Er was eens een wonderprediker die rondging door het land.
De kleine Levi was hem -tegen de wil van zijn vader-
achternagelopen, zoals de kinderen vroeger
achter de fanfare aanliepen.
Het was een beroemde prediker, heel Polen liep achter hem aan;
een soort Henri de Greeve voordat die bestond.
Als de jongen weer thuis komt vraagt zijn vader:
’en wat heb je van de wonderrebbe geleerd.'
Vol trots antwoordt Levi:
‘dat God de wereld geschapen heeft.’
‘Sufferd’ zegt zijn vader.. moest je daar zo ver voor gaan reizen:
dat weten we toch al lang.
‘Zeker’ zegt de jonge Levi: ‘iedereen zegt dat hij het weet
maar niemand weet wat het eigenlijk zeggen wil.’
Het verhaal van vandaag is overbekend.
Het was pas bij de bespreking met twee volwassen doopleerlingen
dat mij de diepere zin duidelijk werd.
Jezus vraagt daarom herhaaldelijk aan zijn leerlingen:
‘begrijp je wel wat ik jullie leer?’
In dit hoofdstuk vraagt Jezus het meerdere malen.
En als Hij dat vandaag nou eens aan ons zou vragen?
Iedere goede katholiek je te vertellen
dat Jezus brood uitdeelde en dat er voor iedereen genoeg was
maar wat het eigenlijk betekent? Een groot, groot wonder ??
Om te beginnen vinden we de verhalen al een beetje moeilijk
zodat we er maar liever niet over nadenken.
De gewone vraag: ‘hoe kon zoiets nou’ willen we maar liever niet stellen.
En zo laten we het verhaal maar staan
en hangen er een beetje tegen aan en
zo komen we nooit aan het besef toe dat Matteüs ons hier iets wil vertellen
over de nieuwe wereld die bereikt kan worden
als mensen werkelijk van God willen zijn.
Eerst iets over de situatie waarin het verhaal verteld wordt:
Jezus heeft nu al zijn redevoeringen afgesloten,
de bergrede, de apostelrede en de rede tot de omstanders.
Vol verbazing hebben velen zich afgevraagd wie deze Jezus was.
Steeds meer mensen waren Hem gaan volgen,
was dat eigenlijk wel verantwoord?
Had dit alles wel toekomst?
Jezus was op een bootje gegaan
om even van die mensen weg te zijn en aan de overkant van het meer
aan de bergachtige met de leerlingen alleen te bidden.
Maar dan –het is een komisch detail-
blijken de mensen allemaal omgelopen te zijn
en staan ze hem op te wachten.
En nu komt een leermoment:
Jezus is niet boos maar spreekt tot hen
en geneest hun zieken.
De mensen van toen
zijn geen willekeurige wonderdoener of een bedrieger gevolgd
maar de Messias
die de mensen werkelijk voedsel wil bieden voor onderweg.
Als de avond valt willen de leerlingen hen wegsturen
maar – den dat is weer een leermoment-
dat is niet in Jezus’ stijl.
Er worden geen mensen weggestuurd
‘Geef ze maar te eten’luidt zijn opdracht.
We horen ook nog in ons verhaal, dat de leerlingen niets hoefden te kopen
zoals dat door Jesaja gezegd werd.
En dan begint het grote gebeuren.
De Messias die 5 broden neemt en 2 vissen:
samen 7 het heilige getal.
Vijfduizend worden er verzadigd
en er blijven 12 korven brood over.
De gelovige Jood hoort in dit verhaal meer dan wij:
ooit hadden in de tempel 12 broden gelegen voor het altaar:
teken van de compleetheid van het volk: de 12 stammen.
En dan te bedenken dat er in Jezus’ tijd
nog maar TWEE stammen van de twaalf over waren!
Maar God verlaat Zijn volk niet.
Hij zal Zijn volk herstellen…
dat was de oude belofte.
Een droom?
Ja maar een droom die uitkomt.
Er is iemand gekomen
rond wie die droom werkelijkheid wordt:
Jezus Messias en zijn helpers…
de apostelen: u en ik.
En dan zal het wonder geschieden:
brood wordt gebroken en gedeeld:
een nieuwe wereld wordt werkelijkheid.
Matteüs gelooft zó in die wonderbare deelmogelijkheid
dat hij hetzelfde verhaal twee maal vertelt.
De eerste maal (het verhaal van vandaag) vertelt
over de zegen voor het volk Israël zelf:
er blijven 12 korven over (voor iedere stam van Israël één!).
En later komen daar nog zeven korven bij:
bij de tweede delen komen de andere volkeren in het vizier:
heel de nieuwe aarde in zicht:
er is overvloedig voedsel voor de zeven grote volkeren der aarde.
Jezus deelt het brood van het woord van God kwistig uit:
Israël èn de volkeren er omheen mogen meedoen.
Het is dezelfde nieuwe werkelijkheid
waar de profeet Jesaja al over gesproken had:
‘KOM MAAR EN KOOP VOOR NIETS.’
In zorgelijke tijden had Jesaja dat gedroomd..
de ballingschap van Babel had al vele,
vele jaren geduurd maar: HET EIND IS IN ZICHT!
Hij ziet een nieuwe toekomst tot de reële mogelijkheden behoren.
Het visioen van een goede nieuwe toekomst kan in zicht komen
als mensen er voor willen kiezen.
Wij mogen dat doen rond Jezus
de grote uitdeler van voedsel dat ons overeind doet blijven
op de lange weg.
De gedachtenis van Jezus vieren is
in dankbaarheid gedenken wat ons allemaal aan rijkdom
in Hem gegeven is.
De bemoediging die Hij gaf bracht mensen weer op de been.
Zijn woorden waren en zijn brood voor het eeuwig leven.
Het Brood van zijn eigen lichaam dat Hij ons gaf,
geeft ons kracht om vol te houden op onze pelgrimstocht.
En hoe meer we dat alles gedenken …
hoe gemakkelijker wij zelf ook troosten,
bemoedigen en het delen slaan.
Er zullen wonderen kunnen gebeuren in ons midden,
tekenen van Gods nieuwe toekomst…
als wij zelf aan het breken en delen durven gaan.
Een nieuwe wereld kan dan al hier en nu aanwezig komen..
net als rond Hem toen
maar nu … dankzij de tekenen die wij laten zien.
Gods Koninkrijk kome
in onze dagen,
en - dat zou prachtig zijn -
vooral dankzij ons.
Jezus vroeg herhaaldelijk aan zijn leerlingen:
‘begrijp je wel wat ik jullie leer?’
En als Hij dat vandaag nou eens aan ons zou vragen?
Als wij, samen met alle mensen van goede wil aan het werk zijn gegaan,
pas dan hebben wij werkelijk begrepen
wat het verhaal ons zeggen van de brooddeling ons zeggen wil.
Zo moge het zijn, Amen.