14e zondag door het jaar A - 2005

A-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

Zusters en broeders,

Drie weken geleden, op het feest van het Heilig Hart, hoorden we precies hetzelfde evangelie als vandaag, en net als toen moeten we vaststellen dat Jezus’ woorden niet in onze tijd lijken te passen.

Vooreerst dankt Hij zijn Vader, omdat zijn boodschap wel begrepen wordt door kleinen en zwakken, maar niet door verstandigen en machtigen. Verder prijst hij als levenshouding zachtmoedigheid en nederigheid aan. Geef toe, klein, zwak en nederig liggen vandaag niet goed in de markt. Onze maatschappij heeft weinig respect voor kleinen en zachtmoedigen. Vandaag geldt als regel dat iedereen het voor zichzelf moet waar maken, dat iedereen moet vechten om de mooiste plaats, de bestbetaalde job, de hoogste wedde, de snelste auto – op kosten van het bedrijf natuurlijk –, het mooiste huis, de duurste vakantie. We kennen het allemaal: de jacht naar meer, de drang om de eerste, de beste, de grootste te zijn, het ellebogenwerk om er te komen, ook ten koste van de anderen – want er kan er maar één de beste zijn. En tegenover die jungle, waar het recht van de sterkste bijna de enige wet is, stelt Jezus zijn voorkeur voor armen en zwakken, en roept Hij op tot nederigheid en zachtmoedigheid. Niet echt van deze tijd, zeg nu zelf.

Zoals ook het einde van het evangelie niet van deze tijd is. Want daar zegt Jezus: “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.” Uitgeput, rust, verlichting: allemaal goed en wel, maar wie zal ermee naar Jezus gaan? Wie durft toegeven dat hij zwak is, wie kan zich zelfs maar een zwak moment permitteren? Eén zo’n moment kan immers genoeg zijn om je plaats te zien ingenomen worden door een ander. Wie durft het aan een ander te vertrouwen of uit te huilen op een begrijpende schouder? Problemen? Nooit van gehoord. Onzekerheid? Dat is voor zwakkelingen. Laat ons lachen om dat aanbod van Jezus. De wereld wordt niet gemaakt door doetjes, maar door stoere binken, door hen die voor niets of niemand achteruitgaan. Geef dus vooral niet toe dat je erdoor zit, dat je hulp nodig hebt, dat je zwanger bent, dat je kapot bent, dat je het niet meer ziet zitten. Nee, dat kan allemaal niet, want het kan je je job, je aanzien, je leven kosten. Is het dan te verwonderen dat de helft van dit land aan antidepressiva of aan drugs zit, dat meer en meer mensen zelfmoord plegen, dat velen zich te pletter rijden (vorig weekeinde minstens 18), dat gezinnen uit elkaar vallen, dat onze maatschappij elke dag harder wordt? En toch moeten we ons spiegelen aan hen die voor niets achteruitdeinzen. Zij bepalen de loop van de geschiedenis, meer zelfs, zij máken geschiedenis.

Zusters en broeders, bij het lezen van dit evangelie dacht ik aan Alexander de Grote. Hij werd geboren in 356 voor Christus en toen hij twintig was, volgde hij zijn vader op als koning van Macedonië, volgens sommigen nadat hij zijn vader eerst had vermoord. Macedonië was toen een onbeduidend koninkrijkje ten noorden van machtige buur Griekenland. Twee jaar later begon Alexander zijn veroveringen. In een elf jaar durende veldtocht vocht hij zich een van de grootste rijken uit de Oudheid bijeen. Het strekte zich uit van Zuid-Europa tot aan de grenzen van het huidige Indië. Een veldtocht van elf jaar en duizenden km die uitmondde in een rijk van miljoenen km. En aan het hoofd daarvan Alexander, een heerser die willekeurig over het leven, en vooral over de dood van zijn miljoenen onderdanen beschikte, een man die eigenhandig honderden vijanden maar ook vrienden heeft vermoord. Een man die geschiedenis heeft geschreven, zoals Julius Caesar en Napoleon en Hitler en Stalin en Mao dat deden. En net als Alexander schreven ze die geschiedenis met het bloed van hun honderden miljoenen slachtoffers. Ze konden dat doen omdat ze nooit eens zwak of klein of nederig, en zeker niet zachtmoedig, maar sterk en machtig waren.

Maar, wat blijft er over van hen? Wie keert zich tot hen voor inspiratie, kracht, leven? Wie gaat, als hij in nood is, te rade bij Hitler en Stalin? Waar is nu die kracht van Alexander, voor wie heel de wereld beefde, en terecht, want wie hem niet als god wilde vereren, werd onmiddellijk vermoord. Hijzelf werd niet vermoord, maar hij stierf ver van huis, niet als een dappere soldaat in een veldslag, maar als een miezerig hoopje ellende als gevolg van moeraskoorts. Hij was net geen 33, en een paar jaar later bleef er van zijn reusachtige rijk niets meer over.

Pal tegenover die macht en die sterkte en dat wapengekletter staat Jezus. Hij was klein en nederig, zijn tocht duurde maar drie jaar en reikte niet verder dan enkele steden en dorpen in Galilea. Een leger had Hij niet, alleen maar twaalf apostelen. Hij doodde geen mensen, maar genas zieken, at met melaatsen, sprak een genezend woord tot de zwakken. Zijn intocht in Jeruzalem gebeurde niet op een strijdros, maar op een ezelsveulen, en toen Hij 33 was, stierf Hij als een slaaf aan het kruis. Niets had Hij veroverd, nooit met de ellebogen gewerkt, niets gerealiseerd, en toen het erop aankwam, lieten zelfs zijn twaalf apostelen Hem in de steek. Een leven dat naar de normen van onze tijd niets voorstelt en op een mislukking eindigt. En toch zijn wij hier samen om Hem te gedenken, net als honderden miljoenen anderen dat vandaag overal ter wereld zullen doen. Waarom? Precies omdat Hij koos voor wat niet populair is in deze wereld, en voor wat we in geen geval willen zijn, namelijk klein, zwak, nederig, zachtmoedig.

Zusters en broeders, de sterken en harden zochten de absolute macht, en vonden slechts dood en vergetelheid. Jezus zocht kleinheid, nederigheid, zachtmoedigheid, en Hij vond eeuwig leven en eeuwige herinnering. Misschien lijken we toch maar beter wat meer op Hem. Misschien kunnen we toch maar beter rust vinden bij Hem. Amen.

Zoeken in Preken Online