19e zondag door het jaar A (2002)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Beste kleingelovigen.
Vroeger begon een priester zijn preek altijd met: beminde gelovigen. Vandaag zou ik willen zeggen: beste kleingelovigen, en, om misverstanden te voorkomen, daar reken ik mezelf ook bij.
Jezus maakte Petrus het verwijt dat zijn geloof te klein was, we hebben dat zojuist in de evangelielezing gehoord. Ik denk dat die opmerking evenzeer voor de allermeesten van ons geldt. En dan hoeven we niet eens te denken aan lopen over het water, de enthousiaste Petrus wilde dat wel, maar hij ging kopje onder. We kunnen wel met zijn allen naar het Schaartven gaan maar ik durf te wedden dat niemand van ons over het water lopen kan. Nu is wel of niet over het water kunnen lopen beslist geen maatstaf of iemand wel of niet een groot geloof heeft. Jezus mag dan wel over het water gelopen hebben, maar voor ons gewone mensen is dat echt totaal onmogelijk.
Ofschoon, Jezus heeft ook eens gezegd: als je een geloof hebt zo groot als een mosterdzaadje, dan zeg je tegen die berg: ga van hier naar daar en hij gaat, niets zal voor jullie onmogelijk zijn. Als je echt in iets gelooft, dan kun je ook heel veel, dan worden zelfs onmogelijke dingen soms toch mogelijk. Als we echt zouden geloven, in God die met ons meetrekt, in Jezus die ons de weg wijst, in de kracht van het samen gelovig zijn, dan zouden we misschien toch over het water kunnen lopen, in figuurlijke zin dan, of om aan ander beeld te gebruiken: dan zouden we ons wat meer op glad ijs durven begeven.
Kijken we nog eens even naar het evangelieverhaal van vandaag. We zien een groepje mannen in een bootje, de zee is woelig en ze hebben stugge tegenwind. Maar zo zijn er zovelen, ook nu, ook wel in onze omgeving, mensen die in hun leven de wind niet mee hebben, die het tegenzit, die moeten ploeteren om mee te komen in onze jachtige samenleving.
In het evangelie zien we mannen die een spook menen te zien en daar bang van worden. Maar zo zijn er zovelen, ook nu, wellicht ook in onze omgeving, mensen die bang zijn van het onbekende dat op hen afkomt.
We zien een Petrus die plotseling zijn hachelijke situatie beseft en kopje onder dreigt te gaan in de wilde golven, maar zo zijn er zovelen, wellicht ook in onze eigen omgeving, mensen die het hoofd niet boven water kunnen houden en dreigen te verdrinken in hun onzekerheid, eenzaamheid, verdriet. Dat is de werkelijkheid van nu, die situaties kennen we, soms van heel nabij.
Maar het evangelie van vandaag laat ons nog een andere kant zien: we zien namelijk Jezus aan het werk. Hij steekt Petrus een hand toe en redt hem van de verdrinkingsdood. Hij zegt tegen die bange mannen: wees niet bang, ik ben het. Hij brengt de wind tot bedaren zodat ze vreedzaam verder kunnen.
En wat Jezus toen daar deed, dat is ook precies wat gelovige mensen nu zouden moeten doen in hun leefsituatie. En gelukkig wordt dat ook heel veel gedaan. Laten we alsjeblieft niet somber gaan zitten doen, alsof mensen in onze tijd niets meer voor elkaar over zouden hebben. Dat hebben ze wel, althans heel velen.
En toch ligt hier de vraag die we onszelf moeten stellen: als we echt een groot geloof in die Jezus zou hebben, als we ons echt door zijn boodschap laten inspireren, zouden we dan nog niet veel meer moeten doen?
Maar dat meer, betekent dat je je op glad ijs gaat begeven, dat je op water gaat lopen, dat je in het onzekere stapt, je weet wel waar je begint maar niet waar het eindigt. En we zijn allemaal mensen die graag vast grond onder de voeten hebben, we willen weten waar we in het leven aan toe zijn, onzekerheid knaagt aan ons, we kunnen er niet tegen.
Maar als ons geloof groter zou zijn, als het echt levend zou zijn, dan zouden we daarin een ander soort zekerheid kunnen vinden, die ons in staat stelt in het ongewisse te stappen. En nu moeten we niet denken dat het gaat om grootse dingen, dingen die eigenlijk boven onze krachten gaan, zaken waarvan iedereen zegt: o wat geweldig. Dan zoeken we net als Petrus het spectaculaire en dan vallen we juist als hij hoogstwaarschijnlijk door de mand.
Nee, denken we aan de eerste lezing van vandaag. God kwam de profeet Elia te hulp, Elia zag het niet meer zitten, hij had zich verstopt in een grot, zijn kop in het zand gestoken, hij wilde de werkelijkheid om hem heen niet meer zien. God kwam, niet in de donder en bliksem maar in een zachte bries, niet in het grootse en machtige maar in iets gewoons, iets kleins. En ook daarin moet ook ons geloof zichtbaar worden, en in dat geloof kunnen ook wij veel meer dan we meestal denken.

Zoeken in Preken Online