Dag iedereen,
in het voorbije weekend mochten we met een aantal mensen uit ons bisdom die betrokken zijn bij de gevangenispastoraal (Tralies uit de weg, Thuisfront, werkgroep liturgie in de gevangenis, professionele en vrijwillige aalmoezeniers…) een koortje vormen om de vieringen op te luisteren in de gevangenis van Brugge, ter gelegenheid van het afscheid in Brugge van aalmoezenier Leo De Weerdt. Het was een bijzondere, bij momenten zeer ontroerende, warme en aangrijpende ervaring.
Voor mezelf kwam er nog een extra element bij: straks, vanaf medio februari, mag ik zelf één keer per maand voorgaan in de weekendvieringen in de Brugse gevangenis, en ook preken. Dus heb ik met nog meer aandacht dan anders (en ook een beetje uit beroepsmisvorming) gekeken en geluisterd - bijvoorbeeld om te horen en te zien hoe Leo dat doet, dat voorgaan en dat preken voor ‘zijn’ gedetineerden.
Tijdens één van de vieringen schreef ik stiekem wat gedachten op bij het evangelie van deze zondag, over Jezus die zich door Johannes laat dopen in de Jordaan. Vandaag heb ik die gedachten nog wat breder uitgeschreven. Het was voor mij een soort vingeroefening of beter nog: een stem-oefening voor straks, wanneer ik daar zelf vooraan zal staan en wil proberen om aan die getekende en gekwetste mensen wat hoop en perspectief aan te bieden…
Het is goed te weten dat we voor de vieringen van het voorbije weekend uitzonderlijk in de bezoekerszaal van Mannen 1 moesten vieren, omdat de kapel wegens werken niet toegankelijk was. Ik was er de laatste maanden al vaker, in die bezoekerszaal. En ik wist dus dat daar tegen de muren een aantal schilderijtjes hangen die door de gedetineerden zelf zijn gemaakt - onder andere een prachtig geschilderde kop van een wolf…
Als actualisatie en concretisering van deze gedachten stuur ik even mee:
-
een sterk opiniestuk van gevangenisaalmoezenier Siska Deknudt, over de media, die zo vaak meehuilen met de wolven… en vooral de wolf in lezer en kijker willen aanwakkeren…
-
twee artikels van Lies Debouver en Leo De Weerdt, enerzijds over de huidige situatie in onze gevangenissen (een échte woestijn/woestenij en jungle, heel vaak…) en anderzijds over de basisrechten van gedetineerden, met een sterk oproep om er mee voor te zorgen dat mensen in de gevangenis hun naam en gezicht, en vooral hun waardigheid en hoop niet zouden verliezen of zouden afgepakt worden door ‘het systeem’.
Misschien heeft iemand er iets aan…
Met hartelijke groet,
geert dedecker
Dienst Diaconie bisdom Brugge
ORBIT West-Vlaanderen
lid van de Stuurgroep Thuisfront - bisdom Brugge
Gevangenisaalmoezenier Deknudt: puin ruimen na ‘De Kroongetuigen’
Kerknet – 14 januari 2017
De start van het 4de seizoen van ‘De Kroongetuigen’ op VTM heeft alleen maar schade aangericht, schrijft gevangenisaalmoezenier Siska Deknudt in DS.
In haar opiniestuk in De Standaard van vandaag zaterdag 14 januari laat gevangenisaalmoezenier Siska Deknudt geen spaander heel van de aflevering over drievoudig moordenaar Roland Janssen waarmee VTM het vierde seizoen van de documentaire reeks De kroongetuigen afgelopen donderdagavond opende.
Ik zag een voyeuristische voorstelling van diep tragische feiten. Mijn verstand zoekt naar de zin van dit programma, maar ik kan niets bedenken. Gevangenisaalmoezenier Siska Deknudt
Maar daartegenover staan wel degelijk enkele heel kwalijke gevolgen, zowel buiten als binnen de gevangenismuren, betoogt Siska Deknudt. Slachtoffers noch daders, niemand wordt beter van dit soort televisie. Het o zo moeizame proces van re-integratie van elke gedetineerde, ook hij die niet naar de maatschappij terug kan, wordt er diepgaand door beschadigd en daar heeft de samenleving op termijn geen enkele baat bij.
En ook buiten de muren laat een reeks als Kroongetuigen vernielende sporen na, schrijft Deknudt. Bij de kijkers creëert ze de illusie eindelijk de ware toedracht achter de feiten te achterhalen en voor slachtoffers en daders worden diepe wonden publiek opengemaakt.
Lees hieronder de integrale tekst van de opiniebijdrage van gevangenisaalmoezenier Siska Deknudt in De Standaard van zaterdag 14 januari 2017.
