15e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

Preek 15e zondag jaar A 10-11/07/2011

LM, ooit heb ik een cursus gevolgd over het evangelie van Matheus en bij het begin van het 13e hoofdstuk heb ik in de marge genoteerd:

‘het meeste valt er naast’ met drie grote uitroepingstekens.

Inderdaad,

wanneer wij het evangelie van vandaag oppervlakkig lezen,

dan krijgen we de indruk

dat het overgrote deel van het zaad verloren gaat.

Een eerste gedeelte valt op de looppaden,

de onverharde maar platgetreden wegeltjes door het veld.

Een tweede gedeelte valt

onder de distels die het verstikken.

Nog een ander gedeelte valt weliswaar op de grond

maar de bodem blijkt rotsgrond te zijn

waardoor het zaad geen wortel kan vormen en afsterft.

Alleen een vierde gedeelte valt op vruchtbare bodem

en zal veel vrucht dragen.

Maar, zoals gezegd, met het meeste zaad gaat het mis.

Het valt naast de vruchtbare grond.

Denk nu vooral niet dat deze boer een boerke was

die zijn stiel niet kende.

Destijds was in Israël de manier van zaaien anders dan nu.

Bij ons is het vandaag zo, dat er, in de regel toch,

eerst wordt geploegd en dan wordt er pas gezaaid.

In Israël was dat juist omgekeerd,

daar werd eerst gezaaid

en dan werd het zaaigoed onder geploegd.

Maar het mag wel duidelijk zijn dat Jezus hier

geen les in landbouwtechnieken of zaaimethoden wil geven.

Zou deze gelijkenis misschien

niet een beeld, een spiegelbeeld kunnen zijn

van het ganse pastorale gebeuren,

zoals het zich afspeelt in onze Kerk?

Priesters en catechisten

en al diegenen die bekommerd zijn

om het doorgeven van het geloof en de geloofswaarheden geven zich ontzaglijk veel moeite

en toch kun je maar één conclusie trekken:

het meeste zaad valt naast de vruchtbare grond.

ouders en opvoeders hebben in vorige generaties,

met veel moeite, gepoogd

om het zaad van het geloof door te geven

door het, vooral door hun voorbeeld,

in het hart van hun kinderen te zaaien.

En na twintig jaar stellen ze, met groot verdriet, vast:

het meeste zaad is naast de vruchtbare grond gevallen.

Jezus is het destijds óók zo vergaan.

Jezus heeft het zaad van het geloof uitgestrooid,

door woord én voorbeeld.

Mensenmassa’s zijn Hem nagelopen en gevolgd.

Hij werd op handen gedragen.

Maar dan kwam de tijd dat de één na de andere wegbleef.

Uiteindelijk zijn nog alleen de Twaalf overgebleven.

En één van deze Twaalf heeft Hem dan nog verraden ook.

Ook Jezus moest vaststellen dat

het meeste zaad naast de vruchtbare grond gevallen was.

Omdat wij in het dagelijks leven zo weinig zien

van een ‘echt christelijke manier’ van denken en leven

hebben wij zeer dikwijls de indruk

dat het écht mis is gegaan met de geloofsoverdracht.

  • En toch zijn er plaatsen,

en we kennen er ongetwijfeld allemaal,

in gezinnen en gemeenschappen,

waar het zaad wél in goede grond is gevallen

en waar het zeer vruchtbaar is.

Naar menselijke maatstaven zijn het er misschien weinig,

maar ze zijn er!

  • En soms stellen we ook vast,

dat zaad dat met moeite en pijn werd gezaaid,

na jaren,

toch nog opschiet en vrucht draagt, soms rijke vrucht.

Er is dan ook geen enkele reden

om te berusten en ons ontmoedigd neer te leggen

en te zeggen:

het is allemaal de moeite niet waard.

Maar… het ‘dragen van vrucht’

is wel aan voorwaarden onderworpen.

En Jezus noemt deze ook.

Een eerste voorwaarde betreft diegenen

die het geloof verkondigen en trachten door te geven.

Een tweede voorwaarde is aan de toehoorders gekoppeld.

Beginnen we bij de verkondigers.

Jezus zegt: “Het zaad is het woord van God.”

En dan rijst natuurlijk de vraag

aan al diegenen die aan verkondiging doen:

Zaaien wij nog wel werkelijk Gods woord?

In onze tijd, zijn er velen, die als zij zaaien,

niets in de hand hebben.

Ze zaaien lucht.

Er wordt over allerlei interessante thema’s

geschreven en gepreekt

maar het onvervalste ware woord van God

en het daarbij horende ‘doen en laten’

vernemen we bijna niet meer.

Men wil blijkbaar niemand voor het hoofd stoten of choqueren.

Maar dit zaaien is wel van fundamenteel belang

omdat diegenen

die tot de taak van de verkondiging zijn geroepen

ook de plicht hebben het échte zaaizaad te zaaien.

Zo niet, dan plegen zij verraad tegenover de Heer Jezus zelf.

En dan de toehoorders, die wij allemaal zijn.

Jezus zegt: “Het zaad dat in goede aarde is gezaaid,

“dat zijn zij die het woord horen en begrijpen.”

En hier moeten we ons misschien wél zorgen maken

en de vraag stellen:

welke moeite doen wijzelf om Gods woord

écht te willen verstaan.

Is het niet zeer dikwijls zo, dat als puntje bij paaltje komt,

wij onze eigen, wereldse, normen hanteren.

Natuurlijk moet een preek

goed voorbereid zijn en inhoudelijk correct.

Da’s nogal wiedes.

Maar gebruiken we zelf ook wel voldoende de middelen

die ons ter beschikking staan

om Jezus woord en voorbeeld

te kennen en waar te maken

in ons eigen leven en

in het gezin of de gemeenschap waar wij leven.

Een paar bedenkingen

  • ligt er op onze schouw een Bijbel

die we regelmatig gebruiken en dus beduimeld is?

  • luisteren we al eens naar bv. Radio Maria?

24 u op 24 u vinden we daar voedsel voor onze ziel.

  • zijn wij selectief?

Zoeken en kiezen wij de kansen die ons geboden worden?

bv op televisie, uitzendingen als Braambos en Kruispunt TV,

of op internet op de websites van Kerknet en Rorate

en vele andere.

  • verdiepen wij ons in datgene wat wordt aangeboden

in het parochieblad, vooral in die tweede katern?

  • en bereiden wij ons voor

op onze zondagse eucharistieviering

door de lezingen al eens door te nemen en te overwegen?

bv met de teksten die verschijnen in datzelfde parochieblad.

Het zijn maar enkele mogelijkheden

hoe we van ‘de bodem van ons hart’,

goede vruchtbare grond kunnen maken

waar we Gods woord kunnen ontvangen,

het kunnen laten opschieten en laten groeien,

liefst honderdvoudig.

Als ‘volgeling van Jezus van Nazareth’

is dat toch het antwoord op Zijn uitnodiging en Zijn oproep.

Zo alleen mogen we er immers zeker van zijn

dat ons leven ‘rijke vrucht’ zal dragen.

En… dat is het toch, wat Jezus van ons vraagt.

Is het niet?

Amen.

Inspiratie en de rode draad gevonden bij Karl Sendker.

Zoeken in Preken Online