* In de laatste weken werd Joh. de Doper herhaaldelijk ten tonele gevoerd: in de advent, vorige zondag bij Jezus’ Doopsel, en nu voor de derde maal bij het begin van het Johannesevangelie. Waar de andere evangelisten zeer geleidelijk Jezus’ diepste diep openbaren, stelt Johannes de kern reeds voorop bij de aanvang. Hij neemt de lift.
* De bijzondere ontsluiering, die we vandaag horen is: “ Zie het Lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt.” Een belangrijke zin, die de brug vormt v.h. O.T. naar het N.T.
\
- “ZIE, het Lam Gods…”. “Zie…” Dat woord “zie” is niet zomaar een banaal woordje, een gemeenplaats. Het gaat in de bijbel altijd vooraf aan een onthulling: een openbaring is op komst. Zo leidde de profeet de Emmanuelprofetie in: “ Zie, de jonge vrouw zal ontvangen…” (Jes 7,14), En de engel tot Maria: “ Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen…” (Lc 1,31)… en tot de herders: “ Zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap…” (Lc 2,10). Zo ook: “Zie, het Lam Gods” houdt in dat in die naam iets belangrijks ligt. Zelfs voor de Doper was het eerst nog verborgen: “Ook ik kende Hem niet”. Tot tweemaal toe. Jezus was zijn kozijn. Maar hij had Jezus nog niet tot in zijn diepste wezen erkend. Een werkelijkheid heeft meerdere kanten. Er zijn kanten die we eerst van elkaar niet kennen. Feitelijk zien en weten we weinig van elkaar. Ook Jezus kennen we niet zo vlug. We zijn nooit uitgekeken op Hem. Het is zoals met een meesterwerk, een schilderij: elke kijker ziet er weer iets anders in. Het zal pas duidelijk worden op het kruis. We hebben het innerlijk licht van Gods Geest nodig om Hem zo te begrijpen.
\ - “ Zie, HET LAM GODS…”. Het lam was bij de Joden meer dan bekend. Een herdersvolk. Elke dag werd op het tempelplein te Jeruzalem een lam geslacht voor de zuivering van de zonden van het volk. En t.g.v. het paasfeest vloeide het bloed van duizenden lammeren over het tempelplein. Het bloed van de lammeren wreven de Joden dan op de deurposten ter herinnering van de uittocht uit Egypte.- De profeten vergeleken Israel in ballingschap als het onschuldig lam ten slachtbank geleid, dat verstomt voor zijn scheerders (Jes 53,7; Jer. 11,19). Een lam als symbool van zachtheid en hulpeloosheid, afhankelijk van de macht van anderen. Daartegenover stelden in Jezus’ tijd de rabbijnen de komende Messias voor als een zegevierende ram, die met zijn krachtige hoornen de vijand verslaat. In de beeldende kunst van daaruit Jezus bij herhaling voorgesteld geweest, als een lam, een schaap of een ram. - Maar de symboliek van het lam heeft nog diepere wortels. In het verhaal waarin Abraham zijn unieke zoon Izaak moest slachten op de Moriah, horen we onderweg de kleine Izaak aan zij vader zeggen: “Mijn vader… hier hebben we het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het offer?” (Gen. 22,7). En Abraham vindt er geen antwoord op, maar zegt; God zal wel voorzien in het offerlam, mijn zoon.” Abraham was een man van geloof, hoewel alles nog duisternis was voor hem, tot wanneer God zijn hand tegenhoudt en een ram aanwijst in het struikgewas. Izaak, die het brandhout op zijn schouder droeg, was het ware offer niet, alleen een voorafbeelding. Pas Johannes de Doper zal het ware offer aanwijzen: “Zie het Lam Gods.” De ware Jood is degene die het geloof van Abraham heeft, en de ware christen leeft in de lijn van dat geloof. Het christendom zit ten volle in het Jodendom geworteld. – Ik herinner mij het woord van een Joods meisje, dochter van een rabbijn, dat op het einde van de tweede wereldoorlog zich tot de katholieke Kerk had bekeerd. Het vloog zijn vader om de hals met de woorden: “Dank je, papa, dat je mij het geloof van Abraham hebt geschonken .” En zij voegde eraan toe: “Ja, ik heb Christus ontdekt, en nu voel ik mij dichter bij jou omdat ik Hem ontdekt heb.” Dat is het geloof van Abraham; dat God in het ware offer – dat is Christus – zal voorzien. Dat woord “Lam Gods” is radio-actief.
\ - “Zie, het Lam Gods, DAT DE ZONDE VAN DE WERELD WEGNEEMT.” Merk wel het woord “wegnemen” in het Gr. “hairein” heeft een dubbele betekenis: a) opnemen, op zijn schouders tillen; b) ook wegdragen, wegnemen. Dit werkwoord wijst op de ware en totale verlossing die Christus brengt. – Ook het woord “zonde” staat er in het enkelvoud. Betekenisvol. Het gaat om de totaliteit van de zonde waarin de mensheid zich beweegt, de som van al wat kwaad en zonde is. – Dat juist bidden of zingen we in de Eucharistieviering (3 x zoals het Kyrie , de vraag om ontferming driemaal is), juist voor de H. Communie. En dan toont de priester nog eens de H. Hostie, Christus zelf, met de woorden van de Doper. Dat is een belangrijk moment. In het Jaar van de H. Eucharistie moeten we dat in evidentie stellen. Heel de bijbel breekt hier door in de Liturgie. Daarom is het dezelfde Johannes apostel, die in zijn boek openbaring het Lam Gods centraal stelt in een hemelse liturgie, prachtig door Van Eyck geschilderd. Uitgangspunt en centerpunt van ons leven. Amen.