14e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

Deemoed is een woord van lang geleden. Deemoed betekent eigenlijk: de moed om te dienen. Het tegenovergestelde van deemoed is hoogmoed. Dat is namelijk: willen heersen met je hoofd hoog in de wolken en denken dat jij heel wat bent en dat anderen weinig of niets voorstellen.

In zulke hoogmoedigen, Paulus spreekt vandaag over zelfgenoegzamen, woont niet de geest van Christus en zulke mensen, schrijft de apostel, hebben geen toekomst bij God.

Nieuw leven bij God is er wel voor de deemoedigen, de kleine en bescheiden mensen. Zij zijn het ook, de eenvoudigen dus, die eerder doorhebben waar het God om te doen is dan zij die door¬gaan voor wijs en geleerd.

Niet de hoogmoedigen maar de deemoedigen weten wat het ech¬te leven is, aldus Jezus die zichzelf zachtmoedig noemt: ‘Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt gaat; neemt mijn juk op uw schouders en leert van mij dat Ik zacht-moedig ben en ge zult rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht'.

Dat klinkt misschien raar op het eerste gehoor, want om tot rust te komen, krijgen we een juk op onze schouders gelegd en dat wordt dus weer sjouwen. Maar het mooie van zo’n oud juk is dat je de lasten kunt verdelen; door een goed evenwicht tussen rechts en links wordt het juk zacht en de last licht.

Wat je gewoon bijna niet kunt dragen, gaat met een juk, goed verdeeld over linker en rechter schouder, heel gemakkelijk.

Wie Jezus volgt raakt niet zonder zorgen, zo iemand blijft zijn lasten dragen. Maar als in de ene emmer de zorgen, de spanningen, de lasten zitten, zit de andere emmer bij het juk van Jezus vol met vertrouwen in zijn Vader. En daarom is zijn juk zacht en de last licht: de band met God aan de ene kant geeft hem de kracht de last van het leven aan de andere kant te kunnen dragen.

‘Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt gaat en neemt mijn juk op uw schouders’ wil zeggen: maak de lasten van het leven draaglijk door je vertrouwen in God.

Voortdurend kwam ik en kom ik in mijn leven mensen tegen, die dit woord hebben verstaan en hebben waargemaakt. Ze hadden alle reden om uitgeput te zijn; ze gingen soms zwaar gebukt onder hun lasten toch bleven ze ferm en fier overeind. Ze liepen allerlei deuken op in het leven, maar ze droegen met hun lasten ook een groot godsvertrouwen met zich mee. ‘Het zal allemaal wel ergens goed voor zijn’, heb ik nogal eens door tranen heen horen zeggen en ‘onze lieve Heer zal er wel wat mee voor hebben'.

Jaloers ben ik wel eens op zulke vaak eenvoudige mensen, die hun geloof niet uit geleerde boeken halen, maar van andere gelovige mensen zulk een kinderlijk godsvertrouwen meekregen. Ik zei wel ‘kinderlijk’ niet ‘kinderachtig'.

Het is dat kinderlijke geloof dat Jezus prijst als ie zegt: ‘Vader in de hemel, veel dingen die Ge verborgen houdt voor wijzen en geleerden, hebt Ge onthuld aan de eenvoudigen, hebt Ge geopenbaard aan kinderen'.

Maar in velen van ons is, jammer genoeg, het kind gestorven.

Zoeken in Preken Online