Het geheim van de kinderen (2002)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

GELEERDEN EN WIJZEN NIET

Jezus was een leermeester. Hij had een eigen kijk op de wet van God. Op die visie kwamen leergierige volgelingen af. De groep ontmoette vaak andere leermeesters met andere opvattingen. Dan werden er openbare debatten gevoerd. Vaak botste Jezus’ kijk met die van de Farizeeën. Farizeeën hadden de wet nauwkeurig bestudeerd. Ze vonden eigenlijk dat het gewone volk niet verstandig en wijs genoeg was om Gods verheven wet te kunnen begrijpen en te interpreteren. Om ervoor te zorgen dat de domme massa niet in de fout ging en gods wraak over het land afriep, omgaven de Farizeeën de heilige wet met extra bepalingen die de mensen ver van de getrokken scheidslijn moesten afhouden.
Jezus vindt dat verkeerd. ‘Dank U, God’, verzucht hij vandaag, ‘dat Gij uw geheimen voor al die geleerden en wijzen hebt verborgen en ze hebt geopenbaard aan de eenvoudige lieden, de kleine man, de kinderen.’

KINDEREN WEL

Bij een doopviering wordt de tekst van Marcus gelezen waarin Jezus tegen de grote mensen zegt: ‘als jullie niet wat meer op die kleinen gaan lijken, dan kom je het koninkrijk van God niet binnen.’
De eenvoudige mensen, de kinderen, worden ons tot voorbeeld gesteld. Ik vraag dat wel eens aan de vader en de moeder, de grootouders, ooms en tantes: ‘wat zouden we kunnen leren van dit kindje?’ We zijn zo begerig om dit kind van alles te leren: praten, om te vertellen waarom het huilt; zindelijkheid; zingen en dansen; cadeautjes ontvangen en geven. We willen het leren wat rood is en blauw en wat een schaap zegt en wat een beer. We willen het leren fietsen en tellen en rekenen. We willen het leren computeren en piano spelen. Maar wat kunnen wij van dit kind leren? Wat kunnen wij leren van eenvoudige en kleine mensen? Wat is er verborgen voor al die geleerde knappe koppen, voor ons?
De aanwezigen in de doopkapel aarzelen. Ze zijn bang om iets te zeggen dat fout is. Ze hebben geleerd dat er goede en verkeerde antwoorden zijn. Het kindje niet, dat laat ineens een grote boer. Een guts melk golft over het doopkleedje want vlak voor de viering is het nog een beetje gehaast gevoed opdat het stil zou zijn. Nu is het eruit. En het kind voelt zich gelukkig en glimlacht. Het is niet bang voor goede en foute antwoorden, het heeft alleen zijn eigen antwoord.

ZIN IN HET LEVEN

Het kleine kind vertrouwt het leven. Het denkt er niet over na. Het heeft geen benul van de zin van het bestaan, maar het heeft er wel zin in. Net als de vogels in de lucht en de bloemen op het veld. Het is geboren met een instinctief geloof dat dit heerlijke bestaan zin heeft en dat het de moeite waard is om je eraan over te geven. En precies die overgave is een daad van geloof.
Dank U, God, want waar we met ons verstand niet achter komen, wat we met onze redenringen nooit kunnen onderwerpen, dat leert ons een kind: het leven is een geschenk uit uw hand en we kunnen erop rekenen dat het goed is, nu en uiteindelijk.

DE VRAAG VAN YARA

*Lieve kinderen.
Yara was een grote zus. Een paar maanden geleden was er bij Yara een kindje geboren. Tim was het nieuwe broertje van Yara. Was Yara daar blij mee? Nou, ja dat is moeilijk te zeggen. Van de ene kant vond ze het wel leuk. Ze vond het leuk om Tim in bad te doen en poeier op de billetjes te stuiven - ‘t leek wel suiker! Maar ze vond het niet zo leuk dat de kleine schreeuwlelijk zoveel bezoek kreeg. Alle tantes en ooms zagen Yara niet meer zitten leek het wel.
‘s Avond in bed kwam mamma Yara toedekken en een kusje geven. Maar in de kamer ernaast hoorde Yara Tim alweer pruttelen, dus dit zou wel niet lang duren. En ineens rolde de grote vraag uit haar mond: ‘Mamma, waarom houden de mensen meer van kleine kinderen dan van grote kinderen…?’
Mamma schrok. ‘Yara toch, dat moet je niet zeggen. Ik houd verschrikkelijk veel van je. Misschien heb ik soms niet zoveel tijd want Tim is nog zo klein en hij kan nog zo weinig zelf.’
De zondag daarna werd Tim gedoopt. Mamma fluisterde de pastoor iets in het oor. ‘Als u Tim water over het hoofdje giet, giet dan ook nog een beetje water over Yara. Of mag dat niet?’ ‘Ik weet iets beters.’ zei de pastoor. En toen hij Tim gedoopt had gaf hij de schelp aan Yara en zei: Jezus vindt het vast leuk als jij ook een beetje water over Tim zijn hoofdje giet want van jou moet hij het leven leren. *

Zoeken in Preken Online