U weet, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; U weet: in het tegenwoordige Nederland zijn er vele vaders en moeders die een kind los van elkaar opvoeden. Ooit vielen die twee mensen in elkaar, waren ze van elkaar gecharmeerd, waren ze verliefd op elkaar en deelden ze “tafel en legerstede” (om met pater van Kilsdonk te spreken), maar op de één of andere manier kwam er “een kink in de kabel”, ze verstonden elkaar niet meer, verliefdheid werd weerzin soms, liefde werd soms haat. Soms kwam er ruzie om niet te zeggen “oorlog” … Heel vervelend voor alle betrokkenen en met name ook voor het kind of de kinderen “van de rekening”. Zó is het. Het is niet zoals Onze Lieve Heer en de heilige Kerk het bedoeld hebben, maar het komt váák voor - zeker ook bij ons in Amsterdam.
Laatst gaf iemand mij inzage in een e-mail (U weet: dat is een per computer verstuurde brief), een e-mail van een voormalige geliefde. Nou, daar lustten de honden geen brood van mensen: “Ik voel me niet prettig in jouw gezelschap”. “Je bent niet eerlijk”.“Je bent uit op wraak”. “Ik walg van jou”. “Het doet me pijn dat je zo met ons kind omgaat en het zo laat vallen”. Dit soort zinsnedes stonden er in die e-mail. Het zal je maar gezegd worden! Zelf vind ik degene voor wie de e-mail bestemd was een heel aardig iemand, iemand die volgens mij ook goed is voor het kind in kwestie. Maar daar denkt de voormalige geliefde dus heel anders over …
Job, in de eerste lezing, krijgt vandaag ook onder uit de zak. Wij weten van Job: zijn ziel is lelieblank, hij heeft voorbeeldig geleefd. Maar God heeft de ruimte gegeven om Job te confronteren met het mysterie van het kwaad. Zo wordt Job op de proef gesteld. Door de ene na de andere ramp wordt hij getroffen. Vandaag is in de lezing Job’s “vriend” Elifaz weer aan het woord en hij wrijft Job vanalles aan: Job is een onrechtvaardige zegt Elifaz en die worden “vóór hun tijd geveld, alsof een rivier hun fundament had weggespoeld”. Hij kan het bloemrijk zeggen, Elifaz. Als je hem zo hoort praten over wat Job allemaal misdaan zou hebben, dan springen je de tranen in de ogen, alleen: Het klopt niet. De aanklacht van Elifaz is vals. Die aanklacht doet Job geen recht en snijdt door zijn ziel ongetwijfeld.
Mensen kunnen het moeilijk hebben met elkaar veelgeliefden. Dat gold ook voor de mensen binnen de kerk in de tijd dat Mattheüs zijn evangelie schreef, zo rond het jaar tachtig van de eerste eeuw van onze jaartelling. Een vijftig jaar na Jezus’ dood schreef Mattheüs alles op wat hij gehoord had en verzameld had over Jezus. En er maakten in die tijd mensen deel uit van de christelijke gemeenschap waar Mattheüs en misschien ook anderen moeite mee hadden, mensen die ze er het liefste uit zouden willen knikkeren: Hoepel op alsjeblieft. Jij deugt niet, jij hoort hier niet thuis, jij denkt niet, jij gelooft niet, jij leeft niet en jij doet niet zoals van een christen verwacht mag worden … De kerk, veelgeliefden, die zou eigenlijk overal bóven moeten staan, ver verheven bóven het vuige gedoe van de mensen. De kerk zou alleen maar moeten bestaan uit voorbeeldige, uit zuivere, uit stralende, uit sprankelende, uit heilige mensen … Die gedachte kan ook opkomen onder ons, bij deze of gene. Onverdraaglijk soms, voor sommigen misschien, dat ’t niet zo is: dat de kerk, dat mensen daarbinnen niet beantwoorden aan dat prachtige ideaal van ons, aan die hoge roeping.
