Zusters en broeders,
Mensen, ook jonge mensen, vragen soms:
“Een roeping, wat is dat voor iets?”
Dat lijkt zo een simpele vraag… waarom bestaat daar geen kort en eenduidig antwoord op? En trouwens, waarom vragen ze het eigenlijk? Heeft niet iedereen een roeping dan, misschien? Want je kan toch niet zomaar zeggen: dit is een roeping, die mens is geroepen, en die daar… die eigenlijk niet.
Als we het leven goed bezien, dan moeten we wel zeggen: iedereen heeft een roeping, iedereen heeft een levensopdracht.
Het hoeft niet per se religieus te zijn.
Misschien laat het zich zo nog het beste samenvatten: de grootste gemene deler van wat ‘roeping’ is, is leven vanuit een passie.
Het is zich inzetten met heel je wezen, met je diepste zijn, voor datgene -heel uniek- waarvan je het gevoel hebt: dit moet ik doen!
Een roeping is dat ene doel dat elk in zich voelt groeien, dat alleen maar duidelijker en groter wordt, tot wij het niet meer kunnen negeren. We gaan erop in en alleen dan leven we voluit; niet noodzakelijk gemakkelijker, niet noodzakelijk leuker, maar wel vanuit de diepste kern van wie we zijn.
De een wordt priester, de ander boekhouder, weer een ander arbeider, of leerkracht, of kok, of landbouwer, of schrijver, of wie weet wat nog allemaal.
Dat is alleen maar mooi en alleen maar zinvol als het gebeurt vanuit verlangen en heel graag doen.
Of iemand voor deze of gene roeping helemaal geschikt is, is eigenlijk niet altijd aan de orde. Wie echt mens is, die weet dat hij of zij tekort schiet. Die weet dat hij of zij fouten maakt. We botsen op ons temperament zo dikwijls, op ons verleden, nu en dan, op onze dromen en verlangens evenzeer. We zouden liefst van al alleen maar bomen zijn die goede vruchten voortbrengen, maar weten ons zo dikwijls alleen maar onkruid nu en dan. Ons grootste kwaad, of onze diepmenselijke zwakheid doet niet alleen de ander pijn. Ook wijzelf zien ervan af. Soms komt ons grootste zeer van onszelf. Vandaar dat het zo belangrijk is dat er mensen zijn die ons gaarne zien. Dat er mensen zijn die ons aanvaarden zoals we zijn. Ook al zijn we soms onaangenaam of bars in onze omgang. We hebben vrienden nodig, tochtgenoten, die moedig genoeg zijn om te zeggen wat het evangelie ons vertelt: in ieder tarweveld staat onkruid. Maar de tarwe is belangrijkst. In ieder mens zitten schaduwkanten, maar het is de zon, die je tovert in het leven van mensen, die belangrijk is.
We hoeven niet perfect te zijn. Goed zijn is meer dan genoeg. Dat is de boodschap van het evangelie deze zondag…
Goed zijn is de zekerste weg naar geluk…
Want geluk is een opdracht, niet echt een geschenk. Aan geluk kan je werken. Geluk kan je zoeken. Geluk is een avontuur. Niets is meer zinvol in dit leven dan vinden wie je in wezen bent en verder gaan dan… meer en meer worden wie je bent, zoals je bent: dik of dun of kaal of harig of plezant of ernstig… want dat zijn allemaal maar details.
Geluk is durven groeien, durven bloeien, meer en groter, een leven lang…
Het is zomer nu. Velen hebben het wat rustiger of nemen vakantie.
Moest het zijn dat u eens vijf minuten teveel hebt, stel uzelf dan eens de vraag:
Wat werd er van mijn leven? Ben ik mezelf en mijn idealen trouw gebleven, ondanks zoveel? Ben ik goed bezig of neem ik best een andere weg? Wat is mijn roeping?