Beste vrienden,
Enkele dagen geleden las ik in één van onze gerenommeerde dagbladen een artikel over de gemoedstoestand van de bevolking in onze maatschappij. Wat daar over een hele bladzijde geschreven stond kon je uiteindelijk in één woord samenvatten: onverschilligheid. Volgens de auteur zijn vele mensen vandaag de dag bedrukt en terneergeslagen. Ze functioneren in het alledaagse leven nog wel, maar ergens missen ze vuur, ze missen passie voor wat ze doen.
Een echte burn-out is dat gelukkig nog niet, maar je kan ook niets bespeuren van enig plezier in het bestaan. Op het eerste gezicht schijnt er niets belangrijks te ontbreken en toch krijg je het gevoel dat er als het ware overal iets te weinig is. Jonge mensen spuien uitspraken zoals: „Ik heb geen zin in niets“ en volwassenen antwoorden op de vraag: „Hoe gaat het?“, met „Goed zeker.” Maar wat betekent in dit geval „Goed?” Met deze vermeende „Normaliteit van de onverschilligheid“ heeft bijna iedereen te maken. Hier een beetje Aldi, daar een beetje Lidl of Colruyt, ginds een beetje Neckermann of Ryan air. De schilder Paul Klee schreef kort voor zijn dood een nota: „Is dat nu alles geweest? Och, ik geloof van niet.”
Beste vrienden, er is niet alleen die verdoken levensmoeheid en die energieloze basisstemming, maar er is ook nog een enorme portie geloofsmoeheid. Deskundigen attesteren in de maatschappij wel een positieve religieuze basisstemming, maar wat men zoal gelooft en waar men zich op oriënteert, is bij velen toch zeer onduidelijk. Ik krijg toch altijd weer de indruk dat voor vele mensen het kerkelijke en het christelijke totaal smakeloos is geworden, vis noch vlees.
Een keer zus, en dan weer zo en als je het van dichtbij beschouwt toch niet veel.
Nu eens eerlijk: wie van ons gelooft nog dat God echt in zijn leven tussenkomt? Daarbij heeft God ons toch vanaf het begin verzekerd: „Jouw leven is een opdracht, het heeft een zin – jij bent belangrijk, uniek en daarom ook onvervangbaar! Geeft een dergelijke boodschap geen goed gevoel? Een dergelijke boodschap zou de mensen toch uit hun dagelijkse sleur, uit hun zogenaamde normaliteit en ook uit hun kerkelijk-christelijke routine moeten kunnen bevrijden. Als je zo bedoeld bent, bij je naam wordt geroepen, uniek bent en werkelijk persoonlijk wordt aangesproken, dat moet je toch vleugels geven en je tot meer aansporen. Te weten dat je geen toevallig product van de evolutie bent, maar echt uniek, dat zou je toch uit de lethargie moeten bevrijden en je duidelijk maken hoe belangrijk je bent en hoezeer het in de maatschappij ook op jou aankomt!
Wanneer God ons tot navolging roept, wanneer Hij ons uitnodigt om naar zijn woord te luisteren en de opdracht die Hij ons heeft gegeven te vervullen, dan bedoelt Hij wel degelijk ieder van ons individueel. Het klinkt ongelooflijk, maar dat is de echte kerstboodschap, dat is het evangelie. En als we dat niet nog op één of andere vreugdevolle en positieve manier in onze knoken zouden hebben, dan zouden we hier waarschijnlijk vandaag ook niet zijn.
Kijken we toch even naar de kleine christelijke gemeente van Corinthe. Dat was, nonchalant gezegd, een klein, gek hoopje mensen uit de rand van de maatschappij. Paulus had hen gemotiveerd en voor de zaak van Jezus gewonnen. Sindsdien komen ze steeds weer bijeen, want Jezus’ boodschap heeft hen geraakt. Ook tijdens de lange afwezigheid van hun stichter blijven ze bijeen en trouw aan de boodschap. In die bonte havenmetropool aan de middellandse zee was dat zeker niet gemakkelijk, en in de rosse buurt mentaliteit van die havenstad ook zeker niet vanzelfsprekend. Daarom roept Paulus hen motiverend toe: “Jullie, Heiligen van Corinthe!” Kan het nog gekker? De leden van deze gemeente, havenarbeiders, poetskolonnes, ongeschoolde arbeidskrachten, zeelui, zeker ook prostituees en kleine boeven, ze worden door Paulus allemaal Heilig genoemd.
Daarmee bedoelt Hij natuurlijk geen morele kwaliteiten of bijzondere sociale vaardigheden – in tegendeel! Het komt voor Paulus niet aan op realisaties en prestaties, aan al zijn deze nog zo vroom.
