Over water wandelen

A-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Eens las ik in een boek dat Jezus over het water wandelde: dat was niet moeilijk, want de stenen lagen bloot. Dat zijn slechte boeken. Af te raden lectuur. Om twee redenen. Ten eerste lezen wij bij Matteüs niet een verhaal over een natuurwonder. Dat is een eerste fout. De tweede fout bestaat erin dat het miraculeuze karakter wordt weggepraat door het natuurlijk te verklaren. Een mysterie wordt niet uitgelegd. Dan is het weg. Het doet bepaalde mensen blijkbaar ontzettend veel deugd dat ze elke naïviteit kunnen doden met een ongelofelijk naïeve rationaliteit.

Het evangelie van Matteüs is geen fabeltjeskrant. Hij schrijft niet voor een kleuterklas. Het is een geloofsboek. Te lezen en te verstaan door gelovige mensen. Zij alleen kunnen door dit soort verhalen vaste grond krijgen onder hun voeten. Al is deze grond in dit geval water. Om dat water is het te doen.

Voor mijn plezier heb ik in de bijbel eens alle ‘water-plaatsen’ opgeteld. Ik kom aan ongeveer 300. Als ik nu dat vele water ontleed in het laboratorium van mijn hersens, dan stel ik vast dat de grote waterplas er niet proper uitkomt. Hij is meestal vuil: een woonplaats van demonen en boze geesten. Vanuit die gore plek wordt de mens door duivelse machten aangevallen en bestookt… om erin ten onder te gaan. Die stoute gedrochten wensen ons een verdrinkingsdood toe. Zo zagen die ‘primitieve’ mensen de zonde. Een grof opzettelijk kwaad duwt de mens die kwalijke dieperik in. De mens heeft dan zijn thuis bij de demonen.

Nu zegt Matteüs dat Jezus over dit water heeft gewandeld. Hij gaat er niet in ten onder. Integendeel, Hij liep dat water onder de voet. Die macht is door Hem aan banden gelegd. Die watervloed is door Hem tot stilstand gebracht. En Hij deed dat al wandelend. Niet met krampachtige krachtpatserij. Hij wandelde. Hij overwon de macht niet door supermacht. Het was geen duel dat Hij met glans had gewonnen. Het was Geest-kracht tegenover duivel-macht.

Volgens de primitieve opvatting was er een gat op de bodem van de zee. Daarlangs kwamen de demonen in het water terecht. Van daaruit heersten zij. Daartegenover staat dat boven Jezus de hemel openging. Er was dus ook een opening van boven. Zo ontstaat er een nieuwe logica. Wie naar de stem van boven luistert zal gezegend worden. Wie luistert naar de schreeuwerige stem van beneden zal in de waterpoel kopje onder gaan. De mens heeft hier dus de keuze: ofwel leven vanuit Gods helende kracht, ofwel leven volgens de macht van een duivelse bedreiging. Al wandelend heeft Jezus zijn kracht getoond. Dat is ook ons beloofd en gegeven, al zal het voor ons soms meer zijn dan een brave wandeling.

Er is evenwel één voorwaarde die ons succes verzekert: hou Jezus in het oog als je over troebel water stapt. Doe niet zoals Petrus. Hij keek naar de hevigheid van het water en ver¬zonk. De angst om te vallen zit blijkbaar diep in ons. Angst, zo zei een Duitse dominee, is het tegenovergestelde van vertrouwen, de tegenpool van geloven.

Als de stenen bloot liggen, is er natuurlijk geen angst, maar dan is er ook geen geloof.

Zoeken in Preken Online