Communiceren (2008) De Zaaier

A-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

In de afgelopen week kreeg ik een brief, per e-mail, van een vrijwilliger uit de nieuwe parochie, de Rozenkrans-parochie, met zo de nodige observaties, vragen en ook met: klachten wat betreft mijn manier van communiceren. “Communiceren is tegenwoordig wel het belangrijkste in onze samenleving”, aldus de briefschrijver.

Zo’n brief, dierbare parochianen en gasten van deze Vredeskerk; zo’n brief maakt mij eigenlijk heel blij! Ik vind het altijd heel verheugend als ik het rechtstreeks van mensen mag horen wat ze vinden van één en ander en met name van mij. Dat hoort inderdaad bij: goed communiceren - dat je je problemen bespreekt met degene die er in jouw beleving de oorzaak van is. Dus niet: die problemen met jan-en-alleman bespreken behálve met die persoon - hetgeen ook helaas veel voorkomt …

“Communiceren” zou je wel een sleutelbegrip kunnen noemen wat betreft de schriftlezingen van deze zondag. God, de Allerhoogste, de Eeuwige, wil communiceren met ons. Hij schenkt ons Zijn Woord. Dat Woord is als regen. Het is als sneeuw, zo horen wij. Het is als regen en sneeuw die uit de hemel neerdalen om de aarde, de grond te bevruchten. In de vijfenzestigste psalm die we samen gebeden hebben, hoorden we hetzelfde: “Het zaad (van dat Woord) viel op goede grond en bracht vrucht voort.” Dat regeltje stelt natuurlijk meteen een vraag, een vraag aan onszelf: Zijn wij, ben jij, ben ik, inderdaad “goed grond” voor dat Woord dat gezaaid wordt? De passage die we hoorden uit Paulus’ grote brief aan de christenen van Rome verwoordt dat ons aardse bestaan, ook voor de gelovigen, toch níet onproblematisch is: De hele schepping kreunt en lijdt onder barensweeën, zo schrijft Paulus. En wij hebben dan als gelovigen wel de zogenaamde “eerstelingen van de Geest ontvangen”, maar “ook wij zuchten over ons eigen lot” aldus Paulus. En inderdaad: er wordt ook binnen de christelijke gemeenschap, de kerk, héél wat gezucht en gesteund en gekreund. Dat omgaan met elkaar en dat “communiceren”; het is lang niet altijd gemakkelijk voor ons.

Wat gebéurt er met de woorden die mensen tot elkaar spreken? Wat gebeurt er met het Woord dat God Zelf tot ons spreekt? Hoe gaan we daar mee om? Psychologisch op het scherp van de snede wordt dat door de Heer in het evangelie geanalyseerd. Dat zaad van het Woord, waar en hoe komt dat terecht? Hij onderscheidt vier situaties:

  1. Een deel van het zaad viel op het pad. Nou, we weten: dat pad is verhard. Het is bestraat, betegeld of geasfalteerd. En zo kan ook onze geest zijn. Zo kan ook ons hart zijn: verhard. Dus dáárin kan dat zaad, dat w(W)oord niet binnendringen. Je kunt dan praten als Brugman. God Zelf kan praten als Brugman. Maar het dringt niet door. Het blijft gewoon liggen. En vroeg of laat komen de vogels en die pikken het op. Jezus schroomt niet om hierin “de Boze”, de duivel, te herkennen als het zo gaat: als mensen oostindisch doof zijn voor God en voor elkaar; als ze God en elkaar maar láten zaaien en láten praten …