KORT & BONDIG
Puin ruimen na Kroongetuigen
Siska Deknudt
Gevangenisaalmoezenier
Het programma Kroongetuigen werd al enkele weken met veel woorden en tegelijk met grote geheimzinnigheid aangekondigd. Op de website van VTM lees ik: ‘In Kroongetuigen wordt het verhaal achter waargebeurde en spraakmakende misdaden verteld aan de hand van de getuigenissen van politie, gerecht en nabestaanden.’
Maar ik zag donderdag een voyeuristische voorstelling van diep tragische feiten. Mijn verstand zoekt naar de zin van dit programma, maar ik kan niets bedenken. Slachtoffers aan het woord laten? Een plaats geven aan hun grote verdriet? Informatie geven over de motieven van een moordenaar? Het verloop van een onderzoek weergeven? Of is men vooral op zoek naar hoge kijkcijfers? Een mix van sensatie en polarisatie vormt dan wel een heel gemakkelijk en weinig origineel recept. Daar zijn enkele zeer kwalijke gevolgen tegenover te stellen.
Als gevangenisaalmoezenier liep ik al tegen de schade van deze reeks aan, nog voor de eerste aflevering werd uitgezonden. Ik denk niet alleen aan de gevolgen voor de daders die in beeld worden gebracht en hun families. Ook de onderlinge verhoudingen tussen de gedetineerden en de sfeer in de gevangenis worden zo ernstig verstoord. Het is in ieders belang dat gedetineerden de ruimte en de veiligheid krijgen om een goed begeleid proces van introspectie aan te gaan. Een uiterst fragiele en moeilijke weg voor elke gedetineerde. Ook voor wie niet terug naar de maatschappij kan, is dat zeer belangrijk. Het is een noodzakelijke voorwaarde en de enige manier om een leefbaar klimaat te scheppen binnen de muren van de gevangenis. Want hier moet de oefening naar re-integratie beginnen. Kroongetuigen beschadigt dit moeizaam proces diepgaand en daar heeft de samenleving op lange termijn geen baat bij.
Ook buiten de muren laat een reeks als Kroongetuigen vernielende sporen na. Bij de kijkers creëert ze de illusie eindelijk de ware toedracht achter de feiten te achterhalen. Maar is het niet al te gemakkelijk om met enkele goed uitgezochte casussen mensen altijd weer de schrik op het lijf te jagen? Voor slachtoffers en daders worden diepe wonden publiek opengemaakt. Binnen en buiten de muren van de gevangenis wordt een geest van wantrouwen en wrok gevoed. Wie wordt daar beter van?
Juridisch kan niemand dit soort televisie verbieden. Ik vraag niet om delicate thema’s dood te zwijgen. Wel om ze met de nodige deskundigheid aan te pakken en zich bewust te zijn van de gevolgen voor alle betrokken partijen.

Het zijn ónze gevangenen
Vrijplaats.net - Leo De Weerdt
Vanuit de ILRG (Interreligieus en levensbeschouwelijke raad binnen Justitie – Gevangeniswezen), waar ik deel vanuit maak, deden we vrijdag laatstleden . We stellen namelijk vast dat tijdens de acties van de laatste weken de basisrechten van gedetineerden serieus in de knel gekomen zijn. Dat geldt met name voor het ontvangen van voedsel en medicijnen, het recht om te douchen en gelucht te worden en het recht om te telefoneren en bezoek te ontvangen. Wij kunnen niet anders dan vrezen dat er op dit moment in onze Belgische gevangenissen schendingen van de mensenrechten plaatsvinden. De acties die nu door het personeel gevoerd worden, zijn ongetwijfeld mede ingegeven door verontrusting over de resultaten van een decennialang gevoerd beleid van desinvesteringen in het gevangeniswezen. Dat heeft zijn gevolgen voor het personeel, de gebouwen, maar juist ook voor de gevangenen zelf. Zij hebben recht op de correcte toepassing van de ´Basiswet´ die een minimum aan kwaliteit bij de uitvoering van detentie moet waarborgen. De op deze rechten gebaseerde zorg voor mensen die op last van justitie worden van hun vrijheid beroofd moet in het gevangeniswezen altijd vooropstaan.”[i] De humane bejegening van gedetineerden is tenslotte een zaak die de gehele samenleving aangaat.
En wat ons vanuit de geestelijke verzorging, binnen de huidige sociale onrust die onze gevangenissen treft, zo schokkeert, is precies die onverschilligheid ten opzichte van het lot van de gedetineerden. Dat is het waar het ons aalmoezeniers en consulenten uiteindelijk om gaat. Toch is het noodzakelijk, om een beter beeld te krijgen op de huidige situatie van onze mensen achter de tralies, vooraf een korte impressie te geven over het huidige beleid binnen het gevangeniswezen.
