Kruimels (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 20e zondag · groen

Inleiding op de lezingen

Een multiculturele samenleving, we kunnen er niet buiten. We hebben er geen moeite mee, zolang die andere niet té dichtbij komt. Maar wat als die vreemde mij aanspreekt? Vandaag maakt Jezus dat mee. Hij heeft óók even tijd nodig om de goede houding te vinden en Zich te laten raken door de mens die voor Hem staat.

Woordje uitleg

Broeders en zusters,
Onbewust moet ik bij deze lezing denken aan de Olympische spelen waar deze dagen zoveel over wordt gepraat. De Olympische spelen zouden de broederlijkheid tussen de volkeren moeten benadrukken, maar meer en meer benadrukken ze volgens mij juist de verschillen tussen arm en rijk en komen ook de conflicten, zoals tussen de Russen en de Georgiërs naar boven. Juist in deze periode zag ik de film “Sunshine”, over drie generaties van een joodse familie die er alles aan doen om zich aan te passen aan het land waar ze wonen. Zo verandert Ignatz zijn achternaam van Sönnenschein in Sors om opperrechter te worden in het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. Zijn zoon Adam bekeert zich tot het katholicisme om als schermer mee te kunnen doen aan de nazistische Olympische Spelen van Berlijn in 1936. En kleinzoon Ivan kiest voor een carrière in de communistische partij om zijn vader te wreken. Alle drie de mannen willen niets liever dan assimileren in een omgeving die hen nooit laat vergeten dat ze joods zijn. Het land dat Adam verdedigde op de Olympische spelen in NAZI-duitsland laat hem enkele jaren later ombrengen, gewoon omdat hij ‘vreemdeling’ of ‘Jood’ is. Ze noemen hem net als in het evangelie: “hond”. Iemand die hem enkele jaren ervoor gezegd had: “assimileren is de beste keuze”, zei net voor zijn deportatie: “het spijt me, wat ik toen gezegd heb blijkt geen waar te zijn”. Als we denken aan vreemdelingen, dan denken we heel vaak aan gesluierde vrouwen en mannen met kaftans, met een iets andere huidskleur, maar we vergeten dat nog geen 60 jaar geleden mensen naar concentratiekampen gebracht werden, zelfs priesters en religieuzen, enkel maar omdat één van hun ouders of twee van hun grootouders de ‘misdaad’ begaan hadden Jood te zijn. We kunnen niet genoeg stilstaan bij dat schandaal, om zo ook bij onze eigen omgang met de ‘vreemde’ stil te staan. De vreemde is hier niet enkel de allochtoon, het kan ook slaan op de mensen die er een andere levenswandel op nahouden dan wijzelf. Het verhaal van de Shoah is het verhaal van de beulen in de kampen, maar is vooral het verhaal van miljoenen mensen die zich afzijdig hielden en het gewoon lieten gebeuren.
Vandaag worden we erop gewezen dat het ook voor Jezus niet gemakkelijk blijkt om die stap te zetten. Waarom zou hij die Kananese vrouw te hulp komen, als er zoveel Joden (uit het uitverkoren volk) zijn hulp nodig hebben: “Zou dat geen verspilling zijn van brood, van het levensnoodzakelijke? Ze repliceert: “de honden krijgen toch ook de kruimels die van tafel vallen?”. Jezus, die zich vaak moet kwaad maken op het ongeloof van zijn eigen leerlingen, moet hier verwonderd gestaan hebben van het geloof van deze heiden. Deze vrouw deed Jezus tot het besluit komen: ik was verkeerd, ik ben niet alleen tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden. God, mijn Vader, is de God van alle mensen, hij Iaat de zon schijnen en de regen vallen voor de goeden én de slechten, evengoed voor de zondaars van mijn eigen volk als de heidenen. De ‘inner circle’ van Jezus wordt zo steeds groter. In het huis van zijn Vader zijn vele woningen, niemand wordt op voorhand buitengesloten.
Men kan zich afvragen waarom Matteüs, en trouwens ook Marcus, dit verhaal in hun evangelie hebben opgenomen. Er is veel kans dat het echt gebeurd is, maar waarschijnlijk is het vooral ook opgetekend omdat het een weerspiegeling is van het eerste grote en beslissende conflict dat zich aan het prille begin van de kerk heeft afgespeeld. Het draaide rond de vraag of ook heidenen, niet-joden, niet behorend tot het uitverkoren volk, in de gemeenschap van christenen konden opgenomen worden. Moesten ze niet eerst jood worden om christen te kunnen worden?
Moesten ze zich niet eerst assimileren met de grote groep? Neen, het feit dat de vroege kerk hier negatief op antwoordde is het feit dat ze iedereen in zijn eigenheid erkende. Je moet je niet eerst voegen naar de heersende gewoontes om zelfs dan nog vreemdeling te blijven als het de grote groep uitkomt. Je bent welkom zoals je bent en van waar je ook bent. Amen.

Met dank aan BJ De Clerck voor dit laatste stuk

Zoeken in Preken Online