  2. Dan is er vervolgens het deel van het zaad dat op rotsgrond viel waar het niet veel aarde had. Daar schiet het zaad vlug op, maar als de zon opkomt verdort het ook weer snel, want het heeft weinig wortel. In de uitleg van dit beeld heeft Jezus het over mensen die heel sensibel zijn in de communicatie, héél ontvankelijk, het w(W)oord gaat erin als koek. Maar dat is alleen in het begin. Als het aankomt op een beetje “Ausdauer” zoals de duitsers zeggen; als het moeilijker wordt en de tanden op elkaar gezet moeten worden, als het moeite kost en je er echt wat voor óver moet hebben … dan geven deze mensen het al gauw op. In de relationele sfeer zijn wij in het hedendaagse Nederland met dit beeld heel vertrouwd: Mensen vallen voor elkaar, ze vallen óp elkaar. Hij of zij “is het helemaal”, ze zien het helemaal zitten, ze géven zich helemaal aan die ander, aan elkaar. Ze “geven hun woord” zoals we zeggen. Maar als “het nieuwtje eraf is” en mensen geconfronteerd worden met elkaars kanten die ze moeilijker vinden om het daarmee uit te houden, dan zie je geregeld dat men het ópgeeft … En zo komen we het ook tegen wat betreft het christelijk geloof en binnen de gemeenschap van de kerk: Mensen die aanvankelijk daar heel enthousiast over zijn en ín hebben gestaan; - soms lopen die leeg als een luchtballon. Dan is het toch meer een gril van ze geweest moet je achteraf misschien constateren. Het w(W)oord is niet beklijfd, het heeft niet wérkelijk wortel geschoten in hun hart. Men is niet ten diepste verbonden geraakt met de a(A)nder.

  3. Dan is er het deel van het zaad dat tussen de distels viel. Daardoor raakt het verstikt. En wat in de uitleg van dit beeld nou heel frappant is mensen: Jezus komt dan te spreken over, Hij legt het uit met het oog óp … arme mensen én rijke mensen. Die lijken dus op elkaar als twee druppels water zou je kunnen zeggen. Rijke én arme mensen kunnen allebei zó met geld bezig zijn dat er helemaal geen ruimte meer overblijft voor iets anders, voor andere waarden en voor andere wóórden, voor het Woord van God en voor alles wat dat inhoudt en met zich meebrengt. Die distels waar Jezus over spreekt, dat kunnen zijn: “de zorgen om het bestaan en de begoocheling van de rijkdom”. Wat kost het? - Voor sommige mensen is dát altijd en eeuwig de belangrijkste vraag. Dáár wordt alles aan afgemeten. Veelgeliefden: zo’n houding, zo’n benadering is dodelijk moet ik U zeggen, verstikkend.

  4. Na al dit gesomber blijft er gelukkig ook nog goede grond over waar het zaad welig kan tieren. In de afgelopen week heb ik aan iemand voorgesteld om hem de sleutel van de pastorie te geven. De persoon ik kwestie reageerde aldus: “Wil je dan huisregels voor me opstellen? Anders ben ik namelijk zo’n type om de boel over te nemen. Dan ga ik de telefoon opnemen, toiletten schoonmaken, gespreksgroepen opstarten, een voedselbank beginnen (die hebben we al!). Dan zit de kerk, voordat je het weet, bomvol. En dat willen jullie zeker niet als je het niet in eigen hand hebt! Als je een goed pastoraal team kunt opzetten, dan heb je een heel goed alternatief voor de GGZ hier in Amsterdam. Denk er maar eens goed overna.” Zo. Toe maar. De belofte dat God’s Woord dertigvoudig, zestigvoudig, ja hondervoudig vrucht kan dragen in en door ons. Die belofte herken ik in die woorden - als ’t dan maar geen bevlieging is, zo denk ik er wel meteen bij: een nachtkaars die vlug opbrandt. Maar, veelgeliefden, zo mág je niet denken … Je moet altijd in het Woord en in mensen blijven geloven …