Ik werk reeds 15 jaar als aalmoezenier in de gevangenis van Brugge, en er is bij wijze van spreken, geen jaar voorbij gegaan of er was wel eens een staking. In zoverre dat ik verbaasd was indien men eens een jaartje oversloeg. Dit is vanzelfsprekend revelerend voor de malaise die reeds lang (er) aanwezig is in onze gevangenissen. Het verbaasd me dan ook niet dat het tot deze schrijnende situatie is gekomen. Aan een analyse van het gevangenissysteem waag ik me hier niet maar het is duidelijk dat deze aan een grondige herziening toe is. Deze is met veel creativiteit en goede wil opgestart onder de nieuwe minister van Justitie Koen Geens en zijn medewerkers. Maar dan wel, en dat moeten we allemaal toegeven, onder een bijzonder ongunstig gesternte. In het klimaat van de recente aanslagen die ook ons land troffen lijken er alleen maar nieuwe opdrachten voor onze gevangenissen bij te komen. Denk maar aan de overvraging van de afdeling van hoge veiligheid, de afdeling voor de terro-gedetineerden, enz.. Dat alles schept ook bij het personeel onrust en onduidelijkheid. Bovendien moet er dan ook nog gespaard worden en kondigen er zich rationaliseringsmaatregelen aan. Wat Vlaanderen betreft hebben we in het kader van de aangekondigde besparingen onze les (voorlopig althans) goed voorbereid . In alle Nederlandstalige Instellingen zijn er sinds verschillende maanden per gevangenis werkgroepen aan de slag om na te gaan hoe men in praktijk deze besparingsmaatregelen zo gunstig mogelijk kan implementeren binnen het personeelssysteem. In Wallonië is men daar blijkbaar heel recent mee gestart en dit veroorzaakt nu de grote sociale onrust bij onze Zuiderbelgen. Hierover zijn duidelijk nog niet de laatste lijnen geschreven.
Maar hiermee heb ik nog niets gezegd over de gedetineerden zelf. In tegenstelling tot hoe het ons soms wordt voorgesteld, is en blijft beroofd worden van je vrijheid voor de meesten een zeer ingrijpende en vernederende gebeurtenis. De meeste mensen die vandaag in onze gevangenissen verblijven komen uit sociale milieus die beduidend minder kansen geven: minimale opvoeding, slechte schoolervaring, lage opleidingsgraad, enz., kortom: vaak diegenen die niet meer mee kunnen in onze maatschappij en om één of andere reden dan ook op een verkeerde manier afhaken. Daar waar we er als samenleving alle belang bij hebben om deze groep zo vlot mogelijk terug te laten aansluiten, iets wat trouwens volledig in de lijn ligt van de principes van de Basiswetgeving, stellen we vast dat men vanuit de samenleving (te) weinig of niet betrokken is op het lot van onze gedetineerden. Alles wat er zich momenteel afspeelt in onze gevangenissen is daar een goed voorbeeld van.
Onlangs las ik het boek “Is dit een mens”, een heel aangrijpend en confronterend verhaal van de Italiaanse Jood Primo Levi waarin hij schrijft over zijn deporatie naar en zijn verblijf in Auschwitz. In het voorwoord van zijn boek, een herdruk van de jaren 70 zegt hij, dat er vandaag gelukkig nergens meer gaskamers of verbrandingsovens bestaan maar in bijna alle landen zijn er gevangenissen, krankzinnigengestichten enz. een soort van op zichzelf staande systemen, opgericht door mensen om andere mensen in op te sluiten en waar net zoals in Auschwitz, een mens het risico loopt zijn naam en gezicht te verliezen zijn waardigheid en zijn hoop. En het is onze plicht zo zegt Primo Levi, om als samenleving en als individu hier altijd waakzaam voor te blijven.
Een kortere versie van deze opiniebijdrage verscheen op donderdag 19 mei 2016 in .
[i]leden van de ILRG, de Inter-Levensbeschouwelijke Raad van bevoegde instanties inzake de religieuze en niet-confessionele morele bijstand in de Gevangenissen; de leden zijn de Unie Vrijzinnige Verenigingen; de Katholieke eredienst: de Islamitische eredienst; de Israëlitische eredienst, de Anglicaanse eredienst; de Orthodoxe eredienst; de Protestants-evangelische eredienst.
Welzijn gedetineerden moet prioritair zijn
De situatie in de Waalse en Brusselse gevangenissen zorgt voor een grote bezorgdheid bij de justitieel welzijnswerkers van de centra algemeen welzijnswerk (CAW’s). Niet alleen is de situatie onhoudbaar in de gevangenissen waar nu al een maand gestaakt wordt, er is ook spanning in andere gevangenissen. Met als gevolg dat het welzijn van de gedetineerden er slechter op wordt. Het welzijn van gedetineerden is echter al langer een probleem.
