen om me heen.
Kortom, het onwankelbare geloof in de Zoon van de levende God is voor mij een houvast dat nooit begeeft, een koepel waaronder ik veilig kan schuilen.
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt