16e A
Jezus had er een mondje van weg om met zijn parabels van tijd tot tijd te choqueren. Extra voorbeeld: de parabel van het onkruid dat mocht meegroeien met het goede graan. Begin van het evangelie van vandaag! Je zou op zijn minst kunnen zeggen dat dit een dwaze landbouwer was. Maar dwaas was Jezus niet, dus moeten wij de sleutel elders gaan zoeken. Misschien ook niet slecht als we die parabel gingen toepassen op onszelf. WIE KUNNEN WIJ ZIJN IN DAT VERHAAL?
Er zijn meerdere rollen, meerdere acteurs dus in die parabel, en welke rol vervullen wij in het leven, zeg maar: welke rol vervullen wij MET ons leven.
Natuurlijk zou ik kunnen de man zijn die het goede zaad aan de aarde toevertrouwt. Daarmee zit ik duidelijk in het spoor van de zaaier die Jezus was, en ik moet er niet aan twijfelen: als ik priester ben verwachten jullie met recht en reden dat ik die rol vervul op de parochie. De Blijde Boodschap verkondigen, daartoe heeft de Heer mij aangeworven. Maar steek het niet allemaal op mij. In een onderneming is het niet de manager alleen die een taak te vervullen heeft. Elk personeelslid moet MEE-doen in de ruimste zin van het woord.
Een ander personage in de parabel is degene die het onkruid gezaaid heeft, en er wordt de laatste tijd nogal wat onkruid gezaaid, in ons land en in veel andere. We moeten het met ontzetting erkennen: ook van uit een heel onverwachte hoek en dat is echt dramatisch. Maar het gebeurt ook in bredere kring. Jezus schets het zo: “terwijl de mensen sliepen”, ’s nachts dus, in het geniep, in het donker, achter de rug! En het zijn niet alleen de ‘boekskes’ die er zich op toeleggen. Vrij dikwijls ben ik ontsteld om wat mij ter ore komt, om wat rondgestrooid wordt, ook door mensen die zichzelf als christenen betitelen.
Een andere rol die in de parabel van Jezus voorkomt is die van de knechten. Zij zijn verontwaardigd en willen onmiddellijk reageren en het kwaad te lijf gaan. Ik herken mezelf daar wel een beetje in. Als ik tegenover een zaaier van onkruid sta, dan stijgt mijn adrenaline en zou ik er onmiddellijk willen tegenaan gaan. Maar het kwaad is dan toch al geschied. Er is geen doen aan om het allemaal uit te trekken vóór het opgeschoten is. En ook waar wat ik deze week ergens las: “Wie een ander zwart maakt krijgt zelf vuile handen.”
Op het einde van het toneel komen de maaiers. Zij krijgen uiteindelijk de taak om het onkruid aan de kant te leggen en het goede graan op de slaan in de schuur. Misschien moet ik hier maar de vergelijking staken, want … voor wie juist is die rol weggelegd? Het is ook niet zo simpel, want wat Jezus wilde onderlijnen was vooral het geduld van zijn goddelijke Vader. Daar hebben wij geen woorden voor. En is het niet best zo voor elkeen van ons? Ik vind het altijd maar gelukkig dat God meer geduld heeft met ons dan wij met elkaar. Wij zijn immers mensen, en wij moeten erkennen: de ene keer zijn wij de zaaiers van het goede graan, maar soms laten we ons verleiden tot wat onkruid.
Om te eindigen zou ik graag terugvallen op de eerste woorden van Jezus, want die heb ik nog niet aangehaald en het zou fout zijn om het doel van de parabel te verzwijgen: het Rijk der hemelen, synoniem van het Rijk Gods, synoniem van Gods droom met de wereld. Daarover gaat het.
Als ik een evangelist was, ik zou er een zaligheid bijvoegen: “Zalig wij, als we de woorden van Jezus ter harte nemen, en de rol van de zaaier spelen!”