Die ene parel (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Een paar weken geleden was ik in een zaak voor tabakswaren en tijdschriften. Ik stond in de rij voor de toonbank en voor mij stond een jonge moeder: één kind aan de hand en één kind in de buggy. Toen ze aan de beurt was vroeg ze om een Staatslot. Dat verwonderde mij, en ik betrapte mezelf op het vooroordeel dat meedoen aan de staatsloterij iets is voor mannen op middelbare leeftijd die in één klap hopen te bereiken wat hen tot nu toe nog nooit is gelukt: rijk worden. Maar als ik de verhalen soms hoor draait het meestal uit op soms een schamele winst die in de kroeg nog geld kost.
De jonge vrouw wilde een staatslot en ik realiseerde mij dat ik net op de radio had gehoord dat er een gigantisch bedrag in de jackpot zat: 25 miljoen! Niet verbazend dat dit velen tot de verbeelding spreekt, ook een jonge moeder die aan de toekomst denkt van haarzelf en haar kinderen. Maar hoe groot is de kans dat je iets wint? Laat staan de hoofdprijs? Ze zou voor het geld dat ze nu voor dat lot uitgeeft beter iets aardigs kunnen kopen voor haar kinderen, dacht ik nog. Maar de jonge vrouw noemde het gewenste eindgetal en rekende af.

De parabels van Jezus vandaag spelen in op het verlangen van mensen naar de jackpot, naar een lot uit de loterij die onze toekomst zonniger kleurt, veilig stelt. Maar de schat in de akker, de kostbare parel: hoe groot is de kans dat je het vindt?
Van parels weten we dat ze zeldzaam zijn, vooral de mooie. En in oude tijden, wanneer er onheil dreigde, werd er natuurlijk wel eens iets in de grond begraven wat van waarde was. Maar dat iemand anders dit vinden zou is natuurlijk een enorme toevalstreffer.

‘Zo is het met het koninkrijk der hemelen’ - zegt Jezus. Een weinig bemoedigende vergelijking. Het Rijk van God blijkt zó verborgen dat het een toevalstreffer is wanneer je er iets van ontdenkt, iets van aantreft. Die gedachte, dat Gods Rijk moeilijk te vinden is, sluit aan bij de ervaring van velen die worstelend en zoekend door het leven gaan om iets van geluk, iets van vervulling van hun diepste verlangens te ervaren. Dat blijkt niet eenvoudig. Gerechtigheid voor kleine mensen, echte liefde, ware vrede, waar vind je dat?

Waar is geen honger, geen dorst, geen dood? Gods Rijk is nog zó verborgen… De verleiding is groot om je maar te richten op het geluk dat je nu in handen hebt, hoe vluchtig dat ook is, en het daar maar bij te laten. De tijd van de grote dromen, de grote verhalen is voorbij - roepen we al jaren al jaren in West-Europa. Grote idealen lijken dwars door midden gebroken, van links tot rechts.
Wat overblijft is meestal het zoeken naar het eigen comfort, het genieten van wat er te genieten valt, leven aan de oppervlakte. Gemiddeld wordt er niet hoger ingezet, niet dieper gezocht.

De parabels van Jezus spelen in op het verlangen van mensen naar een goede toekomst en dagen ons uit om daar actief naar toe te leven. Op zoek te gaan naar die éne schat, die éne parel, en dáár alles voor over te hebben. Die éne schat, die éne parel, noem ze maar ‘de kroonjuwelen van het Rijk van God’ noem ze maar gerechtigheid en vrede, noem ze maar liefde, toekomst, leven voluit. Het is zal alles waard blijken om daarnaar te blijven zoeken en naar te blijven streven: in zijn derde parabel, over het sleepnet en de vissen, geeft Jezus aan dat alleen voor de rechtvaardige, voor wie zoekt naar Gods Rijk en zijn gerechtigheid, er toekomst zal zijn in het Rijk van God.

Met het lot zorgvuldig opgeborgen liep de jonge moeder samen met haar kinderen de winkel uit en ik hoopte in stilte dat ze toch wat winnen zou. Ze zou het zeker goed weten te besteden. Maar haar levensgeluk zou er niet van afhangen.
‘Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, de rest zal je erbij gegeven worden.’ (Mat. 6,33)

Zoeken in Preken Online