Waar gebeurd?

A-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Meer nog dan de genezingen roepen de zogenaamde natuurwonderen in de evangeliën veel vragen op. Spontaan vragen wij ons af of wat daarin verteld wordt wel echt zo gebeurd is. Niemand kan over water lopen, en met vijf broden en twee vissen kun je geen vijfduizend hongerige mensen verzadigen. Appels vallen toch ook niet naar omhoog? Gelden hier immers niet de natuurwetten zoals overal en voor iedereen? Dankzij die wetten is de natuur betrouwbaar: we weten wat kan en wat niet kan, wat we mogen verwachten en wat niet, wat we wel of niet kunnen doen.

Toch vertellen de evangeliën verhalen waarin, zo lijkt het toch, een loopje genomen wordt met de natuurwetten. Voor modern denkende mensen zijn die verhalen zeer uitdagend. Het is goed even na te gaan hoe je er spontaan op reageert. Sommigen zullen zeggen dat dit alles niet echt gebeurd kan zijn en dat we dus met verzinsels te maken hebben. Anderen zullen bij hoog en bit laag vasthouden aan de letterlijke betekenis en in die verhalen een bewijs zien van Gods almacht: Hij kan zelfs de natuurwetten doorbreken. Weer anderen zullen de vraag naar ’echt of niet echt’ omzeilen door als het ware onder het verhaal op zoek te gaan naar een dieper liggende betekenis.

Wie heeft het nu bij het rechte eind? Ik vrees dat we er met dit soort vragen niet uitkomen. Jezus zelf laat een ernstige waarschuwing horen ter gelegenheid van het wonder van de broodvermenigvuldiging. Tegen het volk dat Hem achternaloopt, zegt Hij in Johannes 6,26: ‘U zoekt Mij niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u volop hebt kunnen eten.’ Daarmee ontkent Hij niet dat er een wonder gebeurd is, maar verduidelijkt Hij waar het per slot van rekening op aankomt: niet op het straffe spektakel of op het onmiddellijke voordeel dat mensen daarbij hebben. Wel wil Jezus duidelijk maken wie Hij is en wat wij aan Hem hebben. Wonderen zijn bedoeld om mensen tot geloof in Hem te brengen. Soms lukt dat, bij¬voorbeeld in deze episode van het stillen van de storm. De leerlingen hebben het zwaar te verduren gehad in hun boot. Ze zijn als bij wonder gered. Wanneer het allemaal achter de rug is, zeggen ze niet: ‘Wat een straf mirakel! Hoe heeft Hij dat voor mekaar gekregen?’ Ze zeggen wel: ‘Werkelijk, U bent de Zoon van God.’ Ze begrijpen het gebeurde als teken en ko¬men tot geloof. Maar soms lukt het niet. Zo kan Jezus in zijn vaderstad geen wonderen doen, omdat blijkbaar niemand daar bereid is in Hem te geloven.

Belijden dat Hij de Zoon van God is, is ook weer geen ab¬stracte theorie. Mensen komen zover omdat ze inderdaad ervaren hebben dat Hij, Jezus, de Redder is. En dat heeft niet alleen te maken met vrome gevoelens. Wij zijn wezens van vlees en bloed. Jezus kan de honger van mensen stillen. En als ze wegzakken in het water en dreigen te verdrinken, redt Hij ze. Daarom noemen we Hem in de eerste plaats onze Redder.

Zoeken in Preken Online