Hier zorgt Paulus voor een goede scheut revolutionaire verandering in de sociale verhoudingen. Wie hier in het middelpunt staan zijn niet de succesvollen, niet de machtigen, niet de religieus of moreel rechtvaardigen, maar wel de kleine mensen, die Jezus gewoon eenvoudig aanvaarden en die in zijn boodschap de kans van hun leven erkennen. Want wie in de paasboodschap van Jezus gelooft, die weet dat hij wordt geroepen en ontsnapt aan de voortdurende rivaliteit en de concurrentie: ben jij beter dan ik? Wie is de mooiste? Wie presteert beter? Kom ik er nog goed voor? Al die banale vragen die in ons leven zo belangrijk schijnen hebben voor Jezus geen enkele betekenis. Hij verlost ieder van ons uit die vicieuze cirkels. Wij worden gezegend en uitverkoren zonder voorafgaande prestatie, zonder ook maar een blik op datgene wat zij of hij wel kan presteren – gewoon uitverkoren en geroepen zoals we zijn! Ja, bij Jezus mag ik werkelijk zijn zoals ik ben.
Paulus zelf aanziet zich, samen met zijn medewerker Sosthenes, als geroepen en geheiligd, en op dezelfde collegiale manier spreekt hij tegen zijn kleine Korintische gemeente: jullie zijn geroepen, uitverkoren en geheiligd. Datgene wat jullie je waardigheid, je vrijheid en je recht verleent, komt niet voort uit prestaties en winst, niet uit jullie positie in de maatschappij of uit kapitaal, neen – het komt uit iets anders voort. Het licht op in het feit dat de aanwezigheid van God in deze wereld elke mens waardig maakt. Het laatste concilie heeft verkondigd: “ in Jezus Christus heeft God zich met iedere mens in gelijke mate verenigd.” Let wel: met elke mens, niet alleen met elke Christen. Ook niet alleen benaderd of besnuffeld, maar werkelijk verenigd!!! En van waar komt nu die zekerheid, dat God het unieke van iedere mens ziet en waardeert? Zuigen we dat gewoon uit onze duim of bestaan daar Bijbelse bewijzen van? Die visie op de belangrijkheid en het uniek zijn van ieder individu wordt ons gegeven door de persoon van Jezus zelf. Hoeveel moed heeft Hij, de zoon van een kleine timmerman, niet gehad om zijn eigen weg te gaan en zijn roeping te volgen. Hoeveel kracht heeft Hij, ondanks alle tegenstand, niet gehad om op de tegenwoordigheid van God te vertrouwen en in Hem een liefhebbende Vader te zien. “Uw Rijk kome”, dat was om zo te zeggen zijn dagelijks shot vitaminen, dat was de basis van Zijn zelfvertrouwen en ook de zin van zijn leven. Op die zelfde manier spreekt Paulus zijn kleine gemeente in Corinthe aan en op die zelfde manier worden wij, vandaag ook aangesproken. En dat kan ons toch niet onverschillig laten. Onverschillig of geloofsmoe blijven alleen die mensen die op Jezus’ woord niet kunnen vertrouwen. Want op dat vertrouwen komt het in de eerste plaats aan. Paulus is daarvan overtuigd: In Jezus is iets waar geworden dat voor alle mensen geldt. Door zijn verrijzenis werd voor goed aangetoond dat God de mens wil, en dat niet alleen in het algemeen en heel abstract, maar heel concreet, hier en nu, U en mij! Net zoals Jezus een opdracht en een zending had, zo hebben u en ik ook een opdracht en een zending. Zelfs wanneer ons leven niet altijd zo verloopt zoals wij het hadden verhoopt; zelfs wanneer ons leven van alle dag meer grauw en kleurloos, dan in blije en heldere kleuren, verloopt, dan weten we toch altijd: Ons leven is gezegend en beaamd, het is onmiskenbaar uniek – met alles wat mooi is en ook alles wat minder mooi is. U en ik zijn geen bladvulling in de geschiedenis van de mensheid, neen, ons kleine korte leven, hoe begrensd en middelmatig het ook mag zijn, is en blijft uitverkoren, vandaag en voor altijd.
Van Jezus te mogen weten en Hem te kunnen geloven, dat is een geschenk en een roeping. Die roeping van Jezus tot Gezondene van God, tot Gods tolk – tot Gods zoon, dat vieren en erkennen wij in elke viering, in elke eredienst. En wanneer we dat doen, bevinden wij ons reeds volop in zijn verhaal, dat ook het onze is: uitverkoren en geroepen te zijn en voor altijd als oneindig waardevol te worden aanzien. Lieve mensen, bestaat er nog een grotere bevestiging, een betere medicijn tegen alle onverschilligheid en geloofsmoeheid dan deze?
Op die blije boodschap van Jezus als fundament kunnen we bouwen. Want in onze taal van vandaag zegt ze ons: “Je hoeft je leven niet te vergooien, je hoeft niet verder te ploeteren en alleen maar te functioneren - Je mag naar de stem van je eigen leven en van je eigen geweten luisteren. Word wakker en leef je leven, onmiskenbaar. Verhef je stem, want ze heeft gewicht. Kom voor je principes op en meng je in het debat! Daar leeft de Kerk van, daar leeft de wereld van en daar hangt ook de toekomst van die wereld van af. God wil jou!
Amen.