Hoeveel mensen zouden er op dit ogenblik in de auto, de trein of het
vliegtuig zitten? Ze gaan op vakantie, en proberen zo snel mogelijk op
de plaats van bestemming te komen. Mensen die wandelen hebben een ander
soort leven en een ander soort ritme. Zodoende zien ze onderweg meestal
meer: kleine, onopvallende dingen die niet worden opgemerkt door mensen
met haast. Jezus was niet een man met haast, maar eerder een wandelaar,
die geregeld de moeite nam om stil te staan en te kijken naar
alledaagse dingen, en naar mensen die alledaagse dingen doen. Dat kun
je merken aan het evangelie van vandaag. Hij vertelt drie korte
verhaaltjes over doodgewone dingen, waarin een bijzondere boodschap
verborgen ligt. Hij leert ons om zó te kijken, dat we iets beginnen te
begrijpen van wat dat mysterieuze koninkrijk van de hemel is.
Wij
zijn eerder mensen die verder willen, méér willen doen, weer wat nieuws
op het spoor willen komen. We zijn eerder mensen die hollen dan
stilstaan, tenzij we oud worden of ziek zijn of een dag rust nemen. Hoe
moeilijk het soms is om in een lagere versnelling te leven, weet ik uit
eigen ervaring. Maar ik weet het ook uit bezinningsdagen die ik vroeger
mee organiseerde onder de titel “Geloof en ervaring”. Daaraan deden
telkens een stuk of twaalf mensen mee. Op een van die dagen was er
altijd een oefening gepland, die we “dingmeditatie” noemden. Nadat we
in een kring waren gaan zitten, nodigde ik iedereen uit om in stilte
naar een aangrenzende kamer te gaan en, daar één voorwerp te pakken van
de vele die op een tafel lagen uitgestald. “Bekijk alles goed wat er
ligt, voordat je een keuze maakt, en kom dan met je voorwerp terug naar
de stoel in de kring.” Op die tafel lagen een stuk of dertig alledaagse
dingen: een rolletje plakband, een asbak, een theemuts, een servetring,
een schuimspaan, een handdoek, een typemachine, een bloknoot, een
sinaasappel, enzovoort, enzovoort. Als iedereen met zijn of haar
voorwerp was teruggekeerd in de kring, werd een opdracht gegeven, die
uit drie onderdelen bestond: “1. Bekijk je voorwerp van alle kanten,
voel eraan, ruik eraan; 2. Wat zou je tegen je voorwerp willen zeggen?;
3. Wat heeft dit voorwerp jou te zeggen?” Die verkenningstocht duurde
ongeveer een kwartier. De oefening werd afgerond doordat aan iedereen
werd gevraagd om een gebed uit te spreken met het voorwerp in de
handen. Het is wonderlijk hoe emotioneel mensen dan werden, wanneer ze
al biddend vertelden wat ze ontdekt hadden door volop de tijd te nemen
voor hun voorwerp. Ik herinner me nog heel goed, hoe een beer van een
man, die de handdoek had uitgekozen, in tranen uitbarstte. De zachte
handdoek herinnerde hem aan verdrietige ervaringen, die hij zijn leven
lang had weggestopt en waar hij nu ineens weer mee in contact kwam. Ik
herinner me ook iemand die de servetring had gekozen, van het merk
“Gero zilmeta”. Dat laatste woord bleek voor hem de beginletters te
vormen van een vraag die hij zich eigenlijk nooit gesteld had:
“Zilmeta. Zal ik leven met een tedere aandacht?” En zo werden al die
verschillende voorwerpen voor iedereen parabels; ze leerden hoe je kunt
geloven en bidden. Het is een oefening die jij, ieder van u, ook kunt
doen, zo vaak als u wilt, thuis of waar dan ook.
Deze herinneringen kwamen bij mij boven, toen ik het evangelie las.
Jezus deed ook zon “dingmeditatie”, zou je kunnen zeggen. Op een dag
rondwandelend zag hij een boer die aan het zaaien was, en hij
herinnerde zich van een vorig seizoen hoe er in een korenveld onkruid
tussen het graan groeide. Hij ging zitten, en liet die twee beelden op
zich inwerken. Hij begon zich vragen te stellen over de herkomst van
het onkruid en de onvermijdelijkheid daarvan. Hij goot zijn gedachten
erover in een verhaal voor zijn leerlingen, voor ons. Die gelijkenis
maakt iets duidelijk over het koninkrijk van de hemel. Zij vertelt ons
wie God is en wat God doet. God wil voorkomen dat wij met het onkruid
ook het graan uittrekken. Hij geeft ons de kans om in een groeiproces
te ontdekken wat goed en wat slecht is. Hij leert ons te wachten tot de
oogsttijd, om pas dán de definitieve beslissing en keuze te maken:
graan opslaan in de schuur, onkruid verbranden. Het goede bewaren, het
kwade wegdoen. “Onderzoek alles, en behoud het goede”, noemde de
apostel Paulus die manier van doen.
De tweede gelijkenis gaat over het zaadje van de mosterdplant. Een paar
dagen geleden had ik het daarover met twee van mijn huisgenoten,
jezuïeten, die allebei op de landbouwschool hebben gezeten. Een van hen
zei: “Juist in de landbouw wordt duidelijk dat het eigenlijke werk door
God gedaan wordt: er is geen boer die zijn plantjes zelf tot leven kan
wekken of ze kan laten groeien, hij kan het proces zelfs niet
versnellen. Alles groeit zoals God het beschikt heeft: wat er groeit,
hoe lang het duurt voordat het gaat bloeien en hoe lang het duurt
voordat er geoogst kan worden. Daar kan de boer niets aan veranderen.
Maar dat wil niet zeggen dat de boer niets hoeft te doen. Als hij niet
op tijd zaait, het onkruid weghaalt, de meststoffen toedient en op het
goede moment oogst, zal hij weinig opbrengst hebben.” De ander zei:
“Matteüs was niet erg goed in plantkunde, want een uit mosterdzaad
voortgekomen plant is te klein en te zwak om vogels te kunnen dragen.
Er is nog een veel kleiner zaadje dan dat van de mosterdplant, namelijk
dat van de Amaranthus. Dat zal Jezus wel bedoeld hebben.” Welk zaadje
het ook geweest is, het verhaaltje dat Jezus vertelde is in elk geval
duidelijk: zelfs uit het allerkleinste en onbeduidendste kan iets
groots voortkomen. Ook dat is een beeld van het koninkrijk van de
hemel. Ook dat is waar God in gelooft.
In het derde en kortste verhaaltje tenslotte, over het zuurdesem,
vertelt Jezus opnieuw dat iets kleins en onbeduidends grote invloed kan
hebben. Een goed humeur bijvoorbeeld kan invloed hebben op het hele
gezin of op al collega"s op het werk. Een vriendelijk woord kan
wonderen doen. Zo werkt God, want God hoeft het niet te hebben van
spectaculaire stunts.
In zijn drie gelijkenissen leert Jezus ons vandaag om beter te kijken,
om dieper door te dringen in het alledaagse, om in het kleine het grote
te zien, om in graan en onkruid, in een piepklein zaadje en in
zuurdesem het koninkrijk van de hemel te ontdekken. Dat lijkt me een
niet al te moeilijke opgave voor ons. De vraag is alleen: wanneer begin
je eraan?
16e zondag door het jaar A (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen