Gisteren zat ik even in de zon, iets dat de laatste weken niet dikwijls mogelijk is geweest. Ik kreeg even het gevoel: “Dit is het paradijs, eventjes, hier en nu.” Een wolk die voorbijdreef maakte aan dat gevoel een einde. Inderdaad zo is het met alles: als je “nu” zegt, is het al voor bij. Het duurt zo kort.
Toch blijven we hier in de kerk uitspraken horen als: " Mijn heil is nabij, mijn gerechtigheid zal zich openbaren." Dat klinkt zo mooi, als of je in de zon zit, heel eventjes.
Buiten de kerk horen en lezen we heel andere uitspraken: " De samenleving kan zich niet meer binden.Verarming neemt toe, toch zijn we nooit zo rijk geweest.. Er is sprake van onbehagen en gebrek aan warmte. Niet zozeer in het private leven wel in de samenleving in het groot. En de grootste armoede is van geestelijke aard."
Gelukkig, of moet ik zeggen: “bij toeval,” las ik in de krant ook iets anders: “Een rabbijn, (dat is een joodse geestelijke) zei eens: “Om het rijk van vrede en gerechtigheid te vestigen is het niet nodig alles te vernietigen en met een compleet nieuwe wereld van vooraf aan te beginnen: het volstaat om een kopje op tafel, een boompje in de tuin, een keitje in de vijver, een steen in de beek een beetje te verzetten, en zo is het met alles. Maar dat kleine beetje is zo moeilijk te realiseren en de afmeting er van zo moeilijk te bepalen, dat, wat de wereld betreft, de mensen er niet toe in staat zijn, en het nodig is dat de messias komt.
De messias, dat is de door God gezalfde, die al die grote woorden als vrede en gerechtigheid, waar we eigenlijk niet in durven geloven, tussen ons mensen, naar onze maat, waar zal maken.
Jezus van Nazareth noemen we met goed recht de Messias. Hij is mens als wij, weerloos, klein, machteloos, sterfelijk en toch doet hij wonderen zoals we dat noemen, hij loopt op het water, hij kan met wat brood en een paar vissen duizende mensen te eten geven, hij geneest mensen. Hij kan het heel korte “nu” van een paradijs wat langer gaande houden.