Beste mensen,
twee teksten van een ver verleden,
die we hier
laten klinken om ons wijzer te maken,
om ons te wijzen op dingen die
belangrijk zijn.
Een lezing uit het oude testament,
en een uit het
nieuwe.
Misschien mag ik daar gelijk al iets over zeggen:
tegenwoordig wordt vaak gezegd:
het eerste en het tweede testament;
dat is een kwestie van naam,
maar er klinkt ook wel iets van de
betekenis van de boeken in door.
Als je kinderen vraagt:
wat is
de bijbel,
dan zijn ze - als ze een beetje in de schaduw van de kerk
zijn opgegroeid
geneigd om te zeggen:
het boek met de verhalen over
Jezus.
Terwijl van het hele boek viervijfde gaat over alles van de tijd
voor Jezus,
en maar eenvijfde over de verhalen van Jezus en van daarna.
Bijbel is dus meer dan de verhalen over Jezus.
Als je spreekt van het
oude testament en het nieuwe,
dan heeft dat de klank van:
als er een
nieuw is, dan heeft het oude afgedaan;
dat kan weg.
Het is in de
kerk vooral om te benadrukken dat het oude niet heeft afgedaan,
dat we
met zoveel nadruk zeggen: het eerste en het tweede.
En in de week die
komt, op donderdag de 17 e ,
vieren we de dag van het
Jodendom, - voor het eerst in de katholieke kerk
in Nederland: een dag
om te benadrukken
dat Jezus een Jood was,
en dat we van Jezus niets
kunnen begrijpen als we hem niet zien
binnen de joodse traditie en
binnen het joodse geloof
en dus binnen de bijbel als de uitdrukking van
het geloof van de Joden.
Het grootste gedeelte van de bijbel gaat dus
niet over Jezus,
maar over het gelovig - en heel vaak ook ongelovig -
omgaan
van het joodse volk met hun God.
Maar, wij als mensen na
Jezus,
lezen natuurlijk ook met Jezus in onze gedachten
de gedeelten
die ver voor zijn tijd ontstonden.
Zo’n passage staat in de eerste
lezing:
Jesaja, de profeet, de man die geroepen is om Gods woord te
spreken,
heeft het over een soort ideale mens
die we verwachten en
die bij uitstek genoemd kan worden:
een mens van God, een dienaar van
Gods Woord.
En van die mens - en wij als christenen denken dan
gelijk aan:
maar dat is precies vervuld in Jezus - zo’n mens was hij -
van die mens zegt de profeet in Gods Woord:
hij mag weten dat God met hem
is,
God heeft hem geroepen,
God neemt hem bij de hand,
God zal
hem behoeden,
God laat hem dingen doen aan mensen die mensen goed doen,
licht zijn om hem heen, en dat licht verspreiden,
bevrijding brengen aan
mensen,
opluchting van alles waar ze onder gebukt gaan;
als je een
samenvatting wilt geven van dit alles,
dan kun je zeggen: deze mens is
een parel in Gods hand.
Jaimy zag de voorkant van het boekje,
de
doop van Jezus, de doop van Jaimy,
en dan las ze: je bent een parel in
Gods hand,
en ze zei, Goh, ik,
Ja jij, ja ieder die bij God wil
horen;
straks bij de doop zullen we het ook zingen:
weet je dat de
Vader je kent,
weet je dat je van waarde bent,
weet je dat je een
parel bent, een parel in Gods hand.
Goh, ik,… ja, jij, u.
Dat
is eigenlijk ook de kortste samenvatting
van wat er met Jezus gebeurt
als hij gedoopt wordt:
en gedoopt is : ondergedompeld in het leven met
God,
je bewust geworden dat we niet alleen staan,
dat er een God is
met ons.
God met ons, dat is ook de naam van Jezus,
dat is ook het
programma van zijn leven,
daar staat hij voor: God niet ver weg,
maar aanwezig, als een God die zich buigt over heel ons leven,
over het
leven van ieder mensenkind.
Jezus presenteert God, en
vandaag in
de doop van Jezus zien we dat dat geen éénrichting is,
maar
God presenteert ook hem:
het evangelie vertelt dat Jezus gedoopt wordt,
en dan klinkt de stem van God:
dit is mijn kind, dat van mijn welbehagen.
We hadden het al gehoord in de lofzang van de engelen,
het Gloria in de
kerstnacht, Glorie voor God in de hoge,
en vrede voor de mensen, want
God houdt van ons.
Dat horen we opnieuw,
bij dit mensenkind in
de Jordaan,
en zoals bij Jesaja al staat: Ik, God heb mijn kind met
mijn Geest vervuld,
zo zien we het hier gebeuren:
Gods Geest als een
duif, zichtbaar geworden voor onze ogen.
We mogen geloven dat dat
straks ook gebeurt,
niet de duif zichtbaar voor onze ogen,
maar wel
de Geest van God, geschonken aan dit mensenkind Jaimy,
zoals aan Jezus,
zoals aan allen die van hun doopsel een programma willen maken
tot heil
van de wereld,
tot vreugde van mensen om hen heen.
Dopen is ook
een spel;
we maken concreet wat eigenlijk niet te zien is:
dat we
ondergedompeld in het leven
ondergedompeld zijn en blijven in de liefde
van God .
Amen.
2e zondag door het jaar A (2008)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 2e zondag · groen