Mensen kunnen het moeilijk hebben met elkaar veelgeliefden - óók, zeker óók binnen de kerk. Maar tegelijk moet je ook zeggen: mensen kunnen zich ook erg in elkaar vergissen. Ze kunnen elkaar ook onrecht doen door het beeld dat ze van elkaar koesteren. Zie maar hoe Elifaz tegen Job aankijkt. En denk nog maar even aan die e-mail waaruit ik U citeerde. Mensen kunnen elkaar ook zwárt maken - of wit of rood of geel of blauw. Mensen kunnen vanalles met elkaar doen. Het beeld dat mensen van anderen hebben is vaak niets anders dan de weerspiegeling van hun eigen angsten en frustraties. Ik heb wel eens een collega op bezoek gehad die vanalles tégen mij had. Veelgeliefden: alsof er een emmer werd leeggekieperd. Hij draafde maar door … En ik stond erbij en ik keek ernaar en had heel sterk de ervaring: dit gaat niet over mij. Dit heeft eigenlijk helemaal niets met mij te maken. Ik kreeg er trouwens ook geen speld tussen. Wat ik eventueel te zeggen had, dat deed er eigenlijk helemaal niet toe zo was mijn gevoel. Hij had gelijk en hij zou ’t houden ook.
Mensen verketteren elkaar: in families, in relaties, in de kerk en ook binnen de samenleving, U weet: vooral “de islamieten” zijn de bonte hond op ’t moment. En omgekeerd kunnen ’t voor de islamieten ook de christenen c.q. de ongelovigen zijn … Er schijnen moslims te zijn die denken: dat is één pot nat “de christenen” en “de ongelovigen” - en misschien hebben ze vaak nog wel gelijk ook want de christenen zijn vaak geen éne haar beter. Elke keer dat er weer een moslim-massagraf in Bosnië in beeld komt stijgt het schaamrood mij naar de kaken moet ik zeggen … Maar gisteravond kom ik vóór het avondgebed in de kerk en ik zie: het hek is dicht. Maar het hek is niet op slot. Wat blijkt: onze voetballende buurjongetjes hebben ’t dichtgedaan. Ik spreek ze erop aan en van een paar krijg ik een brutale mond. Ik zeg: Kom op jongens zó gaat dat niet. We gaan even op de boeken zitten, we moeten even met elkaar praten. En ik zeg tegen ze: jullie zijn geweldige jongens en ik vind het hartstikke leuk dat jullie hier altijd zo lekker voetballen. Maar één ding: de kerk is de kerk en die moeten jullie wèl respecteren. Het woord is weer gevallen. Het woord “respect”. “Ja, maar jullie moeten ons ook respecteren …” En het jongetje dat ’t zegt bedoelt: de moslims. En dat is ook zo natuurlijk - al was ’t in dit geval dus niet de entree van de moskee die het moest ontgelden. Zou je daar nou ook tegenaan voetballen? We moeten elkaar héél laten. Geen háár mogen we van elkaar krenken. En als een ander jou slaat, dan betekent dat nog niet dat jij terug mag slaan. Keer je andere wang maar toe zegt Jezus. En dáár moet je toch sterk voor zijn mensen! Van elkaar afblijven, van elkaars spullen en van elkaars heilige ruimtes …DE INGANG VAN DE KERK IS GÉÉN VOETBALDOEL - al geef ik toe: het is wel precies de goeie maat.
Mensen hebben moeite met elkaar. Mensen verketteren elkaar. Mensen zijn soms geneigd te zeggen tegen anderen: hup m’n land, m’n kerk, m’n leven uit. Maar mensen kunnen zich ook érg in elkaar vergissen. Mensen zijn in wezen vaak veel liever en beter, grootmoediger en vrijgeviger dan je soms zou denken. Probeer dát maar eens te bewerkstelligen: dat de mooie en de goeie kant van andere mensen naar voren komt! - Dat bereik je dus niet met haat-mails. Wees een mens naar God’s hart doordat mensen door hoe jij tegen ze doet voelen: ik ben geen onkruid, ik ben graan! Ik ben waardevol. Ik ben kostbaar! Ik ben in staat om goeie dingen te doen! Jezus zegt: laat ’t graan en ’t onkruid maar gewoon samen opgroeien. Want als je gaat wieden, dan zou je mèt het onkruid ook het graan wel eens los kunnen trekken. Wat, wie is trouwens het graan? Wat en wie het onkruid? Dát weet ten diepste alleen Hij, veelgeliefden, die hart en nieren doorgrondt! Laat dus maar lekker staan. Laat ’t wieden maar aan mij over zegt Jezus. Die scheiding tussen onkruid en graan die maak ik zelf wel - als de tijd voor de oogst is aangebroken. Amen.