16de zondag dh jaar (2011)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

OPENINGSWOORD
Beste mensen, allemaal van harte welkom.

Vanmorgen las ik op Elsevier internet, dat het CDA naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State de onmiddellijke sluiting eist van alle Coffeeshops. Wat mij betreft is dit één van de beste uitspraken, die ik in jaren heb gehoord. Een juist oordeel over drugsgebruik. Een terechte veroordeling van het gedoogbeleid waarmee jarenlang de gezondheid van duizenden mensen is ondermijnd.

En toch worden wij vandaag in het evangelie opgeroepen tot geduld, tot barmhartigheid, tot niet oordelen en niet veroordelen. Maar dat wil niet zeggen, dat wij het kwade moeten legaliseren. Dat is wat onze overheden jarenlang hebben gedaan: het kwade wettelijk goedkeuren. Wij moeten enerzijds het kwade afkeuren, maar anderzijds moeten wij veel begrip en geduld opbrengen voor mensen, die door welke oorzaak ook aan drank of drugs verslaafd zijn geraakt. Wij moeten begrip en geduld opbrengen voor mensen, groot en klein, die in onze eigen omgeving ons soms het bloed onder de nagels vandaan kunnen halen.

Zien wij, dat wij met ons ongeduld een heleboel kunnen bederven. Ook ongeduld is als onkruid, zegt Jezus in het evangelie van vandaag. Maar zien wij ook, dat Jezus het onkruid op de akker laat staan. Hij geeft ons iedere dag een nieuwe kans.

Grijpen wij deze nieuwe kans aan. Gunnen wij ook andere mensen hun fouten en hun kansen om opnieuw te kunnen beginnen.

Beginnen wij opnieuw door samen onze schuldbelijdenis te bidden.

OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Heer God, uw wijsheid en goedheid, en uw mateloos geduld gaan alle begrip te boven. Wij bidden U: bevrijd ons van kleinmoedigheid, geef ons geduld met onszelf en met elkaar in het geloof en het vertrouwen dat Gij alles ten goede leidt. Door onze Heer Jezus Christus, uw… .

KINDERWOORDDIENST

PREEK
Beste mensen, dagelijks horen over de financiële crisis. Europa beeft op haar grondvesten. Ook in Amerika zijn volgens sommige experts de problemen niet meer op te lossen. Het is een kwestie van tijd voordat alles ineenstort. Maar ook in deze tijd zijn er altijd weer handige jongens, die zich zelfs nu nog weten te verrijken. De rijken - of sommige rijken - worden nog steeds rijker en de armen, die worden nog steeds armer.

Dit ongebreidelde verlangen naar rijkdom en macht ten koste van de medemens èn niet minder ten koste van het eigen zielenheil is misschien wel één van onreine geesten, die in het Boek van de Openbaring, het laatste boek van de bijbel, worden genoemd. Het zijn geesten, die tegen de grote dag van God met Hem de strijd aanbinden. Maar die kwade geesten zullen verliezen.

Wij zullen mogen delen in de overwinning van God, niet door onszelf groot en machtig te maken, maar door onszelf nederig en bescheiden op te stellen. In Lucas 14,11 zegt Jezus: “Want al wie zichzelf verheft zal vernederd, en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden”.

Er was eens een beroemde monnik op de heilige berg Athos in Griekenland. Deze monnik liet in en bij zijn cel gestorven monniken begraven.

Telkens als men hem een gestorven monnik bracht, zei hij: “Goed, laat hem maar komen. Hier is nog plaats voor een zondaar.” Op een dag stierf ook de abt, die al bijna als een heilige werd vereerd, maar ook nu zei onze vriend: “Hier is nog wel plaats voor een zondaar.”

Toen men hem vroeg hoe hij het durfde om de abt een zondaar te noemen, antwoordde hij: “Als ik in het paradijs kom, zal ik mij over drie dingen verbazen. Ten eerste, dat ik er zelf ben gekomen. Vervolgens dat ik er mensen aantref, die ik er helemaal niet verwacht had en tenslotte, omdat ik er bepaalde mensen niet vind, die ik zeker verwacht had.

Misschien dat dit verhaal wat licht kan brengen in dat verhaal van het onkruid tussen de tarwe. Een vreemd verhaal, want hoe kan de eigenaar van de akker nu opdracht geven om het onkruid samen met de tarwe te laten opschieten? Is dat niet in strijd met het gezonde boerenverstand? Is dat geen aanbeveling van de Heer zelf om maar een oogje dicht te doen en af te zien van de strijd tegen het kwaad?

Zowel onze monnik als Jezus Christus willen ons leren, dat goed en kwaad moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Het kan in één en dezelfde mens zitten. Als het evangelie spreekt over goed en kwaad, dan gaat het vooral om het grote goed en het grote kwaad, dat beslissend is voor iemands eeuwige bestemming.

Uit het verhaal van de monnik blijkt, dat wij ons flink in mensen kunnen vergissen. Sommige mensen, die zich altijd als grote weldoeners hebben voorgedaan, blijken in de eeuwigheid opeens altijd misdadigers te zijn geweest, mensen, die vriendelijk waren voor anderen, maar ellendelingen tegenover eigen vrouw en kinderen, mensen, die hun rijkdom en macht hadden verkregen door over lijken te gaan.

Sommige mensen, die wij altijd als schooiers hebben gezien, van hen blijkt in de eeuwigheid dat zij met hun soms weinige mogelijkheden veel goeds hebben gedaan.

Waar het vandaag in het evangelie om gaat is dat Jezus weigert om reeds in deze wereld mensen als onkruid te bestempelen. Hij at met tollenaars en zondaars en zei: Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken.

Jezus wil zeggen, dat er toekomst is voor elke mens, die leeft. De overspelige vrouw werd door Jezus gered van de steniging. Zij kreeg van Hem een nieuwe kans. De boosdoener, die met Jezus aan het kruis hing, mocht nog dezelfde dag met Hem naar het paradijs.

Wanneer ben je nu onkruid en wanneer ben je tarwe? Bij de beoordeling daarvan kijkt Jezus vooral naar ons geloof. Wel vijf keer noemt Hij zijn eigen apostelen “kleingelovigen.” Verbaasd en verheugd is Hij om het grote geloof van de buitenlandse Kananese vrouw en van de vijandelijke Romeinse honderdman, mensen van wie Hij het niet verwacht had.

Jezus zegt ons: leer met het onkruid te leven, je eigen onkruid en dat van anderen. Geloof dat in een mensenhart onkruid overwonnen kan worden, zodat er alleen maar tarwe overblijft. Ga niet te veel af op wat je in een mens ziet aan goed of kwaad. Er kan in een mens nog veel meer aan goed of kwaad verborgen zitten. Daarom ook zegt Jezus: Veel eersten in Kerk en maatschappij zullen laatsten zijn en veel laatsten zullen eersten zijn.

Soms zien wij inderdaad mensen verkeerde dingen doen, maar dan vergeten wij dat dat misschien een oorzaak heeft. Iemand doet heel akelig. Wij vragen ons niet altijd af waarom hij zo doet. Misschien is zijn vrouw wel ernstig ziek of een kind en kan hij gewoon niets meer hebben. Misschien heeft hij gehoord dat hij ontslagen wordt.

Laten wij mensen verontschuldigen zoals Jezus zijn eigen moordenaars verontschuldigde: Vader, zij weten niet wat zij doen. Laten wij mild zijn in ons oordeel. Laten wij helemaal niet oordelen, veroordelen. Dan zal God ook ons vrijspreken van al onze zonden en tekorten.

Wij kunnen ons met name in deze tijd van crisis, waarin zwaar moet worden bezuinigd, heel boos maken over mensen, die zichzelf verrijken. Onlangs is weer gebleken, dat een vijfde van alle toezichthouders bij woningcorporaties enkele duizenden tot tienduizenden euro’s meer verdient dan binnen de branche is afgesproken. Het salaris van bepaalde topmanagers was vorig jaar 8% gestegen. Hoe kun je het doen, terwijl steeds meer mensen de eindjes niet meer aan elkaar kunnen breien en hun toevlucht moeten nemen tot bijvoorbeeld de voedselbank!

Jezus zegt tegen ons, gewone mensen: Laat maar. Maak je er niet al te druk om, want dat helpt toch niet. Bid er maar voor. Geef zelf het goede voorbeeld. Laat er een goddelijke kracht, mijn kracht, van je uitgaan. Misschien komen ze daardoor tot inkeer. Jij hebt dan in ieder geval je uiterste best gedaan.

In de eerste lezing uit het boek Wijsheid staat geschreven, dat God allen met zachtheid behandelt, kans tot inkeer biedt. Het is een moeilijke opdracht, maar proberen wij in die geest met het kwade om te gaan: biddend, altijd weer bereid om nieuwe kansen bieden.

Zoeken in Preken Online