Een zin uit het evangelie van vandaag is u allemaal zeer goed bekend: ‘Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.’ Deze woorden zeggen wij minstens vier maal in de Eucharistieviering. Als de priester voor de communie de H. Hostie toont, zegt hij: ‘Zie het Lam Gods’. Juist daarvoor hebben wij drie keer gebeden dat het Lam Gods zich over ons mag ontfermen, en ons de vrede schenken.
Laten we dan even bij deze korte zin blijven stilstaan, want in deze korte formule is het wezenlijke van het christelijk geloof samengevat. Deze formule bevat ook een boodschap voor ons.
Laten we ons eerst eens afvragen wat het evangelie bedoelt met ‘de zonde der wereld’. De zonde van de wereld is: niet willen geloven dat de zin van deze wereld in de volmaakte naastenliefde gelegen is. Volgens Jezus moet deze wereld de aanzet worden van het Rijk Gods, in zover de ene mens de andere dienen wil, de andere liefheeft en voor de andere leven wil. De liturgie heeft in haar gebeden van die ene ‘zonde der wereld’ meervoud gemaakt ‘de zonden der wereld’. Dat is alleen gerechtvaardigd in zover wij alle zonden van de wereld uit die ene hoofdzonde kunnen afleiden. Want alle woorden, daden en gedachten brengen eigenlijk tot uitdrukking dat wij niet in deze diepe zin van de wereld geloven, dat wij niet geloven aan het einddoel van broederlijkheid, liefde en dienstbaarheid. Zonde is: alleen zijn eigen schaapjes op het droge willen brengen, macht uitoefenen over anderen in gezin en beroep; dat is proberen zich zo vlug mogelijk rijk te maken op de rug van anderen. Zo baart die enige zonde een menigte van zonden, waarin wij allemaal min of meer verstrikt geraakt zijn.
Wat betekent nu dat Jezus de zonde van de wereld heeft weggenomen? Wel, heel eenvoudig, Hij heeft aan de wereld haar werkelijke zin getoond en Hij heeft die zin in zijn eigen leven waar gemaakt. Hij heeft niet voor zichzelf alleen geleefd; Hij was helemaal voor de anderen; Hij heeft zich niet laten dienen, maar heeft de kleinen en armen gediend. Hij heeft vrijwillig de ergernis op zich genomen die zulk een levenswijze met zich meebrengt. Om de zin duidelijk te maken van wat Hij heilvol vond, was Hij bereid aan een kruis te sterven.
Iemand zou zich kunnen afvragen: maar heeft Hij de zonden van de wereld werkelijk kunnen wegnemen? De zonde bestaat toch nog altijd en tenslotte heeft de zonde Jezus toch aan een kruis doen sterven, zoals er nog velen vermoord zijn die in dezelfde zin van het leven geloofden, een Ghandi, M.L. King, een Romero. Zijn dat allemaal geen slachtoffers van een utopie? Waar is hun overwinning?
Christenen geloven dat de dood niet het laatste woord is. Jezus heeft gelijk gekregen van God. God heeft door de verrijzenis bevestigd dat de weg van Jezus een weg ten leven was; dat deze weg Gods eigen weg is, en dat daarom deze weg niet kon doodlopen. God heeft Jezus uit de dood doen opstaan. Door zijn verrijzenis heeft Jezus de zonden van de wereld weggenomen. De oude theologische voorstellingen, alsof Jezus de zondebok moest zijn waarop alle zonden van de wereld werden geladen, alsof God verzoend moest worden door het bloed van Jezus, mag men gerust vergeten.
Vroeger waren er koninklijke families waar een ‘Prügelknabe’ was. Een gewoon volkskind, dat even oud was als het kind van de vorst. Als het koningskind eigenlijk straf verdiende, kreeg het volkskind deze straf. Zo werd er toch voldoening geschonken aan de gerechtigheid. De fout werd door een ander goed gemaakt. Zo iets is nu wel onmogelijk. Dan moeten wij er bij God ook zo niet over denken alsof Jezus de Prügelknabe zou zijn die onze zonden moet uitboeten. Jezus heeft de zonden overwonnen door zijn heilzaam sterven en verrijzenis.
Zie het Lam Gods, dat ons toont dat de zin van het leven toch bestaat in het zijn voor anderen. Ook al zou men er uiterlijk aan ten gronde gaan, dan zal Gods gerechtigheid ook over ons leven zegevieren, zoals Jezus over de zonden heeft gezegevierd.