Communiceren. Het gaat goed of het gaat niet goed. Het gaat beter of het gaat slechter. Dat woord “communiceren” heeft in onze kerk ook nog een ándere betekenis - in verband namelijk met de hoogste vorm van communiceren die wij in de kerk kennen, namelijk: het ter communie gaan. In het brood en de wijn van de eucharistie ontvangen wij de Heer Jezus Zelf, Zijn Lichaam, Zijn Bloed. Ik kreeg in de afgelopen week een e-mail van de scretaris van de bisschop daarover met de volgende inhoud: “Even ter informatie laat ik je weten dat de bisschop een kopie heeft ontvangen van mevrouw … aan jou gericht over het communiceren onder beide gedaanten. De bisschop gaat er van uit dat dit berust op een misverstand, daar dit (indopen) verboden is (cursief van mij - pv) en het communiceren onder beide gedaanten (drinken uit de kelk) nauw omschreven is.” Jammer dat de mevrouw in kwestie het niet ook even aan míj heeft laten weten dat ze een kopie van haar briefje aan de bisschop stuurde. Jammer dat ik dat van de secretaris van de bisschop moest horen. Die mevrouw heeft wat dit betreft dus niet goed gecommuniceerd. Maar, veelgeliefden, een misverstand betreft het hier dus niet want, inderdaad, wij zijn gewend om het brood hier in de kelk ín te dopen. Reeds onder mijn voorganger gebeurde dat. Ik heb de parochie mét deze wijze van communiceren/ter communie gaan aangetroffen. En ik heb mij tot op heden nooit geroepen gevoeld om daaraan iets te veranderen - omdat ik ervan overtuigd ben dat er aan het geloof wat betreft de werkelijke aanwezigheid van Jezus Christus in de heilige eucharistie en wat betreft de Hem verschuldigde eerbied bij het ontvangen van het sacrament van Zijn Lichaam en Bloed binnen deze gemeenschap gemiddeld niets mis is. Wij geloven in die aanwezigheid en wij hebben Hem lief -

zoals Hij tot ons komt in dat sacrament. En daarbij komt: Een verandering doorvoeren op zo’n punt brengt altijd onrust die we wat betreft de communiegang natuurlijk liever vermijden. Een parochie op zo’n punt bijsturen is te vergelijken met het bijsturen van een supertanker. Dat gaat niet zo gemakkelijk. Maar goed … nu wij op dit punt zó als de kat de bel krijgen aangebonden, hebben wij geen keus meer. Vanaf vandaag is het in deze kerk derhalve niet langer toegestaan om het brood van de eucharistie in te dopen in de beker - want dan zouden er mogelijk druppels gemorst kunnen worden, dat is het punt. Als U wilt communiceren onder beide gedaanten, hetgeen, veelgeliefden, géén verplichting is: het mág, maar het móet niet; maar als U het wilt, dan kunt U voortaan direct uit de beker drinken, een heel klein beetje.

In tegenstelling tot wat wij hier eveneens al sinds jaar en dag gewend zijn, zal voortaan ook de celebrerende priester als eerste communiceren, vervolgens de eventuele con-celebrant, dan de altaar-assistenten en daarna pas Ú, het volk. Ook deze aanpassing geschiedt op voorschrift van de kerkleiding. Waarom moet het zo? Het is in het sociaal verkeer toch zo dat je altijd eerst je gasten te eten en te drinken geeft en pas daarna zelf neemt? Inderdaad mensen, zo hóórt het, in het sociaal verkeer. Maar hier zijn we in de kerk. En hier zijn we allemaal gást, zelfs de priester. De gasthéér is Jezus Zelf. Wij ontvangen hier het offer van Zijn Lichaam en Bloed. En dat offer, veelgeliefden, vráágt om navolging. En de priester wordt geacht om wat betreft die navolging vooróp te gaan en het volk te leiden. Aldus motiveert de kerk haar usance op dit punt waaraan wij ons dus vanaf vandaag zullen conformeren.

Dat wij, veelgeliefden, beter met de Heer en met elkaar mogen communiceren binnen de kerk - opdat wij méér en beter vrucht dragen … Amen.

Zoeken in Preken Online