Zusters en broeders,
De Jezus die we vandaag in het eerste deel van het evangelie ontmoeten, kennen we eigenlijk niet. Hij is op en top mens, en ook op en top Jood. Dus kijkt Hij neer op hen die niet tot het uitverkoren volk behoren. Hij vergelijkt hen zelfs met honden. Het minste wat we daarvan kunnen zeggen, is dat het helemaal niet fatsoenlijk is, maar in Jezus’ tijd lijkt het heel gewoon te zijn geweest. Hoe dan ook, het is even schrikken. Toch is het niet de enige keer dat Jezus zich zo eng opstelt. Ook in het gesprek met de Samaritaanse vrouw spreekt Hij aanvankelijk vanuit een eng-Joods standpunt. Ook tegenover haar toont Hij een soort minachting omdat ze niet tot het uitverkoren volk behoort. Maar Hij legt die negatieve gevoelens af tijdens het gesprek, en Hij aanvaardt die heidense, die Samaritaanse vrouw als een evenwaardig iemand, net als Hijzelf een kind van een en dezelfde Vader.
Dat is in het verhaal van vandaag niet anders. Een niet-Joodse moeder komt zijn hulp afsmeken voor haar dochter die vreselijk ziek is. Jezus doet of Hij haar niet hoort, maar wanneer zijn apostelen er bij Hem op aandringen dat Hij haar zou wegzenden, weigert Hij dat. Integendeel, Hij spreekt haar aan. Helemaal niet vriendelijk, laat dat duidelijk zijn. ‘Vrouw, Ik heb mijn handen meer dan vol met mijn eigen mensen. Eigen volk eerst.’ Maar de vrouw is een doorbijtster, het gaat om haar dochter, en haar moederinstinct is sterker dan de vernedering die ze moet slikken. ‘Goed, ik hoor dan wel bij de niet-Joodse honden, maar dan heb ik ook recht op het voedsel voor de honden, de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen.’ Haar geloof en haar standvastigheid breken Jezus’ weerstand en brengen Hem ook tot bezinning. ‘Vrouw’, zegt Hij, wat hebt gij een geloof. Daartegen is geen enkele wet, en ook geen enkel vooroordeel, bestand. Uw geloof heeft U gered, uw wens wordt ingewilligd, uw dochter is genezen.’ \
Zusters en broeders, uit het verhaal van vandaag kunnen we leren dat een soort weerbarstigheid tegenover vreemdelingen niet ongewoon is. Zelfs Jezus heeft ermee te maken. Maar als christen spiegelen we ons aan de volledige Jezus, dus ook aan de Jezus die deze weerbarstigheid overwint en die de vreemdeling ten slotte omarmt als zijn gelijke. Onze liefde, onze zorg mag zich niet beperken tot onze eigen familie, ons eigen gezin, onze eigen gemeenschap, ons eigen volk. Niet ‘eigen volk eerst’, maar ‘alle volkeren gelijk’.
Ik weet het, het wordt ons niet altijd gemakkelijk gemaakt, integendeel. Het mensonwaardige terrorisme van enkelen die hun grote gelijk met moord en doodslag willen bewijzen, spiegelt zich af op anderen, zodat we op de duur elke vreemdeling gaan wantrouwen. Maar zijn we niet allen op een of andere manier vreemdeling? Horen wijzelf altijd thuis waar we wonen? Ik denk hier aan de tienduizenden Vlamingen die in de vorige eeuw om den brode naar Wallonië uitgeweken zijn. Om den brode, net zoals zoveel vreemdelingen tegenwoordig om den brode naar het rijke Westen komen. En ik denk ook aan de Amerikanen, een volk dat voor 99 % uit inwijkelingen, uit vreemdelingen bestaat. Gaan we al die mensen dan met wantrouwen benaderen? \
Zusters en broeders, als christen kunnen we dat niet maken. Als we Jezus willen navolgen, moeten we ook evolueren zoals Hij dat gedaan heeft. Hij veranderde onder invloed van die vrouw, die aandrong en bleef aandringen, die niet beledigd was om wat ze moest incasseren, maar die een groot geloof en een groot vertrouwen bleef uitstralen. Laten ook wij niet doof blijven voor het smeken van anderen, van vluchtelingen, uitgestotenen, randmensen.
En misschien spiegelen ons best niet alleen aan Jezus, maar ook aan die vrouw. Die vrouw die bleef aandringen, die bleef geloven, die bleef vertrouwen, die niet te ontmoedigen was. Want ontmoedigd, dat zijn we dikwijls veel te snel. En ook kleingelovig als we denken dat God niet naar ons smeken luistert. En bidden doen we dikwijls al helemaal niet meer. Het helpt toch niet, zeggen we dan. \
Zusters en broeders, laten we, zoals Jezus, zoals God, openstaan voor elke mens, en ook voor de nood van elke mens. En laten we nooit het vertrouwen verliezen in onze God die onze Vader en Moeder is, en de Vader en Moeder van alle mensen. Amen.