Een paar weken geleden was ik in een zaak voor tabakswaren en
tijdschriften. Ik stond in de rij voor de toonbank en voor mij stond
een jonge moeder: één kind aan de hand en één kind in de buggy. Toen ze
aan de beurt was vroeg ze om een Staatslot. Dat verwonderde mij, en ik
betrapte mezelf op het vooroordeel dat meedoen aan de staatsloterij
iets is voor mannen op middelbare leeftijd die in één klap hopen te
bereiken wat hen tot nu toe nog nooit is gelukt: rijk worden. Maar als
ik de verhalen soms hoor draait het meestal uit op soms een schamele
winst die in de kroeg nog geld kost.
De jonge vrouw wilde een staatslot en ik realiseerde mij dat ik net op
de radio had gehoord dat er een gigantisch bedrag in de jackpot zat: 25
miljoen! Niet verbazend dat dit velen tot de verbeelding spreekt, ook
een jonge moeder die aan de toekomst denkt van haarzelf en haar
kinderen. Maar hoe groot is de kans dat je iets wint? Laat staan de
hoofdprijs? Ze zou voor het geld dat ze nu voor dat lot uitgeeft beter
iets aardigs kunnen kopen voor haar kinderen, dacht ik nog. Maar de
jonge vrouw noemde het gewenste eindgetal en rekende af.
De parabels van Jezus vandaag spelen in op het verlangen van mensen
naar de jackpot, naar een lot uit de loterij die onze toekomst
zonniger kleurt, veilig stelt. Maar de schat in de akker, de kostbare
parel: hoe groot is de kans dat je het vindt?
Van parels weten we dat ze zeldzaam zijn, vooral de mooie. En in oude
tijden, wanneer er onheil dreigde, werd er natuurlijk wel eens iets in
de grond begraven wat van waarde was. Maar dat iemand anders dit vinden
zou is natuurlijk een enorme toevalstreffer.
‘Zo is het met het koninkrijk der hemelen’ - zegt Jezus. Een weinig
bemoedigende vergelijking. Het Rijk van God blijkt zó verborgen dat het
een toevalstreffer is wanneer je er iets van ontdenkt, iets van
aantreft. Die gedachte, dat Gods Rijk moeilijk te vinden is, sluit aan
bij de ervaring van velen die worstelend en zoekend door het leven gaan
om iets van geluk, iets van vervulling van hun diepste verlangens te
ervaren. Dat blijkt niet eenvoudig. Gerechtigheid voor kleine mensen,
echte liefde, ware vrede, waar vind je dat?
Waar is geen honger, geen dorst, geen dood? Gods Rijk is nog zó
verborgen… De verleiding is groot om je maar te richten op het geluk
dat je nu in handen hebt, hoe vluchtig dat ook is, en het daar maar bij
te laten. De tijd van de grote dromen, de grote verhalen is voorbij -
roepen we al jaren al jaren in West-Europa. Grote idealen lijken dwars
door midden gebroken, van links tot rechts.
Wat overblijft is meestal het zoeken naar het eigen comfort, het
genieten van wat er te genieten valt, leven aan de oppervlakte.
Gemiddeld wordt er niet hoger ingezet, niet dieper gezocht.
De parabels van Jezus spelen in op het verlangen van mensen naar een goede toekomst en dagen ons uit om daar actief naar toe te leven. Op zoek te gaan naar die éne schat, die éne parel, en dáár alles voor over te hebben. Die éne schat, die éne parel, noem ze maar ‘de kroonjuwelen van het Rijk van God’ noem ze maar gerechtigheid en vrede, noem ze maar liefde, toekomst, leven voluit. Het is zal alles waard blijken om daarnaar te blijven zoeken en naar te blijven streven: in zijn derde parabel, over het sleepnet en de vissen, geeft Jezus aan dat alleen voor de rechtvaardige, voor wie zoekt naar Gods Rijk en zijn gerechtigheid, er toekomst zal zijn in het Rijk van God.
Met het lot zorgvuldig opgeborgen liep de jonge moeder samen met
haar kinderen de winkel uit en ik hoopte in stilte dat ze toch wat
winnen zou. Ze zou het zeker goed weten te besteden. Maar haar
levensgeluk zou er niet van afhangen.
‘Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, de rest zal je erbij gegeven worden.’ (Mat. 6,33)