Lies Debouver
DeWereldMorgen.be - dinsdag 31 mei 2016
Onderkant formulier

Onmenselijke situatie niet houdbaar
Door de huidige situatie in de gevangenissen worden we allemaal met onze neus op de feiten gedrukt. Gedetineerden zijn mensen. Het is niet omdat het mensen zijn die een feit pleegden en daarvoor een straf uitzitten, dat ze niet als mensen dienen behandeld te worden.
Drie maaltijden per dag, de dokter kunnen raadplegen indien nodig, elke dag een douche kunnen nemen, propere kleren en een droge matras. Het zijn enkele voorbeelden van basisrechten van gedetineerden, die op dit moment in verschillende gevangenissen niet gegarandeerd worden. De gedetineerden kunnen hun rechten echter niet uitoefenen wanneer er geen personeel is die hiervoor kan zorgen. In sommige gevangenissen is er momenteel zelfs sprake van slechts één maaltijd per dag. De gevangenen komen in een onmenselijke situatie terecht. Als die situatie voordien al menselijk was.
Justitieel welzijnswerkers bezorgd
De centra algemeen welzijnswerk zetten zich onder andere in voor justitieel welzijnswerk. Justitieel welzijnswerkers zorgen in de gevangenis voor individuele begeleiding en voor een aanbod van activiteiten voor de gevangenen. De justitieel welzijnswerkers hebben hiervoor een goede samenwerking met het gevangenispersoneel om hun aanbod mogelijk te maken. Ook hulp- en dienstverlening, bezoek, en deelname aan activiteiten zijn namelijk rechten van gedetineerden. En ook dit recht komt in het gedrang.
Gevangenen zitten nu bijna de hele dag op cel (nog meer dan anders), met niets om handen. Logischerwijs geraken ze hierdoor ook steeds meer (of terug) gefrustreerd. Tijdens een begeleidingsgesprek gaan gevangenen dan ook steeds meer die frustraties ventileren. Dat ze die kunnen ventileren bij hun begeleider is op zich een goede zaak. Maar hoe meer tijd daar inkruipt, hoe minder tijd er beschikbaar is om echt met de gedetineerden aan de slag te gaan, om hun problemen aan te pakken, of te zoeken naar een job, woonst of opvangplaats voor wanneer ze vrijkomen.
Zo goed als elke gedetineerde komt vroeg of laat vrij. We moeten er als samenleving vooral voor zorgen dat dat op een positieve manier gebeurt. Hoe minder tijd in die begeleiding kan geïnvesteerd worden, hoe minder ondersteuning de gevangene krijgt voor zijn terugkeer naar de samenleving.
Welzijn gedetineerden eerste prioriteit
Op dit moment vinden er stakingen plaats in de Brusselse en Waalse gevangenissen, maar ook in sommige Vlaamse gevangenissen is de spanning te snijden. De problemen in de gevangenis duren echter al langer dan de afgelopen maand en kunnen we niet herleiden tot een staking. Zo getuigt bijvoorbeeld ook het jaarverslag van de gevangenis van Sint-Gillis en de herhaaldelijke veroordelingen door het Europees Hof van de Rechten van de Mens voor de mensonwaardige behandeling van gevangenen in België.
De context waarbinnen justitieel welzijnswerkers hun job moeten doen is al jaren precair, onder andere omwille van de overbevolking van gevangenissen. Zij kunnen hun werk niet doen zonder de nodige ondersteuning van voldoende gevangenispersoneel.
Het belang van het welzijn van gedetineerden
De centra algemeen welzijnswerk wensen het welzijn van de gevangenen onder de aandacht te brengen en vragen dat dit zowel nu als in de toekomst gegarandeerd wordt. Mensonwaardige situaties moeten aangepakt worden.
Wie zich nog afvraagt waarom we ons moeten bekommeren over het welzijn van gevangenen, doet er goed aan om de recidivecijfers er even bij te halen. Volgens onderzoek van het NICC belandt 41% van de gevangenen die vrijkomen opnieuw in de gevangenis. We hebben er als samenleving alle belang bij dat het welzijn van deze mensen gegarandeerd wordt, en dat ze voldoende kansen krijgen om zich op een positieve manier terug in de samenleving te integreren. Zo help je mee voorkomen dat ze nieuwe feiten plegen.
Gedetineerden verloren hun vrijheid voor een bepaalde periode. Ze krijgen die vrijheid op een bepaald moment ook terug en worden dan verwacht om geen nieuwe fouten te maken. Hoe kunnen we dat van mensen verwachten als we hun kansen kleiner en hun frustraties alleen groter dreigen te maken?
Lies Debouver is stafmedewerker CAW Groep vzw