Wat zoeken mensen, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; wat zoeken mensen in godsnaam in Sharm El-Sheikh, in Egypte, aan de Rode Zee? - Sharm El-Sheikh, waar in de nacht van vrijdag op zaterdag een markt en hotels door autobommen werden getroffen, waar 45 doden en meer dan 150 gewonden door zijn gevallen? De Rode Zee die het decor vormde van de ervaring die aan fundamenteel is geweest voor onze geloofstraditie, de uitredding namelijk door God van het joodse volk onder leiding van Mozes uít Egypte, de bevrijding van dat volk uit de slavernij … Waarom gaan mensen, waarom gaan westerse toeristen met name, dáár in deze tijd vrijwillig naartoe?
Nou ja, om te beginnen het weer natuurlijk! De Hollandse zomer is weer min of meer ingestort. Aan de Noordzeekust en op de Veluwe heeft men weer de nodige regen en kou te verwerken gekregen. Nou, daar heb je in Sharm El-Sheikh geen last van!
Gisteravond in het acht uur-journaal zagen we de Hollandse eigenaar van een duikschool in Sharm El-Sheikh die met een brok in z’n keel vertelde dat z’n dochter in Holland aan ’m had gevraagd: “Papa, kun je niet beter thuiskomen?” “Dat doet je dan wel wat” zei hij. Naast het mooie warme weer kan er dus ook gedóken worden te Sharm El-Sheikh, in de Rode Zee dus.
Afgelopen nacht, veelgeliefden, had ik een droom. Twee parochianen die ik gistermiddag tegenkwam in de Aldi, laat ik ze Wim en Truus noemen, bleken een appartement te hebben in Sharm El-Sheikh. Het was echt heel herkenbaar Hollands-gezellig ingericht - met veel kleedjes, lampjes en tegeltjes en zo. En midden in de kamer prijkte er, naast de open haard (ja heus: in Sharm El-Sheikh!); daar prijkte, als een jacht-trofee, een groot stuk ruw koraal.
Veelgeliefden: zit er wel koraal in de Rode Zee? Ik heb eerlijk gezegd géén idee. Ik vroeg mij af: wat doet dat stuk koraal in mijn droom in het appartement van Wim en Truus in Sharm El-Sheikh? Eigenlijk begreep ik ’t meteen! Ik zat natuurlijk met die mooie, die kostbare parels in m’n hoofd uit ’t evangelie! Parels die komen óók uit zee, die worden óók opgedoken. En koraal is rood. Dus in mijn droom over de Rode Zee zijn de parels rood geworden, zijn de parels koralen geworden. Zo werkt dat in dromen.
Mensen maken droomreizen. Ze willen naar Egypte, naar de Rode Zee, naar Sharm El-Sheikh - om te duiken. Of ze willen naar Australië, of naar Hawaii of naar de Fiji-eilanden, of naar Bali of waar dan ook heen … En als ze daar dan zijn, dan willen ze er iets van meenemen naar huis. In mijn jeugd ben ik met mijn ouders vaak op vakantie geweest. Vader, moeder en vijf kinderen in een vaak niet al te grote auto. En daar moesten op de terugweg dan óók vaak nog allerlei omvangrijke souvenirs bij. Op de terugweg vanuit Denemarken was de autovloer bezaaid met grote gekleurde keien en zaken vol met grote schelpen die bestemd waren voor ’t vijvertje bij ons in de achtertuin. En op de terugweg vanuit Joegoslavië zaten we met z’n allen in de auto midden tussen de palmbomen en andere sub-tropische vegetatie plus een heel spinnewiel (“kolorad” in het sloveens). Op de terugweg vanuit Polen zaten er in de kofferbak allemaal kristallen schalen en karaffen.
Mensen hebben zo hun dromen. Dromen van vakantie-bestemmingen, dromen van wat ze mee zullen nemen van vakantie en dromen van wat ze daar thuis mee gaan doen, met die dingen; hoe ze dat allemaal gaan neerzetten en zo. En die dromen, veelgeliefden, die kunnen heel ons hoofd vullen als het ware. Die koopman in het evangelie, die z’n hoofd was vol van parels. Weet U nog van vroeger: Rudi Falkenhagen als de zeerover in Pipo de clown en Mameloe. Die had ’t altijd over “Parels, mooie parels!” Dat was echt zijn zinnetje. zet nou je zinnen met eenzelfde energie, vastberadenheid en doorzettingsvermogen op het Koninkrijk van God als zo’n zeerover of zo’n koopman of zo’n chique mevrouw verzot is op parels; zet er je zinnen op zoals Wim en Truus in mijn droom hun zinnen hadden gezet op dat stuk koraal, zoals de familie Valkering destijds op die gekleurde keien en schelpen, dat spinnewiel en de palmbomen, zet er je zinnen op zoals op ’t maken van een droomreis. Wees vól van dat Koninkrijk. Streef ernaar met al je kracht. Dát veelgeliefden is waar Jezus ons vandaag in ’t evangelie voor tracht te enthousiasmeren en winnen, dat is waartoe Hij ons oproept en wat Hij bij ons aanbeveelt … Als ik dat woord “koninkrijk” hoor, dan moet ik altijd denken aan dat weergaloze gedicht van Gerard Reve: “Graf te Blauwhuis”. Ik lees het U voor:
Hij rende weg, maar ontkwam niet,
en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud.
Een strijdbaar opschrift roept van alles,
maar uit een bruin geëmaljeerd portret
kijkt een bedrukt en stil gezicht.
Een kind nog. Dag lieve jongen.
Gij, die Koning zijt, dit en dat, wat niet al, ja ja, kom er eens om,
Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?
Ja mensen - wie durft er nog reppen van dat “koninkrijk” in een wereld waarin mensen zichzelf en talloze anderen aan flarden blazen vanwege “de goede zaak” - ja vawege “de zaak van God” nota bene. God betere het, veelgeliefden! Wat mensen zich niet in hun hoofd halen!
Maar denk nu niet: Vroeger, toen de mensen nog niet zoveel wisten als wij nu, vroeger, toen de mensen zoveel onbedorvener waren en naïever - ja tóen konden de mensen nog geloven … Wij daarentegen zijn inmiddels wel voorgoed uit de droom geholpen, uít die droom over dat koninkrijk. Lucht is het dat koninkrijk, een fata morgana in de Egyptische woestijn! ok die verschrikkelijk gekwelde man Job, die we opnieuw tegenkwamen in de eerste lezing vandaag, ook Job had al dezelfde ervaring als wij in onze tijd. Ook Job wanhoopte al aan God: “O, wist ik maar waar ik hem kon vinden, kon ik hem maar opzoeken in zijn verblijf … (…) Maar ik ga naar het oosten - daar is hij niet, naar het westen - ik zie hem nergens. Hij is in het noorden - en blijft onvindbaar, hij toeft in het zuiden - ik kan hem niet ontdekken.” Dit is de ervaring van “godverlatenheid” zoals ook Jezus zelf die gehad heeft: “God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten …”
Veelgeliefden, hoe houd je het daarín en daarméé uit: met en in die godverlatenheid? Ik denk: wat dan gevraagd wordt is “geloof”. En geloof, veelgeliefden, dat is ten diepste altijd een blind en niet te verantwoorden en niet te bewijzen vertrouwen. Dat het er dus wèl toe doet om, zoals Job, “puur als goud” te zijn zo mogelijk en om God’s woorden zoals wij die ontvangen hebben in de heilige Schrift (en daar maakt het boek Job dus deel van uit!); om die te koesteren. Er is goede vis en er is slechte vis zegt Jezus ons vandaag in ’t evangelie. Er zijn kwaadwilligen en er zijn rechtvaardigen. En de slechte vis, de kwaadwilligen - die gaan verloren, hun pad loopt dood … Maar de goede vis, de rechtvaardigen: zij zijn de kinderen van een koninkrijk van licht en liefde, van vreugde en van vrede dat God zal vestigen. Dat koninkrijk heeft een geschiedenis. Jezus en Job, Mozes, Mirjam en Maria: zo heten de mensen die, temidden van vele anderen, de weg van dat koninkrijk hebben gebaand en die zelf de weg zijn gegaan die leidt náár dat koninkrijk. Dat koninkrijk, telkens opnieuw wordt er een nieuw begin mee gemaakt telkens als wij, zoals vandaag, de heilige eucharistie vieren. Zorg dus dat je erbij hoort. Wees niet kwaadwillig, maar wees rechtvaardig, zo rechtvaardig mogelijk, doe je best. Zet je zinnen op dat koninkrijk zoals mensen hun zinnen kunnen zetten op een droomvakantie naar Sharm El-Sheikh. Zo’n vakantie kan je nog met onaangename verrassingen confronteren. Wij mogen echter geloven dat we níet bedrogen uit zullen komen met en in dat koninkrijk van God - ook al kan de weg naar dat koninkrijk tóe ons ook leiden door het water (denk aan de uittocht uit Egypte door de Rode Zee heen) of door het vuur van welke bomaanslag ook. Amen.