19e zondag door het jaar A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

In een discussie met jongeren over God en hun geloof in God, zei een van hen: Als er een God bestaat, dan is hij in elk geval doofstom. Ik heb hem nog nooit wat horen zeggen, en hij heeft nog nooit naar me geluisterd, want ik heb in het verleden echt wel eens tot hem geroepen. Hoe kun je nu geloven in een God die zich nooit laat zien en zich nooit laat horen?
Toen ik die uitspraak hoorde, dacht ik bij mezelf: Zou het nu aan God liggen dat hij niet gezien of gehoord wordt, of zou het toch aan de mensen leggen? Om te iets zien moet je ook weten waar je kijken moet, en iets om te horen moet je stil zijn. En ik denk dat daar ons grote probleem ligt.
De eerste lezing van vandaag geeft ons een van de mooiste verhalen over God, hoe hij verschijnt aan de profeet Elia, hoe die hem gezien en gehoord heeft. Als wij aan God denken dan hebben we macht, almacht, voor ogen. Als God zich laat horen,dan verwachten we eigenlijk ook iets van storm, aardbeving, donder en bliksem. Maar God was niet in de storm, hij was niet in de aardbeving, hij was niet in het vuur. Maar toen Elia het suizen van een zachte bries hoorde, toen besefte hij dat God daar was.
Toen sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht, staat er, want wil je iets van God zien van moet je a.h.w. naar binnen gekeerd zijn. En als je God wil horen, moet je van binnen stil zijn, zoals je een zachte bries alleen dan kunt horen als het stil is stil in je omgeving en nog veel meer stil in jezelf.
En daar ligt het probleem van onze tijd. Omdat ons leven zo vol herrie zit, letterlijk en figuurlijk, daarom horen we ook zo slecht. Omdat ons leven zo jachtig is, hebben we geen tijd om naar binnen te kijken. Je hoort van ouders wel eens de klacht dat hun opgroeiende kinderen geen moment zonder het getetter van een radio schijnen te kunnen, ze kunnen alleen huiswerk maken met keiharde muziek op de achtergrond. Dan heb je dat voorbeeld van een tiener die op school zei: ik heb gisteravond geen huiswerk kunnen maken want mijn radio was kapot. En als je eens door de bossen fietst of wandelt dan wordt je daar van binnen rustig van, dan kun je genieten van de vogels die fluiten, maar soms kom je toch ook mensen tegen met een oordopje vol harde muziek van hun walkman.
Maar het gaat niet alleen om rust en stilte om ons heen, veel belangrijker is het of er rust en stilte is in onszelf: dat we bij tijden even stil kunnen staan in ons jachtige bestaan, dat we in rust naar binnen kijken, stilstaan bij ons diepere zelf.
Vroeger had je wel retraites, dat waren dagen van bezinning en ook nu zijn er mensen met een heel drukke baan die zich nu en dan terugtrekken in een abdij of klooster om daar van binnen weer tot rust te komen. Maar de meesten hollen maar door.
Ik heb wel eens de indruk dat velen bang zijn voor de stilte, dat ze juist alles doen om de stilte en de inkeer te ontvluchten, door steeds maar weer jachtig en luidruchtig in de weer te zijn. Bewust of onbewust zijn ze bang voor de vele vragen en onzekerheden die in je kunnen opborrelen, vragen waar je geen raad mee weet.
Misschien zijn ze bang voor de stem van hun geweten, die zich in die rust en stilte laat horen, een geweten dat misschien verwijten maakt. Misschien zijn ze ook bang om de stem van God te horen, bang dat die stem hen wakker zal schudden uit een gezapig leventje van gemakzucht. Maar elke mensheeft momenten van stilte nodig om echt te leven en zichzelf te zijn, ook stilte van gebed, stilte voor gebed, ook de gewijde rust van een viering in de kerk.
In die stilte kunnen we ook iets van God ontdekken, iets van zijn kracht ervaren, kracht die je nodig hebt om over het water te lopen zonder te zinken, om overeind te blijven als het stormt in je leven. Laten we nu een paar minuten stil zijn, onze ogen sluiten en luisteren naar ons hart.

Zoeken in Preken Online