14e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

Alles is nog maar woord’… Wie weet hoe vaak wij dat denken.
Dat vreemde weerbarstige boek, met teksten van 2000 jaar of nog langer geleden.
Wie weet heeft ook Jezus dit gedacht bij het lezen van de Wet en de Profeten:
‘Kom nog dichterbij’.
Hij blaast de oude woorden nieuw leven in en komt zélf op een ezel te zitten.

Zo houdt Hij intocht in Jeruzalem.
Wat is Hij geliefd geworden bij het volk, in die paar jaar van zijn optreden.
Ze zwaaien met palmtakken, spreiden mantels uit over de grond en roepen: ‘Hosanna, gezegend Hij die komt in de naam van de Heer’!
Ze hebben Hem herkend, dat Hij komt om van Godswege het heil te verkondigen, een rijk van vrede en gerechtigheid.

Hij doet het verrassend anders en toch geheel in de lijn der profeten.
Hij schudt wakker. Hij eet, nogal veelvuldig zou je zeggen, zeker geen asceet. De maaltijd vervult in oosterse landen, zowel toen als nu, een belangrijke rol in de gastvrijheid. Al heb je nauwelijks brood op de plank, een gast stuur je niet zonder eten weg. De maaltijd, ontmoetingsplek bij uitstek, ook nu nog, hier in Nederland.
Bij een maaltijd kan er veel omhoog komen, valt er veel te verhalen en te vermalen.
Dát ervaren de mensen van Het Zand die samen geloofsmaaltijdgroepen vormen.
Dat zien we ook bij de maaltijden die Jezus met allerlei slag mensen geniet.
We zien het in de beelden die Hij gebruikt in gelijkenissen. Het Koninkrijk van God als een maaltijd, een Koninklijk Bruiloftsmaal.

Ja, dat eten met Jan en alleman. Op de omslag van het liturgieboekje zien we (helaas wat vaag, dat vraagt misschien om een bezoek aan het Rembrandthuis?)
Rembrandts verbeelding van het volk waarmee Jezus zich omringt:
armen, klaplopers, hoeren, tollenaars, zieken, blinden, lammen, doofstommen, vreemdelingen. Hij zélf gedraagt zich als een vreemdeling, eigen-aardig.
Dat vinden bepaalde verstandige mensen onder zijn gehoor óók.
Maar ook hén wil Hij wakker schudden,
losweken uit hun vaste denkpatronen,
loswrikken uit hun zelfgekozen isolement,
want het Koninkrijk van God is er voor élk mens: hoog of laag, arm of rijk. Hoewel het vooral voor de rijken moeilijk blijkt om het eigen gelijk, de eigen veiligheid, los te laten en te zien wat er aan essentie zit ónder macht, bezit en carrière.
Soms gaan onze oren pas open als we aan de rand komen te staan,
in de put komen te zitten, het liefste of de liefste ons ontvalt.
Als alles waar we naar streven is mislukt.

Jezus zélf was natuurlijk de Mis-lukte, de vreemdeling bij uitstek:
zittend op een ezel, hangend aan een kruis, met een Koninkrijk niet van deze wereld.
En dan, daar staat Hij spreidt zijn armen uit en zegt:
‘Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven’.
Allen.
Jezus laat ons zien hoe dat is: wijd je armen spreiden en alles en allen aanvaarden.
Gerechtigheid doen aan vreemdeling, weduwe en wees,
de hongerige voeden, de naakte kleden, de gevangene bezoeken.
Recht doen aan de verworpenen der aarde.
Dat is geen andere boodschap dan die van het Eerste Testament.
Hij doet wat moet gedaan, vervult de Wet en de Profeten.
En wijzelf?

Jezus spreekt ook tot óns. Tot de arme in onszélf.
Tot alles wat óns belast en vermoeit, hier en nu.
Hij doet recht aan het verworpene in mijzelf, aan hetgeen ik in mijzelf verwerp en waardoor ik ook de ander op afstand houd.
Hij nodigt mij uit om het Hem na te zeggen: ‘Kom allen tot Mij…’
en ik spreid net als Hij mijn armen uit en omarm alles in mij: licht én schaduw. Want Hij aanvaardt mij en laat zien wie God is:
barmhartig, genadig, lankmoedig, rijk aan liefde en trouw. Zo zijn wíj bedoeld.
Zijn juk is geen slavenjuk,dat ons terneerdrukt.
Zijn juk, dat wat Hij ons leert, roept ons tot vrijheid én verantwoordelijkheid.
Het schept evenwicht tussen binnen en buiten, mezelf en de ander.
‘Heb je naaste lief áls jezelf’.
‘Volg Mij’, zegt Jezus. Neem je kruis op, toch zo’n beetje dezelfde vorm als een juk.
Neem je leven op zoals het is, God ziet en aanvaardt je zoals je bent.

Doen als Hij, worden als Hij: gewoon Mens, dat is niet hoog te paard,
maar op een ezel.
Zachtmoedig, eenvoudig, nederig: dicht bij de aarde, dichtbij ieders menszijn.
Zachtmoedig, nederig … , dat hoeven we onszelf of elkaar niet óp te leggen.
Maar al te vaak ís ons dat ooit opgelegd,
en gingen we gebukt onder een juk van zelfverwerping.
Nee: ‘Mijn last is licht, mijn juk is zacht’, zegt Jezus.
Zachtmoedig, eenvoudig, nederig …. We kunnen hiernaar gaan verlangen, misschien meer en meer naarmate we ouder worden.
Een diep verlangen naar ons wáre menszijn, het beeld zoals door God in ons gelegd,
want Hij had mij al gezien, nog eer ik was geboren.

Nederig, zachtmoedig, rechtvaardig, vrede.
Hoe zouden we dat op ons eigen houtje, alléén kunnen?
Jezus is ons spiegelbeeld. Hij geeft ons aan elkáár.
Paulus schrijft aan de eerste christengemeenten: ‘Broeders en zusters, jullie zijn het lichaam van Christus, de Geest woont in U’.
Zó kunnen we het redden, onze ziel en die van elkaar
tot zover ons gebed maar reikt en dat is wereldwijd:
een gemeenschap van mensen, met een nieuw perspectief, van waaruit we steeds opnieuw mogen oefenen met dat visioen van vrede en gerechtigheid.
Ons Hem te binnen brengen. Brood en wijn.
Maaltijd, ontmoeting bij uitstek. Hier in de viering en waar ook ter wereld,
het Woord spreken, het brood breken en delen. ‘Dit is Mijn lichaam’, zeg ik na. ‘Komt allen tot mij die vermoeid en belast zijt’ …
‘Liefde zegt Gij is te doen’.
Levende woorden, onstilbare tonen.

En moeten wij dan altijd maar zélf het initiatief nemen?
Is dat niet ontzettend vermoeiend?
En als er dan niets komt?
Ja, het komt, van de ándere kant.
Het staat geschreven, de profeet Zacharia zegt het al:
‘Zie, uw koning komt naar u toe’, rechtvaardig, nederig én zegevierend.
Hij herschept ons tot nieuw leven.
Moge het zo zijn.

Zoeken in Preken Online