Beste vrienden,
Uit sportief oogpunt hebben we de laatste weken weer heel duidelijk kunnen vaststellen dat een definitief oordeel pas kan worden geveld als alles achter de rug is. Of het nu gaat over het wereldkampioenschap voetbal dat vandaag wordt beslist of over de ronde van Frankrijk die in volle gang is. Sommigen zullen zeggen : „einde goed, alles goed,“ en anderen „ we hadden toch meer verwacht!“ Het is altijd het eindresultaat dat telt! Menig zaad zal kiemen en succes aantonen, bij anderen was de euforie misschien te groot
Wanneer we nu op dezelfde manier naar ons eigen leven kijken, dan moeten we toch ook vaststellen dat zo menige verwachting ook niet is uitgekomen zoals we het ons hadden voorgesteld. Sommigen zijn droef of teleurgesteld wanneer ze zien hoe hun kinderen en kleinkinderen zich hebben ontwikkeld. Soms krijg ik te horen: “wij hebben ons zo veel moeten ontzeggen om dat allemaal voor hen mogelijk te maken. Ze hebben allemaal mogen leren wat ze wilden, en wat gebeurt er nu? Ze gaan ineens heel andere wegen en met wat wij daarbij voelen houden ze helemaal geen rekening meer. Om over de religieuze achtergrond maar helemaal te zwijgen. Wij wilden hen als ouders een voorbeeld geven en nu? Wanneer hebben onze kinderen voor het laatst nog een kerk van binnen gezien? Wat is er geworden van al die christelijke waarden die we hen gedurende al die jaren hebben bijgebracht of die we hen hebben willen bijbrengen?
Als we naar onze parochies kijken komt soms toch ook de gedachte op: Er zijn zo veel mensen die zich, soms al jaren, engageren in de catechese voor de eerste communie en het vormsel. Na de viering komt dan bijna altijd de koude douche: de meeste kinderen verdwijnen spoorloos, om van de ouders helemaal te zwijgen. En dat geldt niet alleen op dit vlak, neen, we vinden dat vandaag terug in alle verenigingen. Mensen engageren zich nog wel voor een unieke gebeurtenis of voor één bepaald evenement, maar daarna nemen ze terug afstand.
Niet alleen de leken vrijwilligers in de parochies zijn ontgoocheld, maar ook veel geestelijken. Ook zij lijden om die toestand in de Kerk, en nog geen klein beetje. Door de enorme terugloop van het aantal priesters in onze streken krijgen de nog actieve priesters steeds meer parochies toegewezen met als gevolg dat hun belastbaarheid in vele gevallen reeds ver is overschreden. Hoe dikwijls krijgen we niet te horen: “ik voel me alleen nog maar als een bedienaar van sacramenten en een manager voor mijn parochies, voor echt doorvoeld pastoraal heb ik echt geen tijd meer.” En hoe veel ontgoocheling en gekwetstheid spreekt er niet uit de volgende zin die ik onlangs van een parochiepriester mocht horen: „Ik ben eigenlijk al blij wanneer mijn werk niemand schaadt, of het voor iemand nut heeft, weet ik niet meer.” Wanneer we dat oude beeld van het half volle of half lege glas om die reden vandaag op onze Kerk betrekken – is dat glas dan half vol of is het half leeg? Als we uitgaan van de algemene stemming onder de bevolking zou ik zeggen: half leeg. Op het dashboard van onze Kerk brandt het waarschuwingslicht van de brandstoftank reeds lang constant om aan te duiden: “Pas op, ik ben bijna leeg, je rijdt op reserve!” Wanneer we bedenken dat onze kinderen in totaal meer dan 800 uren godsdienstonderwijs hebben gekregen; dat ze vóór de lagere school misschien ook al een katholieke peutertuin hebben bezocht; dat we in onze dagen een zeer gevarieerd aanbod hebben, gaande van vieringen voor motorfanaten over de Wereldjongerendagen tot een soort van Bedevaartsoord-hopping. Wanneer dat allemaal gebeurt dan is het toch niet meer dan normaal dat diegenen die zich er voor engageren terecht vragen: “waar blijft toch het zichtbare en duurzame resultaat van al mijn inspanningen? Is dat dan allemaal tevergeefs geweest?“
En dit gezegd zijnde zijn we nu midden in de evangelietekst van vandaag terechtgekomen. De leerlingen van Jezus hadden ook tegenslagen en nederlagen gekend, net zoals hun leraar en meester. Het was ook toen niet altijd zoals we het vandaag hebben gehoord: „Er kwam een grote mensenmassa om Hem heen staan.” Ja, op die dag waren er heel veel die Hem wilden horen, en daarom ging Hij in een boot, zodat ze Hem allemaal konden zien en horen. Maar het was echt niet altijd zo. En wat Hij dan in de parabel van de zaaier vertelt klinkt in het begin ook niet erg positief. 75% van het kostbare zaaigoed gaat verloren! Dat moet ge u even voorstellen! De meeste van die zaadkorrels wordt op de weg geworpen, platgetrapt of door de vogels opgegeten. Andere korrels vallen op de stenen en verdrogen in de hitte en nog andere vallen tussen het onkruid en worden tijdens het groeien door dat onkruid verstikt. Eigenlijk onbegrijpelijk welke grandioze mislukking Jezus hier in deze Parabel bloot legt. Vooraleer we nu echter die onbekwame boer, die toch niemand anders als God zelf is, gek gaan verklaren, moeten we er wel om denken dat er toen, anders dan nu, eerst gezaaid werd en dan pas ondergeploegd. Op die manier geraakte veel zaaigoed, dat eerst aan de oppervlakte bleef liggen, toch nog dieper in de vruchtbare grond. Maar toch: wanneer we alleen het zaaien zelf bekijken, dan is het gedrag van die zaaier uit economisch standpunt echt onverantwoord. Hoe is het mogelijk dat hij zo verkwistend met het kostbare zaad omgaat?
Dat soort redenering is typisch westers. Het is een economische redenering. Een redenering van verlies en winst. Dat komt voort uit de vragen die wij ons gewoonlijk stellen: Wat brengt me dat op? Waar blijft in dat geval het succes? Men heeft ons allemaal aangeleerd om die vragen te stellen. En we doen dat niet enkel in de economie, maar ook in onze kerk en als christen. Maar zijn wij dan echt herleid tot de boekhouders van God? En wil God dat wel? Naar al wat wij over Jezus en God weten, denkt Hij toch meestal heel anders dan wij voor mogelijk houden; Hij bekijkt de dingen heel anders en denkt ook heel anders dan wij. God houdt altijd de toestand van de oogst voor ogen, iets wat wij mensen niet kunnen. Misschien begrijpt Hij die oude spreuk: “wie laatst lacht, best lacht” veel beter dan wij. Want die spreuk zegt toch zeer duidelijk dat het resultaat van een handeling dikwijls heel anders is dan we bij het begin konden vermoeden. Daarom kunnen we misschien beter wat terughoudend zijn met spottende kritiek. God kijkt altijd naar het uiteindelijke resultaat, de oogst, want dat is toch het uiteindelijke doel van al die zaaiactiviteit. En kijk: Zijn balans ziet er helemaal anders uit dan we konden vermoeden. Het gedeelte van het zaaigoed dat op de vruchtbare bodem is gevallen zorgt voor een enorme opbrengst – van 30 tot 100-voud van het zaaigoed. Dat maakt niet alleen de verliezen goed, maar het zorgt ook voor een groot overschot.
Dat is dus het resultaat wanneer God zaait! En dat is toch wel het belangrijkste. Hij is de zaaier, niet wij. Wij zaaien niet, God doet dat, maar wel door ons. En God, zo zegt Jezus in zijn parabel, is een zeer genereuze en overdadige God. Hij zegt nooit vooraf:” Och, bij mr X heeft het toch geen zin meer en bij mevr Y is alles toch al verloren. Hij zegt ook niet, Pastor Z kunt ge vergeten, die heeft toch geen succes in zijn werk. Neen, God heeft andere berekeningsmethoden dan wij: Op lange termijn klopt zijn berekening altijd. Daarom kan Hij ook zo genereus zijn dat er zelfs voor de vogels op het veld nog iets over blijft. Want uit de woorden van Jezus vernemen wij, dat wat in onze ogen als een mislukking begon, toch eindigt in een reusachtige oogst.
Onthouden we hieruit: Niet de bezorgde ouders, de ontgoochelde vrijwilligers of de resignerende pastores moeten beslissen wat voor God succesvol is of niet. Hij zaait ons wel uit, maar of Hij datgene wat wij als mislukking betrachten zelf ook zo ziet, dat moeten we aan Hem overlaten. Jezus vertelt in deze parabel in elk geval niet over een mislukking, maar Hij nodigt ons uit om vertrouwen te hebben in Gods manier van zaaien, ook in tijden die voor ons mislukt of succesloos overkomen.
Hoe zegde Paus Johannes XXIII het ook al weer toen hem werd gevraagd of hij, met de last van het Pausdom op zijn schouders nog wel kon slapen: „Mijn engel heeft me verteld: Giovanni, neem jezelf toch niet zo ernstig! En sindsdien slaap ik terug goed!“
Waarom, beste vrienden, zouden wij dan ook niet gerust kunnen slapen? Amen.