In de fabels van La Fontaine, in sprookjes voor kinderen, veel tekenfilms en de onvergetelijke Fabeltjeskrant, gaat het steeds over dieren met allerlei menselijke karaktertrekken en eigenschappen. Je ziet er je eigen jaloezie in terug, je eigen trots of kleinzieligheid of je ziet misschien jezelf bezig in juffrouw Ooievaar.
Dierenverhalen maken veel duidelijk over ons eigen gedrag, want dieren zijn precies als mensen… zo zei Meneer de Uil al; en zo houden ze ons een spiegel voor.
In het evangelie van vandaag horen we ook over twee dieren: het lam en de duif. Als Johannes Jezus wil typeren noemt hij Hem: het lam, het lam van God. Een lam is een jong en dartel dier, vooral in trek bij kinderboerderijen. Op zijn wankele pootjes heeft het veel weg van een kind dat zelf nog maar pas kan lopen. Zo’n speels lammetje is de bode van de lente, teken van nieuw leven.
Als Johannes Jezus het lam noemt, betekent dat: die daar, is de bode van een nieuwe tijd, van een nieuwe aarde; met Hem begint het rijk van God. Dat lam van God is een mens vol mededogen, die al wat klein en teer is niet kleineert. Integendeel: wie klein en kwetsbaar is tilt Hij als een lam op zijn schouders. Hij tilt mensen op, boven zichzelf uit en laat zien en voelen hoe groot ze zijn in de ogen van God. Niet de sterken en groten hebben Gods voorkeur, maar de zwakke en wankele mensen. En dus zegt Johannes: Hij daar is het lam van God.
En er is nog meer: ieder jaar met Pasen herdenken de joden hun bevrijding uit Egypte. Ieder jaar eten ze van het paaslam zoals destijds. Toen hadden ze hun deurposten ingesmeerd met het bloed van een lam. Zodat de engel van de dood hun deur voorbijging. De Egyptenaren stierven en zij konden vluchten. Zo werden zij gered door het bloed van het lam.
De keuzen die Jezus maakt, moet Hij bekopen met zijn dood: ‘Als een lam zal Hij naar de slachtbank worden geleid’. Maar door zijn dood, door zijn bloed, het bloed van het nieuwe paaslam worden ook wij gered en zullen wij nieuw leven vinden.
En ook dat speelt mee als Johannes over de Heer zegt: Hij is het lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt.
En dan is er de duif die bij Jezus’ doop in de Jordaan door Johannes wordt opgemerkt. In een kinderboek van Isaac Singer wordt verteld waarom Noach na de zondvloed een duif koos. Er zijn immers wel mooiere vogels. Een duif heeft weinig kleurige veren om mee te pronken. Een duif heeft alleen een ingeboren richtingsgevoel en dat maakt de duif tot postbode van Gods vrede. Als ze met een klein takje in haar bek terugkomt bij de ark, betekent dat: het water is aan het zakken. Er komt een nieuwe tijd.
Als Jezus in het water staat, ziet Johannes een duif neerdalen over Hem. Dat betekent: met Hem begint er een nieuwe tijd.
Wij, die in Gods naam gedoopt zijn en als christen naar Jezus zijn genoemd zijn ertoe geroepen zachtmoedig als een lam en vredelievend als een duif de nieuwe tijd te helpen realiseren…