19e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Velen van ons zijn grootgebracht met het idee dat mystiek slechts aan een kleine spirituele elite is voorbehouden: de spiritueel hoogbegaafden uit onze traditie. Die spiritueel hoogbegaafden vormen als het ware een onbereikbare voorhoede - We zien ze vaak als mensen met een bijzondere nabijheid aan God - een nabijheid die wij niet zullen kunnen verwerkelijken. Daarbij komt nog, dat in de populaire beeldvorming de mystiek vaak gepaard gaat met bijzondere verschijnselen, uitzonderlijke ervaringen, of speciale bekwaamheden - waardoor het beeld van mystiek als iets dat voor gewone christenen onbereikbaar is alleen maar sterker wordt. Onze houding tegenover onze mystici en hun teksten krijgt daardoor iets van een afstandelijke bewondering.
En dat is jammer. Want de Heilige Schrift bevat ook mystieke teksten - en dat zijn teksten die, net als heel de Bijbel, ook voor ons bedoeld zijn, die ons niet alleen kunnen inspireren en orientatie bieden, maar die ook om een antwoord van ieder van ons vragen, die een beroep doen op onze bereidheid om ons door God te laten omvormen. De teksten die we vandaag lezen zijn twee van zulke mystieke teksten.

De openbaring die Elia op de berg Horeb ontvangt is een prachtige tekst. Een tekst die ons allereerst duidelijk maakt hoe God niet is, en daar bovenuit, wie hij wel is.
Elia heeft, in het boek 1 Koningen waar deze tekst uit komt, Elia is een strijd verwikkeld met de afvallige koning Achab die deze god van de vruchtbaarheid, macht en sex ging vereren. In de tekst die we lezen heeft Elia net als laatst overgebleven profeet van de Onuitsprekelijke God de strijd met de valse profeten van Baal achter de rug. Hij organiseerde een confrontatie tussen de Baal enerzijds en de Onuitsprekelijke God anderzijds. En in die confrontatie is duidelijk geworden dat de Onuitsprekelijke en niet de afgod Baal heer en meester is over de natuur. Elia laat in reactie daarop de profeten van Baal ter dood brengen en vlucht naar de Horeb. Want Achab en zijn vrouw leven nog en staan Elia naar het leven. En daar, onder die benarde en allesbehalve romantische omstandigheden krijgt Elia het visioen. Elia moet zo zouden we kunnen zeggen, als mysticus God om God verlaten.

Maar wat betekent dit? Elia’s visioen zegt in elk geval dat de Onuitsprekelijke God niet is zoals de Baal. Dat was als openbaring nodig, omdat de Onuitsprekelijke eigenlijk zojuist de Baal met diens eigen middelen, op zijn eigen terrein en in zijn eigen stijl verslagen had: in de stijl van de blinde krachten van de natuur.
Maar de Onuitsprekelijke, de echte God, staat boven al dit natuurgeweld, Hij heeft dit alles niet nodig, integendeel : aan wie Hem trouw zijn geeft Hij zich te kennen in een zachte bries - het tegendeel van alle natuurgeweld en het tegendeel van de verheerlijking van macht, vruchtbaarheid en sex.
Ook dit is mystiek: ontdekken wat en wie God niet is. Het is de lange weg van de loutering, het langzaam groeiende ervaren dat God groter is dan de natuur, groter is ook dan onze situatie, en groter is dan ons hart. De mystieke loutering leert ons
afstand te doen van beelden van God die bij onze zintuigen en bij de natuur aansluiten - omdat het niet om die natuur gaat, maar om haar Schepper. De natuur is schepping, ze is daarmee fundamenteel goed, ze is niet een toneel van blinde natuurkrachten. Maar die natuur is daarmee ook ´slechts´ schepping. Het gaat om haar Schepper. Pas door in de Schepper te geloven kunnen we de natuur zien als schepping.
De mystieke loutering van Elia vooronderstelt allereerst de verlossing uit het geloof in de macht van blinde natuurkrachten. Elia’s loutering is dat de Onuitsprekelijke God deze natuurkrachten niet nodig heeft om zich ten diepste te kennen te geven. God is integendeel een tedere God die zich in een zachte bries openbaart.
Elia ondergaat een loutering, een nog verdere ontvlechting van God en natuur dan hij al kende en waar hij voor streed.
Maar daar bovenuit houdt Elia’s loutering ook een geestelijke loutering in zijn diepste zelf: het achter je laten van beelden van God die in de geest, zelfs in de geest van de gelovige, aanwezig zijn.
Elia´s beeld van God wordt gelouterd - niet als straf of iets dergelijks, maar integendeel als genade. Het loslaten van Godsbeelden is juist voor wie echt gelooft en probeert God trouw te zijn, een genade. Steeds opnieuw leert de trouwe mysticus Elia dat God groter is dan zijn beeld van Hem. De mysticus Elia leert God kennen als Iemand die een tegenwoord spreekt, als een tegen- woordige in alle betekenissen van dat woord, als Iemand die steeds tegenspreekt dat Hij is zoals wij denken. Elia wordt gelouterd. Hij verlaat God om God. Hij leert God kennen als een tedere God, in de zachte bries. Zijn reactie is dan ook het bedekken van het gelaat. Want sinds Mozes weet hij dat niemand God kan zien en leven. Toch heeft hij deze Godsopenbaring ervaren. Wat van God uit gezien openbaring is, is vanuit de mens gezien een leerproces en een groeiproces dat een eerbiedig antwoord bij ons oproept.

In de tweede tekst die we lazen, het evangelie van vandaag, is Petrus degene die, als het ware als prototype van Jezus leerlingen, een leerproces doormaakt. Ook hij ontvangt, net als Elia, een openbaring. In deze tekst komt Jezus eindelijk toe aan de stilte om te bidden waarnaar hij al langer op zoek was. Jezus gaat de berg op, die plaats van openbaring. Uitdrukkelijk staat er dat Jezus alleen op de berg was, zonder zijn leerlingen. Dat betekent, dat hier, in die nacht op de berg, iets gebeurt in de intimiteit tussen Christus´hemelse Vader en Hemzelf. Wat die intimiteit behelst, vermeldt het verhaal niet. Het blijft een mysterie. Maar wel vertelt het verhaal wat hierop volgt.
In de ochtend, in dit licht, loopt Christus over het water naar de leerlingen. Deze beheersing van de natuurkrachten is aan de Onuitsprekelijke God voorbehouden, dus eigenlijk zegt dit verhaal hier al, dat in Christus God aanwezig en werkzaam is.
De leerlingen schrikken hier uiteraard van. En Jezus stelt hen gerust met de woorden Vrees niet. Ik ben.
Het zijn precies de woorden die de Godsnaam aanduiden.
En Petrus, die prototypische leerling, heeft direct de intuitie dat hier iets beslissends gebeurt. Hier wordt iets openbaar. Hij wil er daarom direct bij horen. Hij vraagt aan
Christus om het vermogen om over het water naar hem toe te lopen. Maar dat lukt niet, Petrus wordt door vrees beheerst en dreigt te zinken. Wat een contrast tussen Christus en zijn leerlingen!!! Maar Christus redt hem en spreekt hem toe over zijn twijfel. Het verhaal eindigt met een geloofsbelijdenis van alle leerlingen. Waarlijk Gij zijt de Zoon van God.
Ook deze evangelietekst is een mystieke tekst, een tekst waarin ons iets wordt geopenbaard, een tekst die verheldert wie de onuitsprekelijke God ten diepste is. Want de Onuitsprekelijke God die boven de natuurelementen staat, die God is in Christus aanwezig, zodanig dat hij met het woord ‘Zoon’ mag worden aangeduid. Zijn hemelse Vader woont in zijn volheid in hem, zou Paulus kunnen zeggen. Of zoals de evangelist Johannes het zou zeggen: Christus is ´in´de Vader, en de Vader ´in´Hem.

Maar dit betekent ook dat God niet alleen het tedere tegen~woord van Elia is, Hij is nog meer dan dat. Hij is ons liefdevol, en reddend, nabij. Hij is deze nabije mens Jezus geworden. Hij strekt zijn handen naar ons uit als we het nodig hebben. Wat hij als antwoord van ons vraagt is geloof, in de betekenis van vertrouwen, afwezigheid van angst, vrees en twijfel.
Dit is een verhaal waarin de openbaring van God aan ons ten opzichte van het verhaal over Elia een enorme stap voorwaarts gaat.
Wat God ons in Christus schenkt is liefdevolle nabijheid in een concrete mensgeworden God; een nabijheid die niet afhankelijk is van onze eigen prestaties als gelovige, en zelfs niet helemaal afhankelijk is van ons vertrouwen in Hem. We
mogen in deze openbaring het verschil leren zien tussen Christus en zijn leerlingen; en dat is en blijft een kwaliteitsverschil. In Hem is God aanwezig en werkzaam, en wij, zijn falende leerlingen, moeten zelfs nog leren om net als Petrus onze oorspronkelijke intuitie dat Jezus de Christus is, te vertrouwen.
Petrus faalt, en toch is hij het voorbeeld, voor alle mystici even goed als voor ons.

Laten we dan, net als Petrus, ons niet schamen voor de kloof tussen Christus en ons , en laten we, net als Petrus, intuitief het water op gaan. Christus vraagt van ons niet meer, maar ook niet minder dan een vertrouwvolle relatie, een waarin we in vertrouwende liefde durven zeggen: " waarlijk U bent de Zoon van God “En: “in U is God, U bent in God,Op uw wenken bedaart de stormwind, onze onloochenbare liefste.” Vorm mij steeds meer om in uw liefde.
Amen.

Zoeken in Preken Online