Mijn juk is zacht (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

* Deze jubelende lofprijzing van Jezus is als het slot van een psalm: troostende en hoopgevende woorden precies na een reeks weerstanden en mislukkingen tijdens een eerste fase van Jezus’ verkondiging. Daar was de vertwijfeling van Johannes de Doper in de gevangenis; de afwijzende houding van Joden tegenover deze strenge asceet, maar tegelijk ook tegenover Jezus die soms als een levensgenieter overkwam. Intussen heeft Jezus de steden, langs de oever van het meer, zoals zijn eigen thuisbasis Kafarnaûm, hard veroordeeld omdat ze zijn woord niet aanvaardden.

1. Juist aan deze negatieve ervaringen ontsprong dit lofgebed van Jezus.

  • We weten hoe de leidende klasse totaal anders dacht dan wat Jezus bracht. Jezus bad: “Ik dank U, Vader,… omdat Gij deze dingen verborgen hebt gehouden voor wijzen en verstandigen…” (Mt 11,25). Het gaat dus om een ‘verborgen’ goed dat zogenaamde wijzen niet vatten. Jezus heeft niets tegen ware wijsheid. Bij de Joden sprak men van het “juk van de wijsheid” (Sir 6,25). “Het vreugdevolle juk van de vromen” was de Wet. Maar de wetgeleerden hadden zichzelf en het volk vastgespijkerd op hun eigen interpretaties en op uitbreidingen van die Wet, zonder te peilen naar de diepere betekenis die erin verscholen lag. Dat juk werd een onuitstaanbaar slavenjuk (Gal.5,1; Mt 23,4). Ook Jesaja had geprofeteerd dat de slavenjukbanden moesten worden gelost (Jes 58,6).

  • Jezus gaat in tegen de verharding, tegen de hoogmoed van de geest, tegen de eigengereidheid van het verstand, die blind maakt. Daarom konden velen de parabelen van Jezus niet verstaan: “Want verhard is het hart van dit volk…” (Mt 13,14; Jes 6,9-10). De verharding van het hart is het fundamentele obstakel tegen de doorbraak van Gods redding. Dat thema komt steeds weer terug in de bijbel. We lezen hoe voor de uittocht Farao zijn hart verhardde (Ex 8,11). Maar God bouwt die verharding van de mens in zijn heilsplan. God blijft ondanks die onwil de geschiedenis leiden. Zo is het voor de bijbelse auteur als God zelf die het hart van Farao verhardde (Ex 9,12). Tijdens de uittocht ging ook het Godsvolk zich verstarren. Vandaar de oproep in de uitnodigingspsalm van het koorgebed: “Vandaag, indien ge zijn stem hoort, wil uw hart niet verharden zoals uw vaderen destijds in de woestijn” (Ps 95,7). God wil dat stenen hart uit de mens wegnemen (Ez 36,26).

  • Ook vandaag worden wij geconfronteerd met diverse vormen van wereldse wijsheid. Daar is o.m. de absurde zelfingenomenheid waarmee de wereldse “dogma’s” van de moderniteit doorsijpelen tot in onze burgerlijke wetgeving, tot in het ontwerp van de Europese grondwet. Zo wordt “gender” een onaantastbare eis, waarbij de rijke natuurlijke verscheidenheid en complementariteit van man en vrouw als godsgeschenk worden weggegomd. Ook binnen in de Kerk sluipt niet zelden een theologische hoogmoed binnen, die dichtklapt voor het mysterie en de geloofsboodschap vervalst.

2. Jezus dankt omdat juist en alleen de kleinen zijn boodschap begrijpen.

  • “Ik prijs U, Vader,… omdat Gij deze dingen geopenbaard hebt aan kinderen.” Deze jubel ligt helemaal in de lijn van zijn zaligsprekingen: “Zalig de armen-naar-de-geest…” en in de lijn van Maria’s lofzang: “Mijn hart prijst hoog de Heer… daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid van zijn dienstmaagd…”. Omwille van deze innerlijke houding feliciteert Jezus zijn leerlingen bij de aanzet van de parabelenpreek: “Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk der hemelen te kennen…” (Mt 13,11). En Jezus zette een kind in hun midden: “Voorwaar, Ik zeg u, als gij niet opnieuw wordt als kleine kinderen, zult gij het Rijk der hemelen zeker niet binnen gaan” (Mt 18,3). Het gaat hier helemaal niet om een ophemeling van naïevelingen of dwazen, maar om een houding van deemoed en ontvankelijkheid, die ons laat binnentreden in Gods wijsheid. Wie zo leeft, stelt zich op de toonhoogte van Gods spreken en komt in het licht van de waarheid.

  • Het is juist vanuit die verborgen waarheid dat Jezus leeft en spreekt. Hij ziet anders en dieper dan wij. Hij ziet de dingen zoals ze zijn omdat Hij leeft vanuit zijn wezenlijke eenheid met de Vader. In dit evangelie komt het woord “Vader” vijfmaal voor. Er is geen plaats in de bijbel waar dat woord zo vlug na elkaar wordt herhaald. De Vader is de bron van die kennis. Zij overstijgt elke vorm van rationele wetenschap, overstijgt de oppervlakkigheid van wat vandaag aan de publieke opinie wordt geboden. Paulus deelde in die verborgen kennis. Zo meldde hij de Korinthiërs dat hij niet gekomen is bij hen met vertoon van geleerdheid en menselijke wijsheid (1 Kor 2,1-7). Hij verkondigde echter de wijsheid van het kruis, “voor de Joden een aanstoot en voor de heidenen een dwaasheid” (1 Kor 1,18-24). De H. Frans v. Sales eindigt zijn meesterwerk “Verhandeling over de Godsliefde” met de overdenking dat elke ware liefde geboren wordt uit het lijden van Christus, zoniet is de liefde oppervlakkig en broos. Dat staat vandaag haaks op het modern levensgevoel.

  • Jezus zelf is de uiteindelijke Wet, de levende Wet die de Liefde is. Daarom zegt Hij: “Kom allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt”. Dat is de sleutel van ons leven. Het christendom is een persoon. Het is Christus. En Hij voegt eraan toe: “Neem ‘mijn juk’ op uw schouders.” Zijn juk is het kruis, het kruis van zijn liefde. Wie gelooft wordt niet buiten het lijden geplaatst. Maar samen met Hem wordt dat kruis zacht en wordt elke last licht. Het offer dat uitdrukking is van onze diepste liefde heeft zin en voert ons tot ware onverwoordbare vrede: “Gij zult rust vinden voor uw zielen.”

Zoeken in Preken Online