2e zondag door het jaar A - 2005

A-cyclus · Tijd door het jaar · 2e zondag · groen

Zusters en broeders,

De tsunami in Zuidoost-Azië heeft wereldwijd veel emoties opgewekt. Emoties van medeleven, eerlijke solidariteit en liefdadigheid van miljoenen mensen, maar ook emoties van opbod van regeringen die, zoals altijd in dergelijke omstandigheden, willen scoren. Dat ze nadien hun dure beloften niet zullen nakomen, staat zo goed als vast. Het verleden is daar om dat te bewijzen.

Er kwamen evenwel niet alleen emoties, maar ook heel wat diepgaande vragen aan de oppervlakte. Vragen naar het waarom, de reden, de verantwoordelijkheid. Vragen die vaak zeer verschillende antwoorden krijgen.

Vorige week las ik in mijn krant een bijna woedende, mens-gekwetste lezersbrief. Het ging ongeveer als volgt: ‘Wanneer gaan de katholieken eindelijk eens ophouden te zeggen dat het goede in de wereld van God komt, en niet van de mens, terwijl het slechte alleen van de mens komt. Als God verantwoordelijk is voor het goede, is Hij ook verantwoordelijk voor het slechte.'

Zusters en broeders, ik zou die reactie willen zien als de ongelovige vertaling van het beeld van de straffende en de wrekende God, dat ook vandaag nog springlevend is. Het beeld dat ontstaan is door verhalen als die van de zondvloed en de ark van Noah, Sodom en Gomorra, de Ruiters van de Apocalyps en dergelijke meer. Verhalen van rampspoed met centraal daarin een straffende God. Rampspoed die ook opklinkt in de woorden van Jezus wanneer Hij over het eindoordeel spreekt. Verhalen die tot op vandaag blijven leven. Want zoals altijd bij zulke rampen, zijn er ook nu mensen die volhouden dat dit het begin van het einde is, waarbij ze zich vol overtuiging op de woorden van Jezus beroepen. En op het internet vind je heel wat vooral protestantse websites waar op welhaast triomfalistische wijze naar de straffende God wordt verwezen. Een baptische kerk uit Kansas schrijft bijvoorbeeld dat er een duidelijk verband bestaat tussen de vele Zweedse vermisten enerzijds, en de verdraagzaamheid van de Zweden tegenover homo’s en lesbiennes anderzijds. “We hopen dan ook dat de 1900 vermiste Zweden dood verklaard worden”, klinkt het heel overtuigd, en vooral heel onchristelijk. En een andere protestantse predikant wijst er triomfantelijk op dat vier van de grootste aardbevingen van de jongste eeuwen op katholieke feestdagen hebben plaatsgevonden: in 1755 was er een op Allerheiligen, waarbij Lissabon van de kaart werd geveegd; in 1964 werd Alaska verwoest op Goede Vrijdag, op Tweede Kerstdag 2003 verdween Bam in dood en puin, en precies een jaar later sloeg de tsunami in Zuidoost-Azië toe. Heel duidelijke vingerwijzingen dus over hoe God over de katholieken denkt. Heel duidelijk ook dat zulke bedenkingen niets met christenzijn te maken hebben, dat het integendeel om pure haatreacties gaat. En haat en Jezus gaan echt niet samen.

Zusters en broeders, laten we hier kort zijn: zij die natuurrampen en andere rampspoed zien als een straf van God, lopen precies 2005 jaar achterop. Ze hebben nog nooit over Jezus gehoord. Hun God is nog altijd de God van de zondvloed en van Sodom en Gomorra. Ze hebben nooit gehoord dat Jezus ons God heeft leren kennen als een goede Vader. En welke vader zal zijn kinderen vermoorden? Hij zal ze wel eens berispen en zelfs straffen als ze dat echt verdienen, maar dat is iets heel anders dan ze vermoorden. Ik bedank voor een God die dat zou doen. En wat in Zuidoost-Azië gebeurd is, is meer dan moord: het is een massale slachtpartij. Wie dat in de schoenen van God schuift, schakelt Hem dus gelijk met de eerste de beste massamoordenaar van het type van Stalin en Hitler, en wie dat ziet als een straf van God, vertelt alleen heel veel over zichzelf en over zijn eigen zielig en ziekelijk mensbeeld, maar niets over God. Want onze God is geen God van moord en doodslag, Hij is een God van levenden, niet van doden. En Hij is een Vader, ónze Vader, de Vader van alle mensen.

Zusters en broeders, pijn en lijden beroeren iedereen, zeker als ze het gevolg zijn van natuurrampen. Dat daarbij de vraag rijst naar het waarom en de verantwoordelijkheid is heel normaal en heel menselijk. En we moeten eerlijk toegeven dat wij daarop vanuit ons geloof geen zinnig antwoord kunnen geven. We kunnen alleen maar zeggen dat de schepping en de mens niet volmaakt zijn, dat ze altijd in beweging zijn en altijd in beweging zullen blijven, en dat ze daarbij ook altijd momenten van vallen en opstaan zullen kennen. Het zou voor ons zoveel gemakkelijker zijn als Jezus zich daar ooit had over uitgesproken, maar Hij heeft dat niet gedaan. We kunnen dus alleen maar nagaan hoe Hij met het lijden omging. En dan zien we dat Hij wel de storm stilde, maar het verschijnsel ‘storm’ zelf niet uitroeide, dat Hij wel enkele melaatsen genas, maar de ziekte niet miraculeus afschafte, dat Hij wel enkele doden opwekte, maar dat de dood zelf onverminderd bleef bestaan. Ook Hij nam dus de onvolmaaktheid van de schepping en de mens aan, maar Hij probeerde altijd opnieuw er iets tegen te doen.

Zusters en broeders, ons geloof biedt geen verklaring voor een ramp als deze, maar geeft ons in de persoon van Jezus wel de inspiratie om erop te reageren. Anders dus dan de briefschrijver die ik hierboven citeerde geloof ik dus inderdaad dat God ons tot het goede aanzet, dat Hij ons de opdracht en ook de genade geeft om deze wereld voor iedereen leefbaar te maken, wat er ook moge gebeuren en hoe vreselijk het er ook moge aan toegaan. Leefbaar door altijd en in alle omstandigheden blinden te laten zien en doven te laten horen en aan armen de blijde boodschap te verkondigen. De boodschap dat wij in het spoor van Jezus willen lopen, dat ze dus altijd kunnen rekenen op ons, dat wij zullen helpen dragen wat ook hun leed is en hoe zwaar de last ook is. Dat we naar best vermogen zullen zijn als Hij, het Lam van God dat de zonden, het kwaad, het lijden van de wereld wegneemt. Amen.

Zoeken in Preken Online