Op een steile weg vol stenen ontmoette hij een meisje; ze droeg haar broertje op haar rug.
Kind, zei hij, wat draag jij voor een zware last? Ze keek hem aan en zei: dat is geen last meneer, dat is mijn broertje.
In het evangelie van vandaag zegt Jezus: neem mijn juk op en u zult rust vinden voor uw ziel. Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.
Het eerste verhaaltje van het meisje met haar broertje is gemakkelijk te begrijpen en invoelbaar, de woorden van Jezus zijn niet zo gemakkelijk, lijkt het. Hoe zou dat toch komen?
Misschien wel omdat geloven voor ons, net als toen in die tijd van Jezus, zo verworden is tot allerlei regeltjes, allerlei geboden en verboden waaraan je je als gelovige te houden hebt, als je het tenminste goed wilt doen. In Jezus’ tijd waren het de vele wetten en voorschriften van de Farizeeërs en schriftgeleerden, die het geloof toen voor een groot deel bepaalden. In onze tijd zijn het de regels en voorschriften van de kerk, waardoor vele mensen het geloof als moeilijk, zwaar of zelfs niet meer zinvol zijn gaan ervaren. En de vele ‘afhakers’ in de kerk zijn daar een teken van.
De evangelist Matteus wil ons laten zien, dat geloven in God, in een ‘Vader’ zoals Jezus Hem aan ons laat zien, dat zo geloven niet moeilijk is. Zo zelfs dat het juist voor wijzen en verstandigen niet te begrijpen is, maar wel voor kinderen en eenvoudige mensen. Kinderen, dat is Bijbelse taal voor eenvoudige mensen, staan open voor Jezus boodschap, omdat zij nog niet ‘de wijsheid in pacht hebben’, omdat zij niet pretenderen alles te weten maar openstaan voor anderen. Daarom ook stelt hij kinderen ook als voorbeeld; zet Hij een kind in het midden en zegt: ‘als jullie niet worden als kinderen, kunnen jullie het koninkrijk van God niet binnen gaan.’ Jezus hield van kinderen. Jezus hield van eenvoudige mensen, zonder poespas en geleerdheid. Voor Jezus is echte wijsheid geen kennis van wetten en regeltjes, voor Jezus is wijsheid een levenshouding, iets wat je doet. Het Hebreeuwse woord voor wijsheid is ‘chokma’, dat zowel juist inzicht betekent als juist handelen. Wijsheid kun je dus veel meer aan mensen zien (in de manier waarop ze leven en werken) dan horen (in geleerde woorden of fraaie zinnen). In onze maatschappij luisteren we vaak naar wat ‘kenners’ ons te zeggen hebben. Op het journaal wordt het nieuws toegelicht door ‘wijze mannen en vrouwen’, door ‘deskundigen’, door knappe mensen die het moeten weten. Je ziet er zelden of nooit een kind, die mag zeggen hoe het beter of anders zou kunnen. En toch weet ik uit ervaring dat oplossingen of antwoorden van kinderen of jongeren meer openheid bieden, eerder tot oplossingen zouden kunnen leiden dan al die kennis en wetenschap van knappe, geleerde mensen.
Maar wat is dan die wijsheid, die in eenvoudige mensen ons tot voorbeeld worden gesteld?
Wat kunnen we leren van eenvoudige en kleine mensen? Wat is er verborgen voor al die geleerde knappe koppen, voor ons ook als wij denken de wijsheid in pacht te hebben, als we denken te weten wat goed is voor een ander?
Misschien wel het meest elementaire, meest wezenlijke: de eenvoudige mens in Jezus ogen, vertrouwt het leven. Hij bestudeert het niet. Hij piekert niet over de zin van het bestaan, maar heeft er wel zin in. Net als de vogels in de lucht en de bloemen op het veld.
Wij zoeken soms geluk en liefde zo ver weg, dat de kleine vreugdes van alledag belangeloos lijken. Wij zijn soms zo verlamd door de angst om een mens te verliezen, dat we niet in staat zijn om de tijd die ons samen geschonken is, volop te genieten. Wij zijn soms zo verdiept in het ordenen en plannen van ons leven, dat we onverwachte kansen voorbij laten gaan.
En toch: wij mensen zijn geboren met een instinctief geloof dat dit soms zo heerlijke en soms zo moeilijke bestaan zin heeft, dat het de moeite waard is je eraan over te geven. Precies die overgave is een daad van geloof.
‘Dank U, Vader’, zegt Jezus in het evangelie, ‘ik dank u dat u uw geheimen niet aan wijzen en geleerden hebt laten zien, maar juist aan eenvoudige mensen en aan kinderen.'
‘Dank U God, want waar we met onze redeneringen nooit kunnen komen, dat leren wij van eenvoudige mensen: het leven is een geschenk uit uw hand en we kunnen erop rekenen dat het goed is, nu en uiteindelijk.
Zouden wij, die zo kritisch zijn, bereid zijn ons te laten onderrichten door kinderen, door de eenvoudige mensen?
Het meisje met haar broertje had ‘wijsheid in pacht’. Ze droeg haar broertje niet omdat ze dat geleerd had, of omdat ze dat moest van haar moeder, maar vanuit haar hart, omdat ze van haar broertje hield.